Bodegraven Reeuwijk Noordzijde 38 Booronderzoek
收藏DANS Data Station Archaeology2015-08-18 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XWE-Z5FN
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in juli 2015 een bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Noordzijde naast nummer 38 in Bodegraven (gemeente Bodegraven-Reeuwijk). De aanleiding hiervoor betreft de voorgenomen bouw van een woning. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit blijkt dat het plangebied is gelegen op de noordelijke oeverwal van de Oude Rijn meandergordel. Op grond van de datering van de meandergordel alsook aan dit riviersysteem gerelateerde archeologische waarnemingen moet binnen het plangebied rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vindplaatsen uit de IJzertijd/Romeinse tijd, Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Eventuele vindplaatsen zullen zich manifesteren als een ‘vuile laag’ met kleine fragmenten aardewerk, houtskool, bot en/of baksteen. Ze kunnen bestaan uit verschillende complextypen, waaronder nederzettingen en akkerlagen. Vanwege de ligging op de noordelijke oeverwal van de Oude Rijn worden geen sporen van de Romeinse limesweg verwacht. Het huidige Bodegraven zelf dateert vermoedelijk uit de Vroege Middeleeuwen, maar hierover bestaat geen zekerheid. Wel staat vast dat er halverwege de 11e eeuw sprake was van een kleine nederzetting. Het plangebied bevindt zich evenwel buiten deze historische kern. Wel maakt de locatie deel uit van het langs de Oude Rijn gelegen bewoningslint en kende in elk geval in de 19e en 20e eeuw bebouwing in de vorm van een schuur, behorend bij een net westen van de locatie gelegen boerderij. Als gevolg van de aanleg van de funderingen van de schuur en het gebruik van de locatie door de eeuwen heen bestaat de kans dat een eventuele vindplaats is verstoord. Teneinde bovenstaande verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit het booronderzoek komt naar voren dat de ondergrond bestaat uit oeverafzettingen (Formatie van Echteld), die onderin zandig en bovenin kleiig zijn. Het bovenste deel van de oeverafzettingen is door de ligging aan of nabij het oppervlak ontkalkt. Verder is aan de bovenzijde sprake van het voorkomen van kleine baksteenfragmenten. De aanwezigheid hiervan duidt op antropogene bewerking. Gezien de geringe concentratie gaat het vermoedelijk om ‘ruis’, materiaal zonder eenduidige relatie met een vindplaats. Concrete aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden in of aan de top van de oeverafzettingen zijn niet aangetroffen. De aanwezigheid van archeologische sporen kan gezien het voorkomen van onvergraven ontkalkte oeverafzettingen echter vooralsnog niet geheel worden uitgesloten. Het geheel wordt afgedekt door een 50 tot 65 cm dik pakket omgezette en/of recent opgebrachte grond. De oorsprong daarvan hangt waarschijnlijk samen met de bouw van de schuur en het gebruik van de locatie als erf. De verwachte beddingafzettingen zijn niet aangetroffen. Als deze in de ondergrond aanwezig zijn, bevinden zij zich dieper dan 400 cm –mv (3,7 m – NAP). Bij de aanleg van de funderingen van de voorgenomen nieuwbouw kan, indien dieper gegraven wordt dan 50 cm –mv (0,2 m – NAP), het archeologisch interessante niveau, dat wil zeggen de top van de onvergraven oeverafzettingen, worden aangesneden. Hierbij moet worden opgemerkt dat in delen van het plangebied dit niveau vermoedelijk reeds beschadigd is geraakt door de aanleg en sloop van de funderingen van de schuur. ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling omdat het eventueel archeologisch interessante niveau alleen beperkt middels een open ontsluiting zal worden aangesneden. Verder heeft het verkennende booronderzoek geen concrete aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2015-08-19



