five

Ede Lunteren Hoge Valkseweg 59 Booronderzoek

收藏
DANS Data Station Archaeology2017-04-24 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X4G-ZS99
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in augustus en september 2016 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Hoge Valkseweg 59 in Lunteren, gemeente Ede. De aanleiding van het onderzoek is een bestemmingsplanwijziging voor de functiewijziging van een bestemming met agrarische bebouwing naar ‘wonen’. Daartoe zal de bestaande woning worden uitgebreid (door toevoeging van een deel van de bestaande bebouwing). De overige agrarische bedrijfsbebouwing zal worden gesloopt waarna een nieuwe woning met bijgebouw zal worden opgericht. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit volgt dat het plangebied op een dekzandrug is gelegen. Op grond van deze ligging en de nabijheid van een vindplaats moet in het plangebied met name rekening worden gehouden met archeologische resten uit de Mesolithicum – Neolithicum. Eventueel zijn ook resten uit latere perioden aan te treffen. Hierbij is echter gezien de vernatting van het landschap, die zich vanaf de Bronstijd voltrok, de kans op de aanwezigheid van deze resten betrekkelijk klein. Vindplaatsen uit het Mesolithicum zullen zich manifesteren in de vorm van vuursteen- en houtskoolconcentraties. Vindplaatsen vanaf het Neolithicum zullen zich manifesteren in de vorm van een cultuurlaag, een omgewerkte laag onder(in) de humushoudende bovengrond met daarin aardewerkscherven en houtskool. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Eventuele grondsporen (uitgezonderd diepe paalsporen, waterputten et cetera) zullen zich tot een halve meter in de natuurlijke ondergrond (dekzandafzettingen) bevinden. De intactheid van een eventuele vindplaats zal afhankelijk zijn van de aanwezigheid en de dikte van de humushoudende bovengrond. Als gevolg van grondbewerking en de aanleg van funderingen moet rekening worden gehouden met een plaatselijk sterk verstoord bodemprofiel. Op oude kaarten blijkt dat het plangebied tot de grootschalige ontginningen in het eerste kwart van de 20e eeuw deel uitmaakt van een vochtig heidegebied (‘Broekige Heide’). Op grond hiervan is het aantreffen van bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd niet waarschijnlijk. Om de bovengenoemde verwachting te toetsen en waar nodig aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit het booronderzoek blijkt dat conform verwachting de natuurlijke ondergrond uit matig fijn dekzand (Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel ) bestaat. De aanwezigheid van roestvlekken duidt op gleyverschijnselen, het resultaat van fluctuaties in de grondwaterspiegel. Het dekzand is aan de bovenkant scherp begrensd en wordt afgedekt door een 35 à 85 cm dik humushoudend pakket met enkele puinresten. De aanwezigheid van brokken licht gekleurd zand in het humushoudend pakket vormt een aanwijzing dat hierin het oorspronkelijke dekzandoppervlak is opgenomen. Een andere aanwijzing vormt het geheel ontbreken van (resten van) een podzolprofiel. De kans op de aanwezigheid van een intacte vindplaats wordt zeer klein geacht. ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2017-03-28
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务