Zonneoord fase 2 en 3, gemeente Den Haag. Bureauonderzoek Archeologische Waarden en Inventariserend Veldonderzoek – Overig
收藏DataCite Commons2025-02-11 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/FVEAJ1
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In het plangebied Zonneoord fase 2 en 3 gaat de firma Nijkamp in opdracht van Eneco een warmte- en koudenet aanleggen. Volgens de ontwerpplannen betreft het meerdere losse tracés verdeeld over vier deelprojecten (101-104) met een totale lengte van circa 500 m. De sleuven die aangelegd gaan worden, hebben een breedte van 2 m en een diepte van 2 m – mv (maximaal 2,41 m – NAP) tot de onderkant van de aan te leggen buizen. Bij deze werkzaamheden zullen eventuele archeologische waarden verstoord worden. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een archeologische verwachting op resten van bewoning in het neolithicum op (met veen afgedekte) duinen en op resten uit de (midden) ijzertijd van bewoning op veraard veen (1,85 m – NAP en lager). Mogelijke resten uit de ijzertijd, Romeinse tijd, late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen zich in en op afzettingen van het Gantelsysteem bevinden (0,5 – 1,5 m – NAP). Deze verwachting is door middel van een booronderzoek getoetst. Op basis van het booronderzoek blijkt dat in het plangebied geen neolithische duintjes aanwezig zijn, waarop in deze periode bewoning mogelijk zou zijn geweest. Wel is een geul aangetoond die in deze periode door het plangebied stroomde, maar deze ligt onder de geplande verstoringsdiepte van 2 m – mv (max 2,41 m – NAP). In de ijzertijd was bewoning op veraard veen mogelijk, maar hiervan zijn geen aanwijzingen aangetroffen. In deelgebied 101 werd op een diepte van 0,7 tot 1,2 m – NAP houtskool aangetroffen in een bodem in de Gantel Laag. In deelgebied 104D werden op dieptes van 0,82 en 1,18 m – NAP fragmenten handgevormd aardewerk verzameld uit een bodem eveneens in de Gantel Laag. En tot slot kwamen bij boringen in deelgebieden 104A en 104B restanten van greppels uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd aan het licht, waaruit vondstmateriaal (aardewerk en baksteenpuin) is verzameld op dieptes van 1,1 tot 2 m – NAP. Bij de aanleg van het warmte- en koudenet tot 2 m – mv worden deze archeologische resten waarschijnlijk verstoord. De aard en omvang van de vindplaatsen zijn echter nog niet goed vastgesteld, waardoor archeologisch vervolgonderzoek aan de orde is. Dit inventariserend veldonderzoek (IVO) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting verder aan te vullen en te toetsen. Door middel van waarnemingen in het veld wordt extra informatie verkregen over de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Normaliter wordt op dit punt gekozen voor een proefsleuvenonderzoek (Inventariserend Veldonderzoek-Proefsleuven [IVO-P]), waarbij veldwerk bestaat uit het aanleggen van proefsleuven en profielen. Gezien de beperkte omvang van het plangebied, in bijzonder de smalte van 2 m van de leidingsleuven, verdient deze variant echter niet de voorkeur. Een alternatieve vorm van inventariserend veldonderzoek is een karterend booronderzoek (IVO-O, karterende fase). Ook bij deze variant van inventariserend veldonderzoek wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van vondsten en/of sporen. Wanneer gekozen wordt voor een nauw grid van boringen (circa 40 per hectare), gecombineerd met een ruimere boordiameter (12 of 15 cm Edelmanboor en 6 cm guts), dan kunnen aard, omvang, datering, gaafheid, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de archeologische resten worden vastgesteld. Voor dit onderzoek dient een Plan van Aanpak te worden opgesteld waarin deze specificaties verder worden uitgewerkt en waarin aanvullende onderzoeksvragen worden opgesteld. Dit Plan van Aanpak moet door het bevoegd gezag zijn goedgekeurd.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-11



