Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek dmv verkennende boringen tbv modificaties 4 en 7 op het leidingtracé Amsterdamscheveld-Coevorden N-540-60
收藏DANS Data Station Archaeology2016-04-21 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-27K-T3JN
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is het voornemen van de opdrachtgever om in het kader van de GNIP Amsterdamscheveld - Coevorden in totaal negen locaties (modificaties/schema's) te herontwikkelen. Deze herontwikkeling omvat o.a. het vervangen van schema's. In dit kader heeft de heer B. Hofman, als archeologische adviseur verbonden aan de Gasunie, aangegeven dat: 1) modificaties 1, 3, 5, 6, 8 en 9 niet archeologisch onderzocht hoeven te worden; 2) locatie 2 vooralsnog niet hoeft te worden onderzocht; 3) alleen locaties 4 (S-4928) en 7 (S-4732) een archeologische dubbelbestemming hebben en dus archeologisch onderzoek behoeven. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Coevorden uit 20121 ligt modificatie 4 in een gebied waarvoor een grote kans op het aantreffen van archeologische vindplaatsen geldt. Voor dergelijke gebieden geldt een ondergrens van 500 m2 en een diepte van 30 cm. Op de concept archeologische beleidskaart van Emmen2 ligt modificatie 7 in een zone dat een middelhoge of hoge verwachtingswaarde kan worden toegekend. Hiervoor geldt een ondergrens van 1000 m2 en een diepte van 40 cm. Aangezien beide modificaties niet binnen de vrijstellingsgrens vallen dient er conform zowel het beleid van de gemeente Coevorden als de gemeente Emmen in ieder geval een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd te worden. In de huidige rapportage worden de resultaten van dit onderzoek ter plaatse van modificaties 4 en 7 gepresenteerd. Er zal verder niet worden ingegaan op de andere vijf modificaties. De gehanteerde onderzoeksstrategie past binnen de zogenaamde Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Deze cyclus wordt toegelicht in bijlage 2. Het onderzoek vindt plaats in het kader van een ruimtelijke onderbouwing. Doel van het onderhavige onderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel en het formuleren van aanbevelingen voor de wijze waarop met eventueel aanwezige archeologische waarden dient te worden omgegaan. Het gespecificeerde verwachtingsmodel zal vervolgens worden getoetst door middel van een veldonderzoek. Hierbij zal het bodemprofiel, de mate van bodemverstoring en het bepalen van de aan- of afwezigheid van eventueel aanwezige archeologische waarden en een advies naar het bevoegd gezag (de gemeenten Coevorden en Emmen) hoe hiermee om te gaan. Op basis van het bureauonderzoek werd enerzijds verwacht dat zich binnen het plangebied archeologische waarden uit de periode vanaf het laat paleolithicum zouden kunnen bevinden en anderzijds werd er rekening mee gehouden dat de bodem door eerdere graafwerkzaamheden zou zijn verstoord en daardoor de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden laag zou zijn. Het veldonderzoek heeft inderdaad de verwachte bodemverstoring aangetoond; de bodem is bij de aanleg van een werkstrook alsmede de aanleg van een leidingsleuf dermate verstoord dat de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden laag kan worden ingeschat. 1 www.coevorden.nl. 2 http://gemeente.emmen.nl. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek modificaties 4 (S-4928) en 7 (S-4732) Projectnr. 268074 oktober 2014, revisie 0A 6 van 21 arch2.2 (Selectie)advies Op basis van de resultaten van het veldonderzoek (een verstoord bodemprofiel) alsmede het feit dat de voorgenomen graafwerkzaamheden plaats zullen vinden in een reeds vergraven gebied (voormalige werkstrook en leidingsleuf) wordt aanbevolen geen nader archeologisch onderzoek uit te (laten) voeren en het plangebied vrij te geven ten gunste van de voorgenomen maatregelen.</p>
提供机构:
Antea Group
创建时间:
2016-04-19



