five

Plangebied Schellenskwartier te Eindhoven, gemeente Eindhoven.

收藏
DataCite Commons2025-10-27 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/117RNP
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p> Algemeen <p> In opdracht van Rho Adviseurs voor Leefruimte BV heeft RAAP in de winter van 2024/2025 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Schellenskwartier (grootte 1,24 ha) te Eindhoven. In het plangebied zijn grootschalige ontwikkelingen gepland. Aan de Vestdijk zullen in de loop van de jaren diverse nieuwe woongebouwen gerealiseerd worden. Hiervoor is een Verdichtingsvisie opgesteld. Naast de geschetste ambities biedt het kader een opmaat naar een omgevingsplan of omgevingsvergunning. De invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten is nog niet bekend, omdat nog geen inrichtingsplan bekend is. Wel zijn bepaalde zaken gespecificeerd, zoals zaken met betrekking tot de bouwhoogte en parkeren, maar gegevens over onderkeldering en andere ondergrondse bouwmassa zijn nog niet bekend, evenals over de Ecologische Verbindingszone van de Dommel. <p> Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Eindhoven ligt het plangebied overwegend in een terrein van hoge archeologische waarde. Het beleid voor deze terreinen schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 10 m2 en dieper dan 30 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. De voorschriften ten aanzien van archeologisch beleid zijn verankerd in het paraplubestemmingsplan archeologie. De dimensies van de bodemingrepen in omvang en diepte zijn nog niet exact bekend, maar het is wel duidelijk dat deze groter zijn dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. <p> Landschap en bodem <p> De geomorfologische en bodemkundige opbouw van het plangebied zijn niet gekarteerd, maar waarschijnlijk ligt het op de overgang van een dekzandvlakte in het zuiden naar het dal van de Dommel in het noorden. De Dommel lag in de Romeinse tijd meer dan 200 m noordwestelijker dan vanaf de late middeleeuwen. Mogelijk zijn nog meer oude meanders rond het dal van de Dommel in de ondergrond bewaard gebleven. Naast beekverleggingen vond gedurende het Holoceen vernatting van het landschap plaats, maar volgens paleogeografische kaarten heeft in het plangebied geen veengroei plaatsgevonden. Hoewel de bodemkundige kenmerken van het plangebied niet in kaart zijn gebracht, betreft het vermoedelijk redelijk tot goed ontwaterde zandbodems op de dekzandvlakte in het zuiden en slecht ontwaterde beekdalbodems in het beekdal in het noorden. <p> De bodem in het plangebied is lokaal verstoord door bebouwing en de aanleg van kabels en leidingen. Met name door de aanleg van leidingen en ondergrondse bebouwing is de kans groot dat delen van het archeologisch bodemarchief ernstig zijn aangetast. <p> Archeologische gegevens <p> Uit het plangebied zijn geen archeologische complexen bekend, maar wel uit de omgeving. Deze bestaan uit een breed scala aan complextypen en archeologische perioden. De oudste vondsten betreffen een rituele depositie uit de late bronstijd en een houten constructie uit de Romeinse tijd, mogelijk van een beekdalovergang of een laad- en losplaats aan een oude arm van de Dommel. De meeste vindplaatsen in de omgeving houden verband met de stad Eindhoven en zijn gerelateerd aan de (post) middeleeuwse verdediging van de stad, infrastructuur en percelering vanaf de late middeleeuwen alsook ambachtelijke activiteiten uit de nieuwe tijd. <p> Daaruit blijkt dat alle delen van het natuurlijke landschap in Eindhoven in het verleden wel op één of andere manier zijn gebruikt, met name na de aanleg van het Eindhovens Kanaal in 1846 en de aanleg van de spoorlijn in 1866. In de eerste decennia van de 20e eeuw verschenen diverse gebouwen in het plangebied. Deze hebben een speciale status als gemeentelijk monument of cultuurhistorisch pand, terwijl verschillende zones in het plangebied deel uit maken van de historische, stedenbouwkundige of wegenstructuur van vóór 1900. <p> Gespecificeerde archeologische verwachting <p> Met betrekking tot de steentijd geldt een hoge verwachting voor kampementen uit het mesolithicum in de gradiëntzone van de dekzandvlakte naar het dal van de Dommel. Met betrekking tot de late prehistorie tot de volle middeleeuwen geldt voor de dekzandvlakte een hoge verwachting voor geïsoleerde erven, begravingen en sporen gerelateerd aan ambachten, terwijl het voor het beekdal eerder gaat om off site-fenomenen zoals sporen die gerelateerd aan water en percelering. In het dal van de Dommel worden vooral vindplaatstypen verwacht, die in relatie staan tot beekovergangen, deposities, grondstofwinning en visvangst(?). Voor vindplaatsen vanaf de late middeleeuwen is de verwachting gerelateerd aan de stad Eindhoven. <p> Er geldt een lage/middelhoge verwachting voor resten van bewoning op de dekzandvlakte. Met betrekking tot de nieuwe tijd A/B geldt een middelhoge verwachting voor resten van bewoning en een hoge verwachting voor resten van infrastructuur en economische activiteiten. Tevens is voor het gebied grenzend aan de Dommel een hoge verwachting voor watergerelateerde resten, zoals oeverbeschoeiing, bruggen, grondstofwinning en waterwerken in en om de stad. <p> Pas met de opkomst van de industrialisatie in de tweede helft van de 19e eeuw geldt een hoge verwachting voor sporen van bebouwing en ambachtelijke bedrijvigheid in kleinere industrieën. In het dal van de Dommel kunnen uit alle perioden ook organische en paleo-ecologische resten aanwezig zijn. Er is mogelijk sprake van een goede conservering van de archeologische resten. Het is echter de vraag in hoeverre het oude loopvlak in het plangebied nog geconserveerd is en eventuele archeologische resten goed beschermd waren tegen jongere bodembewerking. Cultuurhistorische waarden <p> Het pand uit 1926 aan de Vestdijk 282-284 is een gemeentelijk monument. In het plangebied bevinden zich drie bouwwerken met een cultuurhistorische waarde: Geldropseweg 1, Stratumsedijk 9 en Vestdijk – hoek Bleekweg. Het Schellenscomplex heeft een stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging aan de vroegere rand van de stad, aan de overzijde van de Dommel. <p> Advies <p> Het advies is meerledig, omdat de planvorming zich nog in een oriënterende fase bevindt en nog niet concreet is uitgewerkt. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek blijkt dat de kans groot is dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn, die mogelijk bedreigd worden door de voorgenomen planvorming. Daarom wordt meegegeven te onderzoeken of het mogelijk is om de plannen zodanig aan te passen dat grootschalige verstoring van de bodem wordt voorkomen, waarbij direct opgemerkt wordt dat er nog geen archeologische vindplaatsen in het plangebied zijn aangetoond. Deze optie wordt toch genoemd, omdat er praktische belemmeringen zijn om de archeologische waarde van het plangebied op voorhand goed in kaart te brengen zodat een gedegen afweging kan worden gemaakt. Planaanpassing kan door archeologievriendelijk te bouwen. <p> Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt geadviseerd om de gespecificeerde verwachting te toetsen door middel van een proefsleuvenonderzoek met mogelijke doorstart tot opgraving. Op basis van een proefsleuvenonderzoek dient een afweging ten aanzien van archeologische resten te worden gemaakt: (alsnog) behoud in situ, het uitvoeren van een archeologische opgraving (al dan niet variant archeologische begeleiding) of het afschrijven van de archeologische resten. Het proefsleuvenonderzoek wordt bij voorkeur in een vroeg stadium van planvorming en voorafgaand aan de civieltechnische werkzaamheden uitgevoerd, maar kan op praktische belemmeringen stuiten, zoals betredingstoestemming, bereikbaarheid en uitvoerbaarheid in verband met bereikbaarheid en veiligheid (aanwezigheid van kabels en leidingen). Bij een reguliere archeologische opgraving wordt het archeologisch onderzoek in een latere fase van de planvorming uitgevoerd voorafgaand aan de civieltechnische werkzaamheden. Bij een archeologische opgraving variant archeologische begeleiding wordt het archeologisch onderzoek ook in een latere fase van planvorming uitgevoerd, maar in combinatie met de civieltechnische werkzaamheden. <p> De vraagstelling aan het veldonderzoek is afhankelijk van de onderzoeksvorm. Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd om vast te stellen of zich binnen het plangebied behoudenswaardige archeologische resten bevinden. Een opgraving al dan niet variant archeologische begeleiding wordt uitgevoerd om informatie over de vindplaats en behoudenswaardige resten veilig te stellen en ex situ te bewaren. Daartoe worden alle aangetroffen archeologische resten zo compleet mogelijk gedocumenteerd en geïnterpreteerd met betrekking tot datering, complextype, functie en relatie tot bekende sites in de omgeving. <p> Het kan een serieuze uitdaging zijn om de doorlooptijd van het ontwikkelingsproject als geheel conform planning te laten verlopen. Het is daarom essentieel dat één en ander strak wordt afgestemd, ingepland en vastgelegd. Zo moet het gravend onderzoek (zowel een archeologisch proefsleuvenonderzoek als een archeologische opgraving) voldoen aan bepaalde eisen en voorwaarden die in een zogenaamd Programma van Eisen zijn vastgelegd. Dit document moet op voorhand aan het bevoegd gezag, de gemeente Eindhoven, zijn voorgelegd en formeel geaccordeerd worden door het bevoegd gezag, de initiatiefnemer en de archeologische uitvoerder en ter kennisgeving zijn aangeboden aan het depot voor bodemvondsten van de gemeente Eindhoven. <p> Tot slot <p> Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Eindhoven, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit. Met betrekking tot de bevindingen van onderhavig onderzoek kan contact opgenomen worden met de adviseur namens het bevoegd gezag.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-10-24
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务