five

Eemnes, Laarderweg 70 Gemeente Eemnes

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-06-16 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2BK-6QRR
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>in februari 2019 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Laarderweg 70 in Eemnes (gemeente Eemnes). De aanleiding voor het onderzoek vormt een bestemmingsplanwijziging en aanvraag omgevingsvergunning voor de realisatie van een appartementencomplex in het plangebied. In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan een dubbelbestemming Waarde Archeologie middelhoge verwachting. Dit betekent dat een archeologisch onderzoek verplicht is bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang (750 m2) van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is. Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O).</p><p>Conclusie • Op basis van het bureauonderzoek is een middelhoge verwachting opgesteld voor de periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum. Indien aanwezig, zullen resten uit deze perioden zich in de top van het dekzand bevinden. Gedurende het Neolithicum heeft veenvorming opgetreden in het plangebied waardoor het geen gunstige locatie voor bewoning was, hierom is er een lage verwachting op archeologische resten uit de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen opgesteld. Op basis van het ontbreken van historische bebouwing op historisch kaartmateriaal is een lage verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd opgesteld. • Op basis van de resultaten van het veldonderzoek blijkt dat in het plangebied dekzand aanwezig is tussen 1,3 en 0,75 m NAP. Er zijn sporen van bodemvorming waargenomen, bestaande uit een inspoelingshorizont en C-horizont. Een A- en E-horizont zijn niet aangetroffen. Dit houdt in dat het dekzandprofiel deels is afgetopt. Hiermee zullen vindplaatsen die zich kenmerken door een vondststrooiing in de A-horizont (zoals Laat-Paleolithische en Mesolithische vindplaatsen) niet meer aanwezig zijn. De middelhoge verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum – Mesolithicum kan naar beneden worden bijgesteld. Grondsporen kunnen zich echter nog wel aftekenen in de C-horizont. Dit betekent dat vindplaatsen die zich hierdoor kenmerken (zoals uit de periode Neolithicum-Vroege Middeleeuwen) wel aanwezig kunnen zijn in het plangebied. De middelhoge verwachting voor het Neolithicum kan worden gehandhaafd. Daarnaast kan de lage verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd worden gehandhaafd; er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van archeologische resten uit deze periode binnen het plangebied (zoals cultuurlagen of funderingsresten). Dergelijke resten werden vanuit het bureauonderzoek ook niet verwacht. Op basis van de bouwtekeningen van de huidige bebouwing en een uitgevoerde sanering zijn locaties aan te wijzen die aantoonbaar verstoord zijn (bijlage 6). Dit wordt eveneens bevestigd door een boring in dit gedeelte van het plangebied; deze laat zien dat de ondergrond tot minimaal 150 cm -Mv is verstoord. Het archeologisch relevante niveau (de top van het dekzand) is in dit gedeelte van het plangebied niet meer intact.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-04-18
5,000+
优质数据集
54 个
任务类型
进入经典数据集
二维码
社区交流群

面向社区/商业的数据集话题

二维码
科研交流群

面向高校/科研机构的开源数据集话题

数据驱动未来

携手共赢发展

商业合作