Plangebied Buijensweg 1a en 3 te Mijnsheerenland, gemeente Binnenmaas (ZH). Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en IVO .
收藏DANS Data Station Archaeology2007-09-05 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XGR-B2DS
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van SAB Amsterdam heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau op 6 september 2007 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met voorgenomen bouwwerkzaamheden in de gemeente Binnenmaas. Het onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat realisatie van de plannen zou kun- nen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten. Doel van het bureauonderzoek was het verwerven van informatie over bekende en verwachte archeologische waarden teneinde een gespecificeerde verwachting op te stellen. Doel van het veldonderzoek was het toetsen van die archeologische verwachting en, indien mogelijk, een eerste indruk geven van de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging van eventueel aangetroffen archeologische resten. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied ligt in een zone met zeeafzet- tingen van het Laagpakket van Walcheren die zijn afgezet op een opeenvolging van oudere afzettingen van het Laagpakket van Walcheren op Hollandveen op het Laagpakket van Wormer/Formatie van Echteld. Op grond van het bureauonderzoek gold voor het plangebied een middelmatige tot hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen vanaf de IJzertijd. Tijdens het veldonderzoek is vanaf het maaiveld een overstromingspakket beho- rend tot het Laagpakket van Walcheren aangetroffen. Deze sedimenten zijn in de Late Middeleeuwen afgezet. Vervolgens is een opeenvolging van komafzettingen van het Laagpakket van Walcheren op Hollandveen op komklei aangetroffen. Deze opeenvolging kan aan het Laagpakket van Wormer of de Formatie van Echteld wor- den toegeschreven. In een aantal boringen is de top van het veen licht veraard. Dit veen heeft aan het oppervlak gelegen en is als gevolg van ontwatering veraard. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Wel is een kansrijk archeologisch niveau aanwezig (veraard veen). Direct ten oosten van de Vliet is in het veen een vindplaats uit de IJzertijd/Romeinse tijd aangetroffen. Op basis van deze gegevens geldt voor deze zones is een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd en Romeinse tijd Omdat nog geen exacte bodemingrepen of inrichtingsplannen bekend zijn, wordt naar aanleiding van de resultaten van het karterend booronderzoek geadviseerd geen bodemingrepen (inclusief heipalen) dieper dan de top van het licht veraarde veen uit te voeren in de zones waarin de licht veraarde veentop is aangetroffen (figuur 3). Wellicht kan voor eventuele heiwerkzaamheden gebruik gemaakt wor- Voor de zones met veraard veen geldt een hoge verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd en de Romeinse tijd. Booronderzoek is een minder geschikte methode om het verwachte type vindplaatsen op te sporen. Geadviseerd wordt om ter plaat- se van het oostelijke onderzoeksgebied een proefsleuvenonderzoek uit te voeren (karterende en eventueel waarderende fase). Het doel van dit onderzoek is vast- stellen of archeologische waarden aanwezig zijn en, zo ja, wat de datering, aard, karakter, gaafheid, inhoudelijke kwaliteit en conservering van deze archeolo- gische waarden is. In de karterende fase dient circa 5 tot 10 % van deze zone (met een oppervlakte van ca. 5.500 m2) te worden onderzocht. Voor het westelijke plan- gebied wordt, vanwege de kleinschaligheid van de bodemingrepen, geadviseerd een archeologische begeleiding van bodemingrepen met beperkte verstoring (protocol opgraven) uit te laten voeren (figuur 3). Voor zowel het proefsleuvenonderzoek als de archeologische begeleiding zal een Programma van Eisen dienen te worden opgesteld, dat voorafgaand aan de werk- zaamheden goedgekeurd dient te worden door het bevoegd gezag (provincie Zuid-Holland). Het overige deel van het plangebied (zonder veraard veen) In het overige deel van het plangebied zijn geen aanwijzingen voor de aanwezig- heid van archeologische vindplaatsen aangetroffen. Hiervoor worden geen aan- bevelingen gedaan voor vervolgonderzoek.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2007-09-06



