Bureauonderzoek noordelijk tracé-alternatief van de gasleiding tussen Norg en Sappemeer
收藏DANS Data Station Archaeology2010-04-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZXD-CUKA
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) heeft Ingenieursbureau Oranjewoud BV in april 2010 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van een alternatief tracé van de gasleiding Norg‐Sappemeer in de provincies Drenthe en Groningen. Het bureauonderzoek wordt in het kader van de mer‐procedure opgesteld.</p><p>In februari 2011 is de definitieve rapportage (revisie 06) voor het hoofdtracé opgeleverd. Dit geplande tracé gaat van de ondergrondse gasopslagplaats Norg in oostelijke richting naar Sappemeer. Het noordelijk tracé-alternatief (hierna te noemen: het tracé) ligt globaal tussen Donderen en Hoogezand-Sappemeer en passeert het Zuidlaardermeer aan de noordzijde. Het tracé begint op het Drents Plateau en vervolgt zijn weg over de Hondsrug, het Hunzedal en eindigt op de Hunzevlakte.</p><p>Uit de resultaten van het bureauonderzoek volgt dat er verschillende verwachtingen gelden ten aanzien van het voorkomen van archeologische resten. Voor het Drents Plateau geldt een hoge verwachting, met uitzondering van de beekdalen, maar dit betekent niet dat er geen waarden verwacht kunnen worden. In de beekdalen kunnen zich zandkoppen bevinden met bewoning uit de Oude- en Midden-Steentijd en verder kunnen er voorden, afvaldumps en rituele deposities uit diverse (pre)historische perioden aanwezig zijn. Dit geldt ook voor het de Besloten Venen en het Hunzedal, waar uit verschillende perioden off-site vindplaatsen kunnen voorkomen. De Hunzevlakte heeft overwegend een hoge verwachting.</p><p>Voor het toetsen van de verwachting wordt een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) aanbevolen waarin met name de antropogene bodemverstoring wordt onderzocht (6 boringen per ha), met uitzondering van de essen (zie hierna). Het verkennend booronderzoek kan bestaan uit het uitvoeren van boringen in het leidingtracé om de 50 m waarbij wordt gelet op de intactheid van de bodem en de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Dit kan gelijktijdig met het bodemkundig hydrologisch onderzoek worden uitgevoerd. Boringen worden gezet met een 10 cm Edelmanboor. De tracédelen die vallen binnen zones met een lage verwachting in de gemeente Hoogezand-Sappemeer kunnen op basis van het gemeentelijk beleid worden vrijgegeven. De essen dienen te worden onderzocht middels proefsleuvenonderzoek.</p><p>Daar waar ter hoogte van het leidingtracé een (deels) intacte podzolbodem wordt aangetroffen dient het boorgrid verdicht te worden naar 20 boringen per ha. Deze boringen worden gezet met een 15 cm Edelmanboor. Relevante lagen dienen gezeefd te worden over een 4 mm zeef. Dit om de aan‐ of afwezigheid van een vindplaats vast te kunnen stellen. Tevens worden bij dit onderzoek een oppervlaktekartering en het inmeten van vindplaatsen uitgevoerd.</p>
创建时间:
2010-04-14



