five

Bureauonderzoek Archeologie Plangebied Geldereschweg 33, 35 en 39 te Meddo, Gemeente Winterswijk

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-05-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZA3-YB8U
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Hamaland Advies heeft namens Rombou in opdracht van dhr. J. Pierik, ten behoeve van de nieuwbouw van een burgerwoning aan de Geldereschweg 39 te Meddo een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 100 m². De ontgravingsdiepte ten behoeve van de nieuwbouw is nog onbekend, maar zal zeker 80 cm-mv bedragen (vorstvrij funderen).</p><p>Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Winterswijk ligt het plangebied in een gebied met een hoge verwachting. In het bestemmingsplan Buitengebied Winterswijk (2011) heeft het gebied ‘Waarde - Archeologische verwachting 2’. Het beleid van de Gemeente Winterswijk is om conform de bestemmingsplanrichtlijn en de erfgoedverordening archeologisch onderzoek te verplichten bij een verstoringsoppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 40 cm-mv1. Het plangebied dient vanwege de oppervlakteoverschrijding te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek (SIKB protocol 4002). </p><p>Conclusie <br>Op basis van het bureauonderzoek blijkt dat er binnen het plangebied vermoedelijk sprake is van een dun dekzanddek gelegen op keizand/leem, wat mogelijk is afgedekt met een eerddek. In de prehistorie en de vroeg historische perioden blijken gronden met een dun dekzanddek en waar op geringe diepte keileem voorkomt, doorgaans niet voor bewoning en landbouw gebruikt te zijn. Ook de oudste middeleeuwse ontginningen hebben zich nog aan deze gronden onttrokken. Pas bij uitbreidingen van de gezamenlijke bouwlandcomplexen aan het einde van de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd konden deze gronden, als deze gronden aan oude bouwlanden grensden, met een plaggendek overdekt raken. Historisch kaartmateriaal laat zien dat het plangebied tot het begin van de 20e eeuw bestond uit heide, bovenstaand vermoeden ondersteunend. De hoge archeologische verwachting op de beleidskaart van de gemeente lijkt dan ook niet geheel terecht. Tot de Vroege Middeleeuwen wordt de kans op archeologische waarden middelhoog verwacht. Vanaf de Late Middeleeuwen geldt een lage archeologische verwachting door het ontbreken van historische bebouwing.</p><p>Selectieadvies<br>Het plangebied heeft een oppervlakte van 3.360 m² en omdat het een bestemmingsplanwijziging betreft is het daarmee in principe onderzoeksplichtig. De kans op archeologische waarden binnen het plangebied is kleiner dan verwacht werd op de archeologische beleidskaart, omdat het een relatief jonge ontginning betreft en het grenst aan een gebied met broekige kampontginningen die in principe een lagere verwachting hebben. Ook zijn in de directe omgeving van het plangebied geen historische boerderijlocaties bekend en zijn door de huidige inrichting van het terrein al de nodige bodemverstoringen veroorzaakt. Daarom adviseren wij om voor de geplande ontwikkeling binnen het plangebied, de bouw van het woonhuis en de sloop van de loodsen, geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren.</p><p>Selectiebesluit<br>Het rapport en het selectieadvies zijn op 6 mei 2020 beoordeeld door het bevoegd gezag, gemeente Winterswijk (dhr. K. Meinderts) en de toetser namens de gemeente, de Omgevingsdienst Achterhoek (drs. D. Kastelein) De heer D. Kastelein stemt in met het advies van Hamaland dat de bureaustudie voldoende argumenten levert om geen verder onderzoek te vragen. Er is geen aanleiding om vervolgonderzoek te vragen. De heer D. Kastelein adviseert de gemeente Winterswijk om met dit advies in te stemmen.</p><p>Voorbehoud<br>Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.</p><p>Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Winterswijk (dhr. K. Meinderts) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Hamaland Advies
创建时间:
2020-05-13
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务