Transect-rapport 3101: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek. Geffen, Middelveldse Beek. Gemeente Oss.
收藏DANS Data Station Archaeology2021-03-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZMX-QFY6
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In november 2020 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in plangebied ‘Middelveldse Beek’ dat een akker betreft tussen de Leiweg en Heesterseweg in Geffen (gemeente Oss). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden ten behoeve van natuurherstel in het gebied. </p><p>Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting.</p><p>Op basis van het bureauonderzoek bevindt het plangebied zich op een dekzandwelving. Dit gebied heeft mogelijk een gunstige locatie voor bewoning gevormd vanaf het Laat-Paleolithicum. In de omgeving van het plangebied zijn hier enkele aanwijzingen voor aanwezig, zoals de vondst van een vuurstenen artefact uit het Mesolithicum en enkele losse grondsporen uit de periode Neolithicum – Romeinse tijd. Er geldt daarom een hoge archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum – Middeleeuwen. Gedurende de Nieuwe tijd is het plangebied, op basis van topografische kaarten, in gebruik geweest als bouwland. Ook bevindt het zich buiten de bekende woonkernen van Geffen of Oss. Hierom geldt een lage archeologische verwachting voor de periode Nieuwe tijd. </p><p>Op basis van het veldonderzoek is de archeologische verwachting in een groot deel van het plangebied bevestigd. In 6 van de 8 boringen is in de top van het dekzand minimaal een B-horizont waargenomen. In boring 1 is op de B-horizont nog een A- en E-horizont aanwezig. De aanwezigheid van sporen van bodemvorming wijst op de intactheid van een eventueel aanwezig archeologisch niveau. Hiermee kan de aanwezigheid van een vondstspreiding uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum ook niet worden uitgesloten, deze kenmerken zich immers alleen door een vondstspreiding van vuursteen en in veel mindere mate door grondsporen. In boring 6 is onder het esdek een kleiige en sterk humeuze laag aangetroffen. Dit is geïnterpreteerd als een spoor. De aanwezigheid van een intact esdek op deze vulling wijst op een datering ouder dan de Nieuwe tijd van het spoor. Op basis hiervan geldt voor een groot deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen. In het noorden en midden van het plangebied is op het AHN een verlaging zichtbaar. Deze verlaging komt overeen met een perceel dat zichtbaar is op topografische kaarten. Mogelijk is dit gebied afgegraven om dichter bij het grondwater te komen om een ander type gewas te kunnen verbouwen. Bij boring 5, die binnen deze verlaging is gezet, is het dekzand circa 60 tot 70 cm lager ten opzichte van NAP aangetroffen dan de overige boringen. Hiermee kan worden vastgesteld dat ter plaatse van de verlaging, het archeologisch relevante niveau reeds verloren is gegaan en een lage verwachting geldt.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2021-03-05



