Archeologisch bureauonderzoek Drietorenweg - Zuiderringweg te Ens, gemeente Noordoostpolder (FL)
收藏DataCite Commons2025-01-27 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/HR0QP2
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Laagland Archeologie heeft in januari 2023 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Drietorenweg - Zuiderringweg te Ens. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de bouw van nieuwe woningen. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Tegen het einde van de laatste ijstijd lag het plangebied deels in een rivierdal. In de loop van het Neolithicum en Bronstijd ontwikkelde het gebied zich tot een uitgestrekt zeggemoeras in de onmiddellijke nabijheid van een rivierarm. Vanaf ongeveer 1600 voor Chr. lag het plangebied in een meer, dat zich in de navolgende eeuwen zou ontwikkelen tot het Flevomeer, dat zich weer later ontwikkelde tot het Almere en nog later tot de Zuiderzee. Op basis van de zanddieptekaart en een geologische boring zijn Pleistocene zanden te verwachten tussen circa 7 en 8 m –NAP (circa 5,5 tot 4,5 m –mv). In het plangebied liggen de zanden ongeveer 50 cm hoger dan in de omgeving, waarbij het hoogste punt ten zuidwesten van het plangebied ligt. Op basis van tijdens eerder onderzoek geraadpleegde geologische en milieukundige boringen direct ten zuiden en zuidoosten van het plangebied lijkt het waarschijnlijk dat eventuele oeverwallen aan erosie hebben blootgestaan. Dekzand en eventuele oeverwallen worden afgedekt door een veen- en gyttjapakket van circa 2 – 3 m dik, waarop een kleipakket (Zuiderzee Laag) van ongeveer 230 cm is te verwachten. De bovenste ruwweg 50-100 cm is vermoedelijk opgebracht. In de omgeving zijn enkele scheepswrakken uit de Nieuwe Tijd bekend. Tevens is een waarneming geregistreerd van resten uit de periode Paleolithicum – IJzertijd. Mogelijk zijn deze resten van elders afkomstig. De Noordoostpolder kwam droog te liggen in 1942 met de voltooiing van de Afsluitdijk. Het plangebied is sindsdien aldoor onbebouwd gebleven. In zover nog redelijk intact kunnen op de zandige Boxtelafzettingen en/of eventuele oeverwallen resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Midden/Laat-Neolithicum worden verwacht. Die verwachting is echter laag. Weliswaar liggen de Pleistocene afzettingen in het plangebied vermoedelijk wat hoger dan elders in de omgeving, maar het hoogste punt – en voor bewoning daarmee het meest voor de hand liggende – ligt ten zuidwesten van het plangebied. Het plangebied lag gedurende een groot deel van het Neolithicum en de Bronstijd in of tegen een waterstroom, die zich vanaf de Midden-Bronstijd ontwikkelde tot een binnenmeer en later tot een binnenzee. Daarbij is erosie te verwachten, waarbij een eventueel archeologisch niveau uit de vroege prehistorie vermoedelijk is aangetast. De top van de pleistocene ondergrond ligt vermoedelijk op een diepte van ongeveer 7 en 8 m –NAP (circa 5,5 tot 4,5 m –mv) Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode Bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp). Resten van bewoning uit latere perioden worden niet verwacht. Vanaf ongeveer de Midden-Bronstijd lag het terrein onder de waterspiegel. Mogelijk komen nog resten van scheepswrakken voor (Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd). Er zijn geen aanwijzingen dat in of nabij het plangebied knooppunten voor scheepvaartverkeer hebben gelegen en er zijn geen bekende resten van scheepswrakken in het plangebied geregistreerd. Hiervoor kan daarom een lage verwachting worden aangehouden. Nader onderzoek wordt niet geadviseerd. Dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Noordoostpolder. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevr. M. Marinelli. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-01-21



