Bovenkerkseweg 61 te Giessen-Oudekerk (gemeente Giessenlanden)
收藏DANS Data Station Archaeology2017-11-21 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZP7-6JF5
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in september en oktober 2017 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor de locatie Bovenkerkseweg 61 te Giessen-Oudekerk, gemeente Giessenlanden. De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing en aansluitend de bouw van een vrijstaande woning met garage. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit blijkt dat het plangebied deel uitmaakt van de Alblasserwaard, een voormalig veengebied dat doorsneden wordt door enkele fossiele stroomgordels. In dit gebied waren de oevers van de rivieren en de stroomruggen, onder meer van de Schaikse stroomgordel en van de Giessen, relatief gunstige vestigingsplaatsen. Rond 4.100 v. Chr. ontstond de Schaikse stroomgordel en was actief tot omstreeks 2.800 v. Chr. In de top van de oeverafzettingen van de Schaikse stroomgordel kunnen archeologische waarden uit het Laat-Neolithicum en de Bronstijd aanwezig zijn. Een eventuele vindplaats zal uit de resten van een kleine agrarische nederzetting bestaan en zal zich manifesteren als een archeologische laag: een humeuze, ontkalkte laag met daarin fragmenten aardewerk, houtskool en vuursteen. De beddingafzettingen van de Schaikse stroomgordel worden op ca. 2,3 m –mv (ca. 1,8 tot 2,0 m –NAP) verwacht. Nadat de Schaikse stroomgordel inactief was geworden, trad opnieuw veengroei op, waarbij uiteindelijk ook de afzettingen van de stroomgordel met veen overdekt raakten. Hierdoor werden de bewoningsmogelijkheden sterk beperkt. De veenvorming in het onderzoeksgebied is doorgegaan totdat omstreeks 300 v. Chr. de Giessen ontstond. In de top van de oeverafzettingen van de Giessen kunnen archeologische waarden uit de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn. Een eventuele vindplaats zal uit de resten van een kleine agrarische nederzetting bestaan en zal zich manifesteren als een archeologische laag met fragmenten aardewerk en houtskool. In de Late Middeleeuwen werden de veengebieden van de Alblasserwaard op grote schaal ontgonnen. Aanvankelijk fungeerden de oeverzones van de grote rivieren en de veenriviertjes, zoals de Giessen, als ontginningsbasis. Het plangebied lijkt in de Late Middeleeuwen niet bewoond te zijn geweest, omdat het gebied buiten de dorpsterp van Giessen-Oudekerk lag en er geen aanwijzingen zijn voor een huisterp. Ook oude kaarten geven geen aanknopingspunten voor bebouwing. Omdat de bebouwing langs de Giessen in de loop der eeuwen kan zijn verplaatst, kunnen bewoningsresten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd niet geheel worden uitgesloten. Een eventuele vindplaats zal zich manifesteren als een concentratie van aardewerk- en baksteenfragmenten in een humeuze, opgebrachte laag direct onder het maaiveld. Waarschijnlijk is dit niveau en mogelijk ook eventueel aanwezige oudere niveaus ter plaatse van de huidige 20e eeuwse woning verstoord. Ook de aanleg van nutsvoorzieningen kan tot verstoring van archeologische resten hebben geleid. Teneinde bovengenoemde verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de ondergrond van het plangebied uit een pakket ongerijpte oeverafzettingen van de Schaikse stroomgordel bestaat. De oeverafzettingen gaan naar boven toe geleidelijk over in een mineraalarm veenpakket. Het veenpakket gaat naar boven toe geleidelijk over in een pakket oeverafzettingen van de Giessen. Centraal in het plangebied is een opgevulde restgeul van de Giessen aangetroffen. De restgeulafzettingen van de Giessen worden eveneens afgedekt door oeverafzettingen. De top van de oeverafzettingen wordt gevormd door de bouwvoor. Deze bouwvoor is afgedekt door een recent opgebracht zandpakket. In één boring, die in het zuidwestelijke deel van het plangebied is verricht, is in de oeverafzettingen een humeuze laag met baksteenfragmenten aangetroffen. Mogelijk betreft de vulling van een perceleringsgreppel uit de Nieuwe tijd. De top van de oeverafzettingen van de Schaikse stroomgordel is ongerijpt en gaat naar boven toe geleidelijk over in een veenpakket. Omdat waarschijnlijk vrij snel na de sedimentatie van de Schaikse stroomgordel veenvorming heeft plaatsgevonden, is het gebied in het Neolithicum en de Bronstijd waarschijnlijk niet aantrekkelijk geweest voor bewoning. Vanwege de aanwezigheid van de restgeul 6 van de Giessen, zal het gebied in de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen niet aantrekkelijk zijn geweest voor bewoning. Eventuele archeologische waarden uit deze perioden en uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd zullen op de locatie van de woning verstoord zijn geraakt.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2017-11-12



