Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase door middel van boringen Mary Zeldenrustlaan 18-20 te Rijen (Gemeente Gilze en Rijen)AM24235
收藏DataCite Commons2026-02-16 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/NWFRMZ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In de periode september – november 2024 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Mary Zeldenrustlaan 18-20 te Rijen (gemeente Gilze en Rijen). </p><p>
Binnen het plangebied zal de huidige bebouwing worden gesloopt en zal er een appartementencomplex worden gebouwd. Over het hele oppervlakte zal de nieuwbouw worden voorzien van een ondergrondse, half verdiepte parkeergarage. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen half verdiepte parkeergarage zal de bodem waarschijnlijk tot circa 2,5 meter beneden maaiveld verstoord worden. </p><p>
De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Gilze en Rijen (2022) in een zone met beleidscategorie 3. Binnen het paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen (vastgesteld 2023) geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3a. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 centimeter onder maaiveld. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt.</p><p>
Het plangebied bevindt zich binnen een zone van terrasafzettingswelvingen bedekt met een dekzandpakket. Het plangebied ligt daardoor relatief hoog, maar is enigszins ver gelegen van watervoorzieningen. Op 650 meter ten oosten van het plangebied ligt het beekdal van de Groote Leij. Er is dus geen sprake van een gradiëntzone binnen of in de directe omgeving van het plangebied. In de omgeving zijn enkele vuursteenvondsten bekend. Om deze redenen wordt een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. De ligging van het plangebied in een relatief hooggelegen gebied relatief ver van het beekdal van de Groote Lei zal voor latere landbouwende samenlevingen geen aantrekkelijke vestigingsplaats zijn geweest. De aanwezigheid van enkeerdgronden in het plangebied duidt op langdurig landbewerking in het plangebied. </p><p>
Voor het plangebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied sinds tenminste circa 1800 onbebouwd was en grotendeels in gebruik is als bouwland en weiland. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een lage verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Vanwege de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een eerddek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT VII) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. </p><p>
Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een (deels) intact bodemprofiel of een scherp AC-bodemprofiel. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting (middelhoog voor laat-paleolithicum – vroege middeleeuwen blijft deels gehandhaafd. De archeologische verwachting (laag late middeleeuwen - nieuwe tijd) blijft overal gehandhaafd met uitzondering van de zone rond boringen 1 en 2. </p><p>
In het oostelijk deel van het plangebied waar graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden, kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan. Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd.
Dit geldt niet voor het westelijke deel en de zone van de huidige bebouwing. Hier is sprake van een diepgaande verstoring. Op basis van de bestudeerde bouwtekeningen is ter plaatse sprake van een bodemverstoring van minimaal 80 centimeter beneden maaiveld. Gezien de verstoringen in de direct langs het gebouw gezette boringen 1 en 2 (verstoord tot tenminste 130 centimeter beneden maaiveld) zal ook onder de bebouwing tot dit niveau zijn verstoord.</p><p>
Selectiebesluit </p><p>
Het advies aan de gemeente Gilze en Rijen is om het advies van Aeres te volgen en een vervolgonderzoek uit te voeren in het oostelijke deel van het plangebied, maar ook om, in afwijking van het advies van Aeres, het bebouwde deel van het terrein mee te nemen in het vervolgonderzoek. Het vervolgonderzoek wordt bij voorkeur als volgt uitgevoerd: </p><ul>
<li>Een proefsleuvenonderzoek in het oostelijke, onbebouwde deel van het plangebied.
</li><li>Een aanvullend verkennend booronderzoek ter plaatse van de bebouwing. Op basis van de resultaten hiervan wordt bekeken of het noodzakelijk is om ook op deze locatie proefsleuven aan te leggen.</li></ul><p>
Van belang is dat de bestaande bebouwing voorafgaand aan het archeologisch onderzoek niet ondergronds gesloopt wordt. Funderingen mogen dus pas verwijderd worden als het plangebied is vrijgegeven, of onder archeologische begeleiding als blijkt dat een vindplaats aanwezig is. Bij voorkeur wordt de omgevingsvergunning pas verleend nadat de resultaten van het proefsleuvenonderzoek bekend zijn, en dus de archeologische waarde van het terrein in kaart is gebracht. Dat is niet het geval op basis van alleen een archeologisch bureau- en booronderzoek, op basis waarvan alleen een verwachting wordt uitgesproken.</p><p>
Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. </p><p>
Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-06-16



