Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen De Trime, Beetsterzwaag
收藏DataCite Commons2025-03-06 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/C0T5PV
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In december 2024 is door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied De Trime aan De Wissel 2 te Beetsterzwaag, gemeente Opsterland. Aanleiding voor het onderzoek is het amoveren van het huidige pand (voormalig schoolgebouw) en de herinrichting van het perceel naar woningbouw. Op het perceel zullen circa 25 nieuwe woningen worden gebouwd, daarnaast zullen wegen en nutsvoorzieningen (kabels en leidingen) worden aangelegd. De exacte inrichting is op het moment van dit schrijven nog niet bekend. Bij de geplande herinrichting kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Een bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, zie bijlage 2). Voor het plangebied geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van de gemeente Opsterland. Conclusies bureauonderzoek Het plangebied ligt aan de noordzijde van de Drents-Friese Wouden, een gebied met in de ondergrond grondmorenewelvingen bedekt met een dekzandlaag. In het dekzandreliëf kunnen podzolprofielen voorkomen, plaatselijk afgedekt door een (venige) eerdlaag of plaggendek. Voor het plangebied geldt een archeologische verwachting voor de periode steentijd – bronstijd, gebonden aan de intacte delen van het dekzandlandschap. Diverse geïsoleerde vondsten maken duidelijk dat de omgeving van het Woudengebied bewoond kan zijn geweest in het laat neolithicum en de bronstijd. Duidelijke nederzettingsterreinen zijn in de nabije omgeving van het plangebied echter tot heden niet gevonden. In gebieden met een oorspronkelijke eerdlaag kan sprake zijn van een afgedekt microreliëf waarop zich nog vindplaatsen zich kunnen bevinden. Antea Group heeft geadviseerd tot het uitvoeren van een gecombineerd bureau- en verkennend booronderzoek. Een verkennend onderzoek bestaat uit circa 6 boringen per hectare. Voor het plangebied à 1,2 ha komt dit neer op circa 8 boringen. Het verkennend onderzoek dient om de daadwerkelijke bodemsituatie in kaart te brengen door middel van (interpretatie) van deze boorprofielen en zodoende om de gespecificeerde archeologische verwachting zoals verwoord in het bureauonderzoek te toetsen en waar nodig bij te stellen. Conclusies verkennend booronderzoek De oorspronkelijke bodem bestaat uit een keileemondergrond met daarbovenop een pakket dekzand. Dit dekzandpakket heeft in het noordoosten van het plangebied oorspronkelijk een aanzienlijke gehad (meer dan 1,2 m), maar het bovenste deel hiervan (de oorspronkelijke podzolbodem) is vrijwel geheel verdwenen door historische en recente omwerking. De dikte van het dekzandpakket lijkt in westelijke richting sterk af. Voor het zuidwestelijk deel van het plangebied zijn in de boorprofielen helemaal geen aanwijzingen voor een dekzanddek, echter dit kan ook veroorzaakt zijn door de (diepe) bodemverstoringen in het gebied. Gemiddeld bedraagt de dikte van het omgewerkte pakket ongeveer 1,1 m. De resultaten van het veldonderzoek zijn in het licht van de gegevens die werden samengebracht in het bureauonderzoek niet onverwacht. Met name de bevinding dat de oorspronkelijke bodem sterk verstoord is en dat er in grote mate en tot grote diepte sprake is van bodemverstoringen, stemt min of meer overeen met alle eerdere reguliere archeologische (boor)onderzoeken die in het zuidelijk deel van Beetsterzwaag zijn uitgevoerd. Enkele relevante gegevens zijn nog verzameld uit de periode van voor of tijdens het bouwrijp maken van het gebied (periode rond 1963). Er wordt verondersteld dat in die periode zeer omvangrijk grondverzet tot grootschalige aantasting van de oorspronkelijke bodem heeft geleid. Met andere woorden: ook als hier oorspronkelijk wel vindplaatsen aanwezig waren, dan zijn hiervan op dit moment geen intacte resten meer te verwachten. Selectieadvies Antea Group adviseert om de geplande werkzaamheden, zonder nadere voorwaarden voor het aspect archeologie, vrij te geven ten gunste van het planvoornemen. De gemeente heeft dit advies overgenomen. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeente kan ook.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-24



