Een verkennend archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen voor de verbreding van het Wilhelminakanaal te Tilburg (NB)
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-254-tb8m
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
De onderzoekslocatie ligt op de overgang van hoger gelegen dekzandruggen naar een lager gelegen dekzandvlakte. Op de hoger gelegen gronden zijn podzolgronden gevormd. Op de lager gegelegen delen voornamelijk vlakvaaggronden. In de dekzandvlakte zijn vanaf het begin van het holoceen vennen gevormd. Aan het begin van de 20e eeuw is dit heidegebied met vennen ontgonnen en zijn er vloeivelden aangelegd voor de zuivering van riool- en industrieel afvalwater. In het begin van de 20e eeuw is het Wilhelminakanaal aangelegd.Deellocatie 1Ter plaatse van deellocatie 1 zijn op een klein deel intacte vlakvaaggronden aangetroffen.De vlakvaaggronden zijn waarschijnlijk ontstaan door vergraving tijdens de aanleg van vloeivelden en de aanleg van het kanaal in het begin van de 20e eeuw. Het bodemarchief is ter plaatse van de vlakvaaggronden waarschijnlijk sterk aangetast. De vlakvaaggronden hebben hierdoor een lage trefkans. In de ondergrond van deellocatie 1 zijn meersedimenten/venbodems aangetroffen die zijn toe te schrijven aan de vennen die aanwezig waren voor de aanleg van het kanaal. Ook deze meersedimenten/venbodems hebben een lage trefkans op archeologische resten. Wel zijn deze afzettingen interessant voor de reconstructie van de vernattingsgeschiedenis van het Brabantse Zandlandschap. In Noord-Brabant zijn dergelijke venbodems vrij zeldzaam. Het is daarom aan te bevelen de venbodems te bemonsteren voor palynologisch onderzoek.In een boring is onder een dun ophogingspakket een intacte veldpodzolgrond aangetroffen.Deze veldpodzolbodem is gevormd op een dekzandrug aan de rand van het vennengebied. Deze hoger gelegen rug zal een aantrekkelijke vestigingsplaats geweest zijn voor jager/verzamelaars. Ook voor landbouwers moet dit een aantrekkelijke plek geweest zijn. Het gebied met de intacte podzol heeft daarom een hoge trefkans op archeologica uit alle perioden. Het gebied met de intact podzol beslaat max. 2500 m2. Op de overige delen van de dekzandrug is het bodemprofiel afgetopt. Dit wil echter niet zeggen dat het bodemarchief volledig is vernietigd, mogelijk zijn diepere grondsporen zoals paalkuilen en /of waterputten bewaard gebleven.Voor de gehele dekzandrug waarop boring 29 is gelegen, wordt daarom een vervolgonderzoek aanbevolen.Deellocatie 2Ter plaatse van deellocatie 2 zijn ten oosten van het sluizencomplex veldpodzolgronden aangetroffen, die veelal zijn afgedekt door een ophogingspakket. Ten zuidoosten van het sluizencomplex is op een klein deel sprake van haarpodzolgronden.Een deel van deze podzolgronden is aangetast door vergraving. Deze vergravingen zijn vrij willekeurig en niet specifiek toe te schrijven aan de aanleg van het kanaal. Onder de aanwezige ophogingspakketten zijn lokaal intacte podzolbodems aangetroffen. Ten westen van het sluizencomplex is sprake van een sterke ophoging. Het originele maaiveldniveau daalt hier sterk. Op dit deel zijn geen intacte bodems meer aangetroffen. Waarschijnlijk zijn hier in het verleden vlakvaaggronden aanwezig geweest, maar dit valt door de sterke mate van vergraving niet met zekerheid te zeggen.Op het deel met (deels) intacte veld- en haarpodzolgronden blijft de middelhoge trefkans bestaan. Voor de gebieden met een volledig intacte podzolbodem kan deze trefkans worden bijgesteld naar hoog. Een vervolgonderzoek is noodzakelijk voor de delen met middelhoge en hoge trefkans, om vast te stellen of er daadwerkelijk archeologische resten aanwezig zijn (zie afb.13). Omdat de bewoning met name plaatsvond op de hoger gelegen dekzandruggen en de flanken hiervan, kan het vervolgonderzoek worden beperkt tot het oostelijk deel van deze deellocatie. Voor de laag gelegen- en/of afgegraven delen, waar het ophogingspakket direct op de C-horizont ligt, is de trefkans laag. Op deze delen is geen vervolgonderzoek noodzakelijk.Deellocatie 3Op deellocatie 3 zijn ten oosten en lokaal ten westen van het sluizencomplex veldpodzolgronden aangetroffen , die veelal zijn afgedekt door een ophogingspakket. Een deel van deze podzolgronden is aangetast door vergraving. Ten noorden van het sluizencomplex is sprake van sterke ophoging. De ophoging is sterker dan op deellocatie 2. Het originele maaiveldniveau volgt globaal hetzelfde niveau als op deellocatie 2. Op het westelijk deel van deze deellocatie is sprake van minder ophoging dan op deellocatie 2.Op het deel met (deels) intacte veld- en haarpodzolgronden blijft de middelhoge trefkans bestaan. Voor de gebieden met een volledig intacte podzolbodem kan deze trefkans worden bijgesteld naar hoog.Een vervolgonderzoek is noodzakelijk voor de delen met middelhoge en hoge trefkans op de hogere dekzandruggen en de flanken hiervan, om vast te stellen of er daadwerkelijk archeologische resten aanwezig zijn (zie afb.13). Voor de laag gelegen- en/of afgegraven delen, waar het ophogingspakket direct op de C-horizont ligt, is de trefkans laag. Op deze delen is geen vervolgonderzoek noodzakelijk.Deellocatie 4Op deellocatie 4 zijn afgetopte veldpodzolgronden aangetroffen. Op het centrale terreindeel is de gehele podzol vergraven. Hierdoor blijft alleen voor het oostelijk en westelijk deel van het terrein de middelhoge trefkans bestaan (zie afb.13).Op het overige deel van het terrein is het archeologisch niveau waarschijnlijk sterk aangetast door vergraving. Op het oostelijk en westelijk terreindeel is een vervolgonderzoek noodzakelijk om te bepalen of er sprake is van een archeologische vindplaats.
创建时间:
2024-01-31



