five

Archeologisch bureauonderzoek Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Nieuweweg 2, Haarlem Gemeente Haarlem

收藏
Mendeley Data2024-02-27 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/UDT0D6
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
IDDS Archeologie heeft in april 2023 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Nieuweweg 2 in Haarlem, gemeente Haarlem. De doel- en vraagstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Met het inventariserend veldonderzoek wordt deze verwachting getoetst en zo nodig aangevuld. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het oostelijke gedeelte van het plangebied is gelegen op duinzand (Oude Duinen) op strandwalzand (een strandwal) en het westelijke gedeelte op veen, plaatselijk bedekt met een dunne laag IJ-klei, op strandwalzand (een strandvlakte). Bovendien ligt er mogelijk een smalle zandrug in het midden van het plangebied, waarvoor dezelfde verwachting zou gelden als voor de strandwal. Voor de hogere delen van het landschap geldt een hoge verwachting voor resten vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Deze resten worden met name verwacht op de overgang van de (moderne) humeuze bovenlaag naar het schone duinzand. Voor dit hogere deel van het landschap geldt tevens een middelhoge verwachting voor archeologische resten van bewoning vanaf de Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd C. Vanaf de Late Middeleeuwen kunnen resten van steenbouw worden aangetroffen. Het is mogelijk dat eventueel aanwezige archeologische resten zijn verdwenen door bouwwerkzaamheden vanaf de 20e eeuw en grondroerende werkzaamheden voor de landbouw. Ook is de bodem mogelijk verstoord bij de aanleg van slibdepots aan de zuidzijde van het plangebied. Het lage deel van het plangebied heeft een lage verwachting voor archeologische resten vanaf het Midden Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd in de top van de strandvlakte. De sporen zijn hoogstwaarschijnlijk gerelateerd aan bewoning op de top en de flank van de strandwal en zullen daardoor dateren vanaf de vorming ervan in het Midden Neolithicum (circa 4000 - 3850 voor Chr.). Op de strandvlakte is er een verwachting voor off-site complexen gerelateerd aan landbouwactiviteiten en infrastructuur. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de lage verwachting voor het lage deel van het plangebied klopt. Echter, dient hier niet uitgegaan te worden van een strandvlakte zoals verder ten westen van het plangebied is gevormd. Het gaat om een ondergrond van zand die mogelijk onder water of net voor de kustlijn is afgezet. Daaroverheen zijn zand- en kleilaagjes aanwezig uit een grootschalig kwelder- en waddengebied. In dit landschap is geen lage zandrug ontstaan in het midden van het plangebied. Deze verwachting is niet van toepassing. Wel is een hogere zandrug ontstaan in het oosten van het plangebied. Tenminste de onderkant van deze zandrug zal zijn ontstaan als haakwal van het kwelder- en waddengebied. Daarover zal het zand zijn afgezet zoals bij een strandwal/duinen complex. Vanaf het Midden Neolithicum geldt daarom een hoge verwachting voor de zandrug. In de Late Bronstijd overgroeit het veen de rug volledig, waardoor een lage verwachting geldt voor resten uit de IJzertijd tot en met de ontginning in de Middeleeuwen – Nieuwe tijd. Als door het inklinken van het veen de rug geleidelijk weer aan het oppervlak verschijnt is het een relatief gunstige locatie. Daarom geldt een hoge verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Het advies is om de zone van de zandrug verder te laten onderzoeken middels een proefsleuvenonderzoek. De zone met de lage verwachting behoeft geen nader onderzoek.
创建时间:
2024-02-27
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务