Archeologisch vooronderzoek in het kader van de herontwikkeling van het plangebied Pasgeld te Rijswijk, gemeente Rijswijk. Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase)
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xs4-gdy6
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in het kader van het opstellen van een bestemmingsplan in het plangebied Pasgeld te Rijswijk, gemeente Rijswijk. Het plangebied is momenteel braakliggend en grotendeels begroeid met gras en wat bomen/struiken. Op deze locatie zullen in totaal 197 woningen worden gerealiseerd. Daarnaast zullen er parkeerplekken en waterpartijen worden gerealiseerd. Het plangebied heeft een oppervlakte van 7,6 hectare. De exacte diepte van de ingrepen (fundering/heipalen etc.) is momenteel nog niet bekend. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart gebracht te worden of zich binnen het plangebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. Het plangebied bevindt zich in de nabijheid van de Romeinse nederzettingsterreinen van Rijswijk de Bult en het Wilhelminapark ten westen van het plangebied, en het vroeg-prehistorische complex van vindplaatsen in het nieuwbouwgebied Ypenburg. Het Romeinse vondstcomplex in en rond het Wilhelminapark ligt hemelsbreed maar ca. 200 m ten westen van het plangebied. Toch is de landschappelijk situering daar waarschijnlijk anders dan die binnen het plangebied. De nederzetting(en) in het Wilhelminapark is gelegen op en vlak langs het stroomsysteem van de Gantel. Waarschijnlijk lagen daar in de Romeinse tijd de oeverafzettingen van de getijdegeul, net zoals op het iets verder gelegen Rijswijk-De Bult en daar ook in de buurt de recente waarnemingen aan de Mgr. Bekkerslaan, hoger en droger dan in het plangebied. Wel is het mogelijk dat de lager gelegen gronden deel hebben uitgemaakt van het cultuurlandschap rond de nederzetting. Bij het onderzoek in het kader van de spoorverbreding Rijswijk–Delft en de jaren daarna is bijvoorbeeld vastgesteld dat vanuit vindplaats 2 in het een stuk westelijker gelegen Wilhelminapark een Romeins greppelsysteem richting het plangebied loopt. Overigens is van een dergelijk Romeins greppelsysteem bij de archeologische begeleiding in 2005 van AHR-leiding K in het plangebied niets opgetekend, maar dat kan aan de ruimtelijk beperkte waarneming hebben gelegen. De greppels die daar toen zijn waargenomen stammen allemaal uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. In theorie is in het plangebied op dieper gelegen niveaus ook bewoning mogelijk uit de vroege prehistorie. Hiervoor dienen als belangrijkste referentie de onderzoeken in de wijk Ypenburg en de Plaspoel-, Hoek- en Harnaschpolders in Rijswijk en Schipluiden. Het plangebied ligt globaal gesitueerd tussen Ypenburg vindplaats 2 en de vindplaats in de A4 Plaspoelpolder en Hoekpolder 1 en 4 in het tracé A4. Het gaat om bewoning op opgestoven duinen en duintjes in een uitgestrekt kweldergebied nog achter de zone waar korte tijd later de achterste strandwal als afgesloten barrière werd gevormd. Het opsporen van dit type vindplaatsen is door de geringe omvang en diepteligging in combinatie met de in deze periode nog vrij lage bewoningsdichtheid vrij lastig. Toch is er op grond van de nabijheid van andere vindplaatsen ongeveer op dezelfde hoogte zeker sprake van een meer dan gemiddelde verwachting. De specifieke verwachting voor de Late Middeleeuwen wordt niet hoog ingeschat, maar is feitelijk onbekend. Uit het historisch kaartmateriaal vanaf het begin van de 17e eeuw zijn geen boerderijerven of woonplaatsen naar voren gekomen die wijzen op oudere voorgangers of de aanwezigheid van bewoningslinten. Daarbij moet worden aangetekend dat het op historisch kaartmateriaal ontbreken van aanwijzingen voor oudere voorgangers van erven of woonplaatsen of bewoningslinten natuurlijk niet alles zegt over de kans op hun aanwezigheid. De archeologische begeleiding in het noordelijke deel van het plangebied leverde voorts alleen enkele verkavelingsloten en nauwelijks vondsten op. Voor de Nieuwe Tijd geldt een hoge verwachting voor het aantreffen van resten die betrekking hebben om de historische tuinaanleg binnen het plangebied vanaf 1581. Deze tuinen zijn in de loop der tijd diverse malen naar de dan geldende mode aangepast en weer vergraven. Van bebouwing binnen het plangebied is geen sprake tot aan het midden van de vorige eeuw. Op basis van het bureauonderzoek is een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Hierbij werd een bouwvoor aangetroffen tot een diepte van 20 tot 60 centimeter beneden maaiveld. Deze bouwvoor kan worden gelinkt naar de bouw van kassen in de jaren 60 van de vorige eeuw. In vijf boringen is een grotere verstoring aangetroffen. Deze zijn te linken aan historische woningbouw en parkvorming. Onder de bouwvoor zijn getijdeafzettingen aangetroffen met een kleiige top. In de getijdeafzettingen zijn geen kenmerken van bodemvorming aangetroffen. Ook zijn de afzettingen niet ontkalkt. Verder zijn er geen kustduinen aangetroffen in de boringen. Vanwege de afwezigheid van natuurlijke bodemvorming (stilstand- en/of vegetatiehorizonten) in de top van de getijdeafzettingen, de afwezigheid van duinen in de wadafzettingen daaronder en de recent verstoorde bouwvoor kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen archeologische waarden worden verwacht. De archeologische verwachting voor het plangebied kan worden bijgesteld naar laag.
创建时间:
2024-01-31



