Gemeente Zundert. Plangebied Wernhoutseweg 120-122 te Wernhout. Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase)
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-z4g-vbzj
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Schoenmakers Advies Achtmaal B.V. heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied Wernhoutseweg 120-122 te Wernhout. Het plangebied maakt deel uit van de rand van een hooggelegen dekzandrug nabij het beekdal van de Aa of Weerijs en het dal van de Schrobbersloop. Dergelijke gebieden, op een landschappelijke gradiënt, vormden van oudsher aantrekkelijke vestigingsgebieden. In de omgeving van het plangebied zijn daadwerkelijk archeologische resten uit het neolithicum-ijzertijd aangetroffen. Op de rand van de dekzandrug, d.w.z. direct ten zuidoosten van het plangebied, is van oudsher een doorgaande weg aanwezig. Waar deze weg het dal van de Schrobbersloop oversteekt is een nederzetting, Wernhout, ontstaan, waarvan de oudst bekende vermelding uit het einde van de 13e eeuw dateert. Het plangebied was in ieder geval in het begin van de 19e eeuw deels bebouwd (schuren) en in gebruik als erf. Het huis, dat direct ten zuiden van het plangebied lag, stond bekend als het “Hoog Stenen Huis”, oftewel het rechtshuis van Wernhout en kent een veel oudere oorsprong. Het noordelijke deel was in gebruik als bouwland. Als gevolg van het eeuwenlange gebruik als bouwland en erf zal de natuurlijke bodem zijn omgewoeld en zijn opgehoogd met een dik humeus cultuurdek. Dit betekent dat ondiepe oudere archeologische waarden (van vóór de late middeleeuwen-nieuwe tijd) vermoedelijk (deels) verstoord zullen zijn. In de loop der tijd is de bebouwing in het plangebied vervangen door nieuwere gebouwen. Aan de hand van bouwtekeningen blijkt dat de funderingen van de bebouwing van vóór de jaren zestig een beperkte omvang en diepte hadden. Dit geldt over het algemeen ook voor latere uit- en aanbouwen. Alleen onder de woning is een kleine kelder aanwezig. Als gevolg van de enkel lokale verstoringen zullen oudere archeologische resten niet of nauwelijks zijn verstoord. De huidige bebouwing in het plangebied dateert in beginsel uit de jaren twintig van de vorige eeuw. De beperkte verstoring in combinatie met het dikke cultuurdek leidt tot de verwachting dat het archeologisch sporenniveau (late middeleeuwen-nieuwe tijd) grotendeels intact zal zijn.Op basis van deze gegevens is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor archeologische waarden (nederzettingsresten) uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Gezien de ligging op een hoge dekzandrug nabij een beekdal bestaat eveneens de kans dat in het gebied oudere archeologische resten aanwezig zijn. Vanwege de verwachte verstoring van het natuurlijke bodemprofiel geldt voor onverstoorde archeologische resten uit de steentijd (vuursteenvindplaatsen) echter een lage verwachting, terwijl voor de resten uit het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen een middelhoge verwachting van toepassing is. Uit het booronderzoek is gebleken dat de geologische en bodemkundige situatie ter plaatse van het plangebied de verwachting uit het bureauonderzoek onderbouwd. Als gevolg van het eeuwenlange gebruik als bouwland en erf is de natuurlijke bodem met aanwezige podzolbodem afgetopt, omgewoeld en vanaf de late middeleeuwen en nieuwe tijd opgehoogd met een dik humeus cultuurdek van circa 85 tot 140 cm dik. In dit zogenaamde plaggendek is een tweedeling in bodemopbouw zichtbaar, welke overeenkomstig is aan een ophogings- en een bebouwingsfase. De aanwezigheid van dit dek duidt op een goede conservering van eventueel aanwezige archeologische waarden uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. De hoge verwachting voor archeologische waarden (nederzettingsresten) uit late middeleeuwen en nieuwe tijd blijft om deze reden staan.Op basis van de resultaten van het onderzoek is de kans op de aanwezigheid van (onverstoorde) archeologische resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd hoog, voor resten uit het neolithicum – volle middeleeuwen middelhoog en voor vuursteenvindplaatsen uit de steentijd laag. Derhalve wordt voor het gehele plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd bij substantiële bodemverstorende activiteiten die dieper reiken dan 30 cm –mv, met een buffer van 10 cm -mv. Conform de huidige standaard is een proefsleuvenonderzoek de meest gebruikelijke methode voor vervolgonderzoek in dergelijke situaties. Het doel van een dergelijk onderzoek zal zijn het vaststellen van de exacte omvang, datering, gaafheid en conserveringsgraad van de (eventueel aanwezige) vindplaats(en) op basis waarvan de archeologische waarde van het gebied definitief kan worden vastgesteld. Bovendien wordt met een proefsleuf informatie verkregen over het voorkomen van eventuele grondsporen die met een booronderzoek zelden zullen worden gevonden.
创建时间:
2024-01-31



