five

Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, karterende fase. Aanleg watertransportleiding Vechterweerd-Heino, gemeente Dalfsen en Raalte.

收藏
DataCite Commons2024-07-12 更新2024-07-13 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/CSWT3T
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In april en mei 2024 heeft Antea Group in opdracht van Heijmans Infra een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen (karterende fase) uitgevoerd in voorbereiding op de aanleg van een drinkwatertransportleiding (TraPo) tussen Vechterweerd en Heino (gemeente Dalfsen en Raalte). Ten behoeve van de geplande aanleg worden bodemverstorende werkzaamheden uitgevoerd, waarbij mogelijke archeologische resten zullen worden vernietigd. Volgens het beleid van gemeenten Raalte en Dalfsen is het plangebied onderzoeksplichtig, archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Het totale tracé heeft een lengte van 13.575 m. Circa 4.650 m is reeds middels het verkennende booronderzoek onderzocht. Binnen het totale tracé betreft het onderhavige plangebied een segment uit advieszone 5 (met een tracélengte van ca. 100 m), en twee segmenten uit advieszone 12 (met een tracélengte van ca. 70 m). Met de civieltechnische werkzaamheden zal de bodem tot circa 1,5 m -mv worden ontgraven. Voorafgaand aan het karterende booronderzoek is eerst een archeologisch bureauonderzoek opgesteld. Het plangebied ligt in een landschap wat wordt gekenmerkt door langgerekte rivierduinen en dekzandruggen en uitgestrekte dalvormige laagtes, die de restanten zijn van pleistocene rivierlopen. Er werd archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd voor een 13-tal afzonderlijke zones waarvoor een hoge verwachting op alle perioden en samenhangen met de ligging op/nabij rivierduinen of dekzandruggen. Bij het daaropvolgende verkennend booronderzoek lieten de boorprofielen een landschap zien waarin rivierduinen en dekzandruggen worden afgewisseld met dekzandwelvingen en beekdalen/dalvormige laagtes. Bij het booronderzoek werd binnen een drietal zones direct een karterend booronderzoek uitgevoerd vanwege een hoge en concrete archeologische verwachting. Het betrof een hoge dekzandrug (met plaggendek en met weinig kans op verstoring; er werden uiteindelijk geen archeologische indicatoren aangetroffen); een zone waar funderingen van bijgebouwen van boerderij Tibben (nieuwe tijd) werden verwacht, en een zone waar resten van een middeleeuws kloostercomplex zouden kunnen worden aangetroffen (hier werd uiteindelijk een archeologische begeleiding, IVO-P, geadviseerd). Verder zijn in voorafgaande het verkennend booronderzoek binnen advieszone 5 en 12 potentiële archeologische niveaus waargenomen, waarvoor een aanvullend karterende booronderzoek werd geadviseerd. Dit is de concrete aanleiding voor de uitvoer van het onderhavige karterende booronderzoek. In zone 5 betreft het intacte rivierduinafzettingen waarbinnen een begraven bodemprofiel is waargenomen (met een archeologische verwachting voor het laat paleolithicum t/m nieuwe tijd) en in zone 12 een Allerød-bodem (met een archeologische verwachting voor het laat-paleolithicum). Conclusies en advies Er zijn tijdens het karterende booronderzoek geen relevante archeologische sporen aangetroffen. De boringen binnen advieszone 5 liggen volgens de geomorfologische kaart op een vlakte van rivierafzettingen in het noorden, op een rivierduin in het zuiden. Het tracé ter plaatse van de rivierafzettingen (ter hoogte van boorpunt 1-2) was waarschijnlijk te nat geweest voor bewoning. Richting de flank en top van de rivierduin richting het zuiden toe, zijn in boringen 4-6 redelijk intacte begraven podzolen aangetroffen. De podzolen zijn bemonsterd en gezeefd, en daarbij zijn geen verdere relevante archeologische indicatoren waargenomen. Bij boring 3 en 7-10 zijn geen archeologisch relevante lagen aangetroffen. De boringen binnen advieszone 12 liggen volgens de geomorfologische kaart op een dekzandrug. Onder de (recente) bouwvoor kwamen bij de meeste boringen (behalve bij boring 18-19 en 20-21) resten van een inspoelingshorizont van een podzol voor (BC-horizont), die op de C-horizont van het dekzand lag. De oorspronkelijk aanwezige podzolen zijn dus afgetopt, waarmee het oorspronkelijke potentiële archeologische niveau is verdwenen. In het eerder uitgevoerde karterende booronderzoek zijn geen relevante archeologische indicatoren in de (resten) van de podzolen waargenomen. Verder is binnen de C-horizont van het dekzand bij boorpunt 11-13, 16-17, 19 en 21 de Allerød-laag aangetroffen (Laag van Usselo). Deze is bemonsterd en gezeefd, en daarbij zijn eveneens geen relevante archeologische indicatoren waargenomen. Wel is er bij boringen 11-13 houtskool waargenomen, maar het is bekend dat deze een natuurlijke oorsprong hebben. Vanwege het ontbreken van archeologische indicatoren, kan binnen het plangebied de archeologische verwachting worden bijgesteld naar geen archeologische verwachting. Geadviseerd wordt om het plangebied ter hoogte van zone 5 en 12 vrij te geven.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2024-06-25
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务