Plangebied COS-terrein te Obbicht, gemeente Sittard-Geleen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek).
收藏DANS Data Station Archaeology2019-06-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZRT-FHUV
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de gemeente Sittard-Geleen heeft RAAP in juli 2018 een bureauonderzoek, verkennend booronderzoek en een oppervlaktekartering uitgevoerd te plangebied COS-locatie tussen Grevenbicht en Obbicht in de gemeente Sittard-Geleen. Dit onderzoek was nodig in verband met een bestemmingsplanwijziging. Momenteel kent het gebied een agrarisch gebruik, maar de gemeente heeft het voornemen in het plangebied een school en sportvelden op te richten.</p><p>Het plangebied ligt op het Jonge Dryasterras. De basis van de afzettingen bestaat uit grind uit de Jonge Dryas. Het grind wordt afgedekt met kleiige oeverafzettingen uit het Vroeg Holoceen, die aan het maaiveld liggen. In geomorfologisch opzicht ligt het plangebied op de dalvlakte uit de Jonge Dryas, in het uiterste zuiden ligt een restgeul. Geulvullingen zijn echter niet aangetroffen. De bodem kan als een ooivaaggrond beschreven worden.</p><p>Minstens sinds het begin van de 19e eeuw is het gebied als akkerland in gebruik, terwijl sommige percelen in de 20e eeuw ook als weiland of boomgaard in gebruik waren. Bebouwing is op historische kaarten niet terug te vinden. In het plangebied waren voorafgaand aan het onderzoek nog geen vindplaatsen bekend. In de omgeving liggen vele vindplaatsen uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Het gaat daarbij naast reguliere nederzettingen en losse vondsten ook om een Romeinse villa, een Romeinse muntschat en een vroeg-middeleeuws grafveld. Binnen het plangebied zijn enkele vondsten uit de Romeinse tijd gedaan door de heer Geelen uit Grevenbicht.</p><p>Tijdens het booronderzoek bestond de mogelijkheid in de zuidoostelijke hoek van het plangebied een beperkte oppervlaktekartering uit te voeren. Deze leverde enkele vondsten uit de steentijd op, en ook een zone waar mogelijk bebouwing heeft gestaan in de Romeinse tijd. Dit sluit aan bij de (metaal)vondsten die de heer Geelen langs de zuidoostelijke rand en ten oosten van het plangebied gedaan heeft. Op basis van het bureau- en veldonderzoek kan een hoge verwachting aan het plangebied worden toegekend voor de periode mesolithicum, neolithicum, bronstijd, ijzertijd, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen. Voor de zuidoostelijke hoek kan een zeer hoge archeologische verwachting voor bebouwing uit de Romeinse tijd toegekend worden. Vindplaatsen uit het paleolithicum, volle-/late middeleeuwen of nieuwe tijd worden niet verwacht.</p><p>De bodemingrepen zijn qua exacte locatie, omvang en diepte nog niet heel erg concreet. Het wordt aanbevolen de (eventuele) archeologische resten in situ te behouden. Dat kan gerealiseerd worden door het hele plangebied zoveel op te hogen dat de bouwvoor niet geroerd wordt en als buffer blijft bestaan om de (eventuele) archeologische resten in de bodem te behouden. Is het niet mogelijk (of wenselijk) om het terrein aanzienlijk op te hogen dan wordt een proefsleuvenonderzoek aanbevolen om de aard, omvang, gaafheid, conservering en waarde van de (eventuele) archeologische resten te bepalen. Alternatief kan voorafgaand aan de ophoging of het proefsleuvenonderzoek een oppervlaktekartering in het gebied uitgevoerd worden om een eerste idee van de omvang en datering van archeologische resten in het plangebied te krijgen en eventueel het puttenplan van een proefsleuvenonderzoek hierop aan te passen.</p>
提供机构:
RAAP
创建时间:
2019-03-04



