Aanleg )2-leidingTerneuzen - Zelzate (B): deel Nederland
收藏DataCite Commons2024-07-11 更新2024-07-13 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/8S1JMM
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van SGS Roos + Bijl heeft Archol in de periode december 2022 - januari 2023 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in het kader van de aanleg van een O2-leiding tussen Terneuzen (Zeeland) en Zelzate (België). Dit onderzoek volgde op een archeologische QuickScan waaruit is gebleken dat ten aanzien van de voorgenomen ingrepen de vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek (deels) worden overschreden. Derhalve is in het kader van vergunningverlening sprake van een archeologische onderzoeksplicht waarbij het onderzoekstraject is opgestart met een volwaardig archeologisch bureauonderzoek. Het onderzoek heeft zich beperkt tot het Nederlandse deel van het tracé. Resultaten gebiedsanalyse Doel van het bureauonderzoek was een inschatting te geven van de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op bekende en verwachte archeologische waarden in het plangebied. Omdat er een directe relatie bestaan tussen het voorkomen van archeologische vindplaatsen en de opbouw van het natuurlijke landschap is een paleogeografische analyse uitgevoerd van het plangebied. Daarnaast zijn de bekende archeologische vindplaatsen op en in de nabije omgeving van het O2-leidingtracé geanalyseerd, waarbij met name is gekeken naar de paleolandschappelijke ligging van deze vindplaatsen en hun lithostratigrafische kenmerken. De geologische kaart van Zeeuws Vlaanderen (schaal 1:50.000) biedt samen met de toelichting op regionale schaal de meest gedetailleerde vlakdekkende inzage in de paleogeografische opbouw. Aanvullend zijn de landschappelijke resultaten van diverse archeologische onderzoeken uit het recente verleden nabij het leidingtracé meegenomen in de analyse. Op basis van de archeolandschappelijke analyse kunnen op het leidingtracé kansrijke en kansarme zones worden onderscheiden op het aantreffen van archeologische resten, uitgedrukt in archeologische verwachtingen. Een lage verwachting kan worden toegekend aan de zones met geulafzettingen uit de late middeleeuwen (Duinkerke 3b transgressiefase). Een middelmatige verwachting (middeleeuwen – Nieuwe tijd) geldt voor het meest noordelijke deel met geulafzettingen uit de Romeinse- vroegmiddeleeuwse transgressiefase (Duinkerke 2). Ook voor de lagere, mogelijk verspoelde delen van het dekzandlandschap meest zuidelijk geldt een middelmatige verwachting (voor alle archeologische perioden ouder dan late middeleeuwen). Een middelmatig tot hoge archeologische verwachting (alle archeologisch perioden) geldt voor de overige delen met een door veen en overstromingsafzettingen afgedekt intact dekzandlandschap. Een middelmatige tot hoge archeologische verwachting is ook van toepassing voor de locaties met bekende archeologische waarden te weten de locaties van verdronken dorpen (Schare en Vremdieke 1), de forten/schansen (batterij Zwartenhoek en schans Eversdam), historische dijktracées en een mogelijk oud wegtracé. Andere bekende (geregistreerde) archeologische vindplaatsen ontbreken op het leidingtracé. Advies vervolgstappen archeologisch onderzoek Geen vervolgonderzoek De noodzaak tot archeologische vervolgonderzoek wordt enerzijds bepaald door de vastgestelde archeologische verwachtingen en anderzijds door de kans op verstoring van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Ter hoogte van HDD gestuurde boringen is de bodemverstoring minimaal en wordt geen vervolgonderzoek voorgesteld. Ook nietter hoogte van locatie met bekende (mogelijke) archeologische waarden. HDD-gestuurde boringen zijn onder andere gepland ter hoogte van de beide forten (Zwartenhoek, Eversdam) en ter hoogte van het verdronken dorp Vremdieke 1. Op deze locaties is derhalve geen archeologisch vervolgonderzoek nodig. Mochten hier alsnog in de definitieve eindontwerp van het leidingtracé vergravingen voorzien zijn dan dienen deze delen alsnog onderzocht te worden middels verkennend booronderzoek en een archeologische opgraving (protocol archeologische begeleiding). Ook in zones met een lage archeologische verwachting is voor open ontgravingen en in- en uitlaatpunten van HDD-gestuurde boringen geen vervolgonderzoek voorgesteld, tenzij hier bekende (mogelijke) archeologische waarden zijn geregistreerd (zie verder). Verkennend booronderzoek (IVO-O) Voor de zones met een middelmatige tot hoge archeologisch verwachting wordt een verkennend booronderzoek (IVO-O) als eerste vervolgstap geadviseerd. Dit onderzoek is gericht op een toetsing en nadere specificatie van de toegekende archeologische verwachtingen. Deze wordt immers bepaald door zeer locatiespecifieke paleolandschappelijke en bodemkundige kenmerken. Door middel van een verkennend booronderzoek kunnen dergelijke nuances in kaart worden gebracht. Los van de paleolandschappelijke ondergrond en hieraan gerelateerde archeologische verwachting, wordt verkennend booronderzoek ook voorgesteld voor te vergraven locaties met bekende (mogelijk) aanwezige archeologische waarden. Het gaat binnen het leidingtracé om het verdronken dorp Schare en om een locatie met een mogelijk oud wegtracé. Het booronderzoek is hier vooral gericht op de intactheid van het bodemprofiel met daarnaast het vaststellen van archeologische indicatoren in de boorprofielen dan wel aan het maaiveld. Op andere locaties met bekende (mogelijke) archeologische waarden wordt de leiding middels een gestuurde HDD-boring gerealiseerd en wordt geen vervolgonderzoek voorgesteld. Meer specifiek kent de verkennende fase van het archeologisch onderzoek de volgende doelstellingen: • Het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek. • Inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap die van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. • Het uitsluiten van kansarme zones en het selecteren van kansrijke zones voor de volgende vormen van onderzoek. • Het verkrijgen van aanvullende informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden. De totale lengte van nader te onderzoeken tracédelen bedraagt ca. 12,5 km. Archeologische opgravingen (protocol opgraven) Op tien locaties doorsnijdt het leidingtracé delen van nog aanwezige historische dijken. Geadviseerd wordt waar mogelijk deze te ontzien door de O2-leiding hier middels HDD-gestuurde boringen aan te leggen. Mocht dit niet mogelijk zijn dan adviseren wij per dijkeenheid een dijkdoorsnede in kaart te brengen middels een opgraving, variant archeologische begeleiding van de sleufaanleg. Ook voor de locaties van het verdronken dorp Schare en het mogelijke oude wegtracé nabij de Zandstraat / Kanaal van Gent naar Terneuzen, wordt behalve verkennend booronderzoek, voorgesteld tijdens de sleufaanleg archeologisch onderzoek te doen middels opgraving, variant archeologische begeleiding. De werkzaamheden vinden plaats ná het selectiebesluit. Doel van de archeologische opgraving (variant begeleiding) is het documenteren van gegevens en het veiligstellen van vondsten en monsters om daarmee informatie te behouden die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Deze informatie is vervat in projectdocumentatie en in vondsten en monsters. De eisen die aan gravend archeologisch onderzoek worden gesteld, dienen te worden vastgelegd in Programma’s van Eisen (PvE’s). Het onderzoek wordt uitgevoerd conform protocol 4004 Opgraven. In het PvE wordt vastgelegd waar – in het kader van de Archeologische begeleiding – eventueel wordt afgeweken van de eisen van het protocol Opgraven. Het PvE dient voorafgaande aan de graafwerkzaamheden ter beoordeling aan het bevoegde gezag, de gemeente Terneuzen en haar archeologisch adviseur te worden voorgelegd. In het algemeen wordt in het kader van een zorgvuldige Archeologische MonumentenZorg geadviseerd bij het opstellen van een plan van aanpak voor vervolgonderzoek, het definitieve eindontwerp te confronteren met in deze rapportage vastgestelde archeologische verwachtingen en hieruit voortkomende adviezen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2024-07-11



