WaterleidingtracÈ tussen Beuningen en Ewijk, gemeente Beuningen.
收藏DataCite Commons2025-03-10 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/GJXUID
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Strukton Wegen Beton heeft RAAP tussen augustus en december 2024 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor een plangebied waarin een waterleiding bij Beuningen en Ewijk zal worden aangelegd (figuur 1). De geplande werksleuf voor de aan te leggen waterleiding wordt 1,5 m breed en zal tot 2 m -mv worden uitgegraven. De werkstrook langs de aan te leggen buis is circa 35 ‡ 40 m breed. Op sommige plekken, met name bij (water)wegen wordt de leiding in de vorm van horizontaal gestuurde boring aangelegd. Bij iedere gestuurde boring zal een in- en uittredepunt worden gerealiseerd van tenminste 5 x 5 m. Na het aanleggen van de waterleiding en de overige werkzaamheden zullen de percelen cultuurtechnisch worden hersteld. Het onderzoek is nodig in het kader van de voorgenomen bodemingrepen die eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen verstoren. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Op basis van het onderhavig bureaustudie ligt het geplande waterleidingtracÈ op de overgang van een hogere stroomrugglooiing richting een lagere rivierkomvlakte. Derhalve kenmerkt het gebied zich door een gestapeld landschap waarin meerdere archeologische niveaus kunnen voorkomen. Het oppervlakkig gelegen archeologische niveau ter hoogte van de meandergordel van Winssen is door agrarische activiteit (deels) opgenomen in de bouwvoor, maar zijn diepere niveaus onder de bouwvoor naar verwachting nog intact. Het archeologisch relevante niveau is uiteindelijk door afzettingen van de Maas afgedekt en ligt aan de noordzijde van het tracÈ al vanaf 20 cm -mv. Vanaf de rotonde bij de Hadrianussingel ligt het tracÈ in een komgebied en is het afgedekt door een kleipakket van 1 ‡ 2 m dik. Onder dit pakket kan op de oevers van de onderliggende geulen nog sprake zijn van een ouder archeologisch relevant niveau. Het archeologisch niveau ligt hier naar verwachting op een diepte tussen 1 en 4 m -mv. Het archeologisch booronderzoek heeft aangetoond dat in het plangebied vrijwel geen sprake is van diepe bodemverstoringen. Derhalve kunnen vanaf de basis van de bouwvoor nog vindplaatsen uit alle perioden worden verwacht. Aan de noordzijde van het plangebied raken de geplande ingrepen het potentieel niveau uit de ijzertijd en/of Romeinse tijd, maar ook een eventueel middeleeuws niveau. Hier geldt een hoge archeologische verwachting, welke ook na het verkennend booronderzoek blijft gehandhaafd. Vanaf de A73 tot aan de Nieuwe Wetering en het Vitens-gebouw doorkruist het tracÈ een rivierkom- en terrasvlakte met nog diverse verlande (holocene) geulsystemen en bijbehorende oevers, inclusief vegetatieniveaus (laklagen). Dergelijke hooggelegen locaties nabij (reeds verlande) watervoerende locaties worden over het algemeen als het zeer kansrijk beschouwd. Derhalve blijft voor de meeste delen van het geplande tracÈ de hoge verwachting gehandhaafd, maar kan voor sommige delen de archeologische verwachting worden bijgesteld naar ‘laag’. De lagere verwachting hangt samen met de verstoorde top van het profiel, de waargenomen lithogenetische kenmerken (pakket komklei, diepgelegen crevasseafzettingen op pleistoceen terras) en de resultaten van het in 2024 uitgevoerd proefsleuvenonderzoek bij het Vitens-gebouw. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt voor een groot deel van het plangebied mogelijke archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Dat kan middels HDD-boringen in de zones met een hoge verwachting. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen om in het kader van de bestaande planvorming een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. In een klein deel van het plangebied – de twee zones met een lagere archeologische verwachting – wordt in het kader van de voorgenomen ingrepen aldaar geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Het rivierengebied – zo ook het Land van Maas en Waal - is echter een zeer rijk archeologisch gebied waar ook in de zones met een relatief lage verwachting regelmatig nog (onverwacht) vondsten aan het licht komen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden in de zones met een lagere archeologische verwachting resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). NB. Aan de noordzijde van het plangebied kan de plaatselijke (reeds bestaande) infrastructuur beperkend zijn voor de aard van het geadviseerde vervolgonderzoek. Derhalve wordt aangeraden om hier tijdens het opstellen van het Programma van Eisen (PvE) rekening mee te houden. Alvorens de uitvoering van het geadviseerde proefsleuvenonderzoek dient het PvE ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Beuningen, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-03-05



