Eindrapportage archeologisch verkennend booronderzoek (14129.001) Ettensebaan 10 te Breda
收藏DANS Data Station Archaeology2021-03-08 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XAY-BPFC
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Resultaten inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)<br>De resultaten van het veldonderzoek (verkennende fase) laten zien dat binnen vrijwel het gehele plangebied reeds diepgaande bodemverstorende ingrepen zijn uitgevoerd die zeer waarschijnlijk het resultaat zijn van de bouw, inrichting en verdere ontwikkeling van zowel het fabrieksterrein (voormalige Kerry-fabriek) als het bedrijfsterrein in het uiterst zuidwestelijke deel van het plangebied. De bodemopbouw bestaat tot een diepte variërend tussen minimaal 120 tot dieper dan 200 cm -mv uit een opeenvolging van verschillende lagen lichtgrijsgeel, donkergrijsgeel, donkergrijsbruin tot don-kergrijs gekleurd en gevlekt, zwak tot matig humeus, matig siltig, zeer fijn zand. Daar waar binnen 200 cm -mv de onverstoorde bodem is aangetroffen betreft het direct C-horizont. Het oorspronkelijk moedermateriaal betreft ten dele verspoelde dekzanden, welke meest waarschijnlijk toegeschreven kunnen worden aan Oud Dekzand, en bestaat uit variërend van geelgrijs, lichtgrijswit tot lichtgrijsgroen gekleurd, matig tot uiterst siltig, zeer fijn zand. In geen van de boringen zijn veenlagen dan wel klei-/leemlagen aangetroffen die geassocieerd kunnen worden met opgevulde/verlande vennen of beekbeddingen (beekdalafzettingen), welke gebaseerd op Leenders werden verwacht in de noordoostelijke, centrale en zuidwestelijk delen van het fabrieksterrein. Dit betreffen delen van het plangebied waar ook diepgaande bodemverstoringen zijn aangetroffen, tot 200 cm -mv dan wel dieper. Het is goed mogelijk dat tijdens graafwerkzaamheden ten behoeve van de bouw en verdere ontwikkeling van het fabrieksterrein beekdalafzettingen tot grotere diepte zijn ontgraven (en daarmee buiten het bereik van de boordiepte van minimaal 200 cm -mv). </p><p>Bij veel boringen is in de bovenste meter van het geroerde/verstoorde deel van de bodemopbouw een vermenging met sloopafval aangetroffen (resten/brokken beton- en baksteenpuin). Daarnaast zijn er in het meest centraal oostelijke deel van het plangebied veel glasresten gedumpt en is er verder lokaal nog sprake van fijne resten kolengruis. Deze resten zijn zeer waarschijnlijk vanaf de jaren ’30 van de vorige eeuw vermengd geraakt met ontgraven en vervolgens teruggestorte grond tijdens de bouw en verdere ontwikkeling van het fabrieksterrein, en worden dan ook niet als archeologisch relevant beschouwd. In het onverstoorde deel van de bodemopbouw zijn verder geen archeologische indicatoren aangetroffen. Ook zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van door de mens gevormde oude ((pre-)historische) cultuurlagen/antropogene lagen. </p><p>Conclusie<br>Geconcludeerd wordt dat, op basis van de veelal diepgaande verstoorde bodemopbouw en het verder ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats, de middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor het merendeel van het plangebied bijgesteld dient te worden naar een lage verwachting. Er zijn geen duidelijke aanleiding om de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied nog te vermoeden.</p><p>Advies<br>Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is sprake van een diepgaande, sterk verstoorde bodemopbouw binnen het plangebied, waardoor archeologische resten niet meer in situ worden verwacht (archeologisch potentiële sporen-/vondstniveau is sterk aangetast dan wel volledig verwijderd). Daarnaast zijn er geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen tijdens het onderzoek. Een archeologische vindplaats wordt niet meer verwacht binnen het plangebied.</p><p>Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), de gemeente Breda of de provincie Noord-Brabant.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2021-02-23



