Veensesteeg 3A te Veen, gemeente Altena
收藏DataCite Commons2024-11-29 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/OTAYKQ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
ADC ArcheoProjecten heeft in april, mei en augustus 2024 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Veensesteeg 3a te Veen, gemeente Altena. De aanleiding voor het onderzoek is de sloop van een stal en de bouw van een opslagloods alsook de aanleg een parkeerterrein met ondergrondse waterberging. Voor deze binnenplanse omgevingsplanacitiviteit is een vergunning nodig. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Het plangebied ligt in het Land van Heusden en Altena. De landschappelijke ontwikkelingen in dit deel van het rivierengebied werden voornamelijk bepaald door de Maas en diens voorgangers. Eén van deze voorgangers betreft de meandergordel van Andel, waarvan de actieve fase samenvalt met het Laat-Neolithicum. Op basis van archeologische boringen die op een terrein circa 35 m ten westen van het plangebied (Veensesteeg 7) zijn verricht, zullen aan deze meandergordel gerelateerde oeverafzettingen zich op circa 2,60 tot 3,00 m -NAP (circa 3,15 tot 4,15 m -mv) bevinden. In de top van deze afzettingen moet rekening worden gehouden met archeologische vindplaatsen uit het Laat-Neolithicum (en afhankelijk van de afdekking door jongere riviersedimenten mogelijk uit de Vroege Bronstijd). Omdat in het onderzoeksgebied nog geen vindplaatsen bekend zijn die aan deze meandergordel gekoppeld kunnen worden, geldt een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit eerder genoemde periode(n). In de periode Bronstijd tot en met Vroege Middeleeuwen maakte het plangebied deel uit van een komgebied. De onder natte omstandigheden gevormde humeuze kleien en veenlagen uit deze periode boden hoogstwaarschijnlijk geen geschikte ondergrond voor (permanente) bewoning. Voor vindplaatsen uit de periode Bronstijd tot en met Vroege Middeleeuwen geldt daarom een lage archeologische verwachting. In de Late Middeleeuwen werden de drassige klei- en veengronden van het onderzoeksgebied in gebruik genomen voor de landbouw en de veeteelt. Om de gronden te kunnen ontwateren werden sloten en kanalen gegraven die grond- en regenwater afvoerden naar de Maas. Mogelijk werd in deze periode ook de Veense Steeg aangelegd die echter een ander tracé had dan de huidige weg die uit de jaren zestig van de vorige eeuw dateert. Oude kaarten geven geen aanknopingspunten voor de aanwezigheid van bewoning in het plangebied. Voor bewoningsresten uit de periode Late Middeleeuwen tot en Nieuwe tijd geldt daarom een lage verwachting. Voor resten van ontginning in de vorm van voormalige sloten en infrastructuur geldt daarentegen een hoge verwachting. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij is vastgesteld dat de diepere ondergrond door bedding- en restgeulafzettingen van de Andel stroomgordel wordt gevormd. De restgeulafzettingen bestaan uit een afwisseling van gelaagde kleien en veen, die actieve en inactieve fasen van genoemde stroomgordel representeren. Hierboven ligt de bouwvoor, in enkele boringen ligt een opgebracht en verstoord pakket tussen de natuurlijke afzettingen en de bouwvoor. In 1 boring ligt een dik pakket geulafzettingen op beddingafzettingen. De geulafzettingen zijn later ook afgedekt door restgeulafzettingen. In de boringen 7 en 8 is de top van de restgeulafzettingen verstoord. De verstoringen reiken respectievelijk tot 1,50 m -mv (0,50 m -NAP) en 1,0 m -mv (0,15 m -NAP). In geen van de boringen zijn archeologisch relevante lagen aangetroffen. Op basis daarvan kan de (middel)hoge archeologische verwachting naar een lage archeologische verwachting worden bijgesteld.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2024-11-14



