five

Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Europalaan nrs. 25-71 te Winterswijk Gemeente Winterswijk

收藏
DANS Data Station Archaeology2014-12-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XEW-EPUR
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Hamaland Advies heeft in opdracht van BJZ.nu Bestemmingsplannen een archeologisch Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Europalaan nr. 25-71 te Winterswijk ten behoeve van de herontwikkeling van het gebied. Het plangebied betreft een na sloop van een flatgebouw braakliggend terrein ten zuiden van de Europalaan. Het complex, met in totaal 24 wooneenheden, is gesloopt in 2014. Het ontwikkelingsplan biedt mogelijkheid voor de realisatie van maximaal 16 eengezinswoningen met bijbehorende erfinrichting. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 3.400m². De nieuwe bodemverstoring is onbekend maar verwacht mag worden dat de bodem ten behoeve van de fundering tot op een diepte van minimaal 80 cm-mv geroerd zal worden. Hoe diep de bodem verstoord is door de bouw van het (gesloopte) flatgebouw is onbekend en zal moeten worden aangetoond met behulp van karterende boringen.</p><p>Omdat het gebied een hoge archeologische waarde heeft op de archeologische beleidskaart van gemeente Winterswijk, dient aangetoond te worden dat met de geplande bodemingrepen geen archeologische waarden verloren gaan. Winterswijk hanteert in afwijking van de normen uit het Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek’ eigen vrijstellingsgrenzen Willemse, N.W. & M.H.J.M. Kocken 2012. (RAAP-rapport 2501). Archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen groter dan 100m² en dieper dan 40 cm-mv. (Gemeente Winterswijk, 2009). </p><p>Het plangebied dient vanwege de oppervlakteoverschrijding in het kader van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een inventariserend veldonderzoek (karterende fase).</p><p>Conclusie<br>Het bureauonderzoek toonde aan dat er een lage trefkans is op archeologische waarden in het plangebied vanaf de Prehistorie tot en met de Middeleeuwen en een hoge trefkans voor de periode Late Middeleeuwen tot de Nieuwe Tijd. Door de heideontginning, landbewerking, de aanleg en sloop van de spoorlijn Winterswijk-Neede en de realisatie en sloop van het flatgebouw is de kans groot dat de bodem reeds verstoord is tot onder het archeologisch waardevol niveau. Ter toetsing van de bodemopbouw en het archeologisch verwachtingsmodel is daarom een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in de vorm van een karterend booronderzoek.</p><p>De aangetroffen bodemopbouw bestaat vanaf het maaiveld tot circa 80 cm-mv uit diverse puinrijke subrecente ophogingslagen die teruggestort zijn na sloop van het flatgebouw. Onder de ophogingslagen bevindt zich nog het restant van een oude plaggendek op een ondergrond van dekzand. In boring 5 is onder de eerdlaag nog een intacte podzol aangetroffen. Bij het uitzeven van het plaggendek en de top van het dekzand zijn geen relevante archeologisch indicatoren aangetroffen.Op basis van de onderzoeksinspanning, waarbij weliswaar een deels intacte bodem is aangetroffen, maar geen archeologisch relevante indicatoren zijn aangetroffen, zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in het plangebied. Er zijn voor de archeologie geen gevolgen vanuit de voorgenomen bodemingrepen.</p><p>Selectiebesluit<br>Op 3 december 2014 is het rapport en het selectieadvies beoordeeld, waarbij aanleiding was tot het maken van (inhoudelijke) opmerkingen die in deze definitieve rapportage zijn verwerkt. Op basis van de resultaten van het archeologisch vooronderzoek wordt in het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd. Met het selectieadvies is door de gemeente Winterswijk en diens adviseur, de regionaal archeoloog van de Omgevingsdienst Achterhoek, ingestemd (ODA,kenmerk S2014-0643). </p><p>Voorbehoud<br>Te allen tijde dient bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Winterswijk (K. Meinderts) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Hamaland Advies
创建时间:
2014-12-04
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务