five

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Mooieweg 11 - 13A te Arnhem, gemeente Arnhem (GD)

收藏
DANS Data Station Archaeology2022-03-06 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z3F-HS6E
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in december 2021 – januari 2022 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende en karterende fase uitgevoerd aan de Mooieweg 11 - 13A te Arnhem. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de realisering van twee nieuwbouwwoningen binnen het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied geomorfologisch gezien op een oeverwal, maar bestaat de ondergrond uit oever-op-komafzettingen. Deze oeverafzettingen zijn waarschijnlijk jonger dan de Vroege IJzertijd omdat deze afkomstig moeten zijn van de Malburgen en Neder-Rijn stroomgordels. De komafzettingen worden op 80 à 140 cm -mv verwacht. De archeologische verwachting is hoog vanaf de IJzertijd tot Late Middeleeuwen. Op basis van historisch kaartmateriaal waarop de deellocaties aldoor onbebouwd waren vanaf begin 19e eeuw is de archeologische verwachting voor de Nieuwe tijd middelhoog. De archeologische verwachting voor de periode Laat-Neolithicum tot Vroege IJzertijd is laag vanwege de ligging binnen een (voormalig) rivierkomgebied. Vanwege de grote diepte waarop het mogelijk geërodeerde pleistocene landoppervlak is gelegen is de archeologische verwachting voor vroegere perioden dan het Laat-Neolithicum weinig relevant. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat deelgebied B (Mooieweg 13A) archeologische sporen bevat, terwijl deze in deelgebied A (Mooieweg 11) op basis van slechts één houtskoolspikkel niet helemaal uit te sluiten zijn. Onder een matig dikke tot dikke A-horizont en oeverafzettingen voornamelijk bestaande uit zandige klei is een doorgaande laklaag aangetroffen met houtskoolspikkels als archeologische indicator. De naar onder donker wordende laklaag (archeologische horizont) begint op 110 cm -mv (8,24 à 8,38 m +NAP) op deellocatie A en op 120 à 130 cm -mv (8,19 à 8,32 m +NAP) op deellocatie B. Volgens het selectiebesluit dient er een buffer van minimaal 50 cm (bij voorkeur meer) te blijven bestaan tussen het archeologisch relevante niveau en ontgravingsdiepte. Verder dient er te worden geanticipeerd op omgang met diepere ontgravingen zoals riolering. Een buffer van >50 cm tussen archeologische waarden en gebruik van een perceel (denk aan beplanting aanbrengen e.d.) biedt een grote mate van zekerheid voor een behoud in-situ van eventuele vindplaatsen. Om die reden wordt geadviseerd van een archeologisch vervolgonderzoek af te zien als bodemingrepen beperkt blijven tot 8,88 m +NAP (41 à 71 cm diepte t.o.v. huidig maaiveld) op deellocatie A en 8,82 m +NAP (65 à 76 cm diepte t.o.v. huidig maaiveld) op deellocatie B. Zowel op deellocatie A en B is mogelijk een geringe ophoging van het terrein zinvol ter plaatse van de nieuwbouw. Voor de waarschijnlijk toe te passen paalfunderingen wordt geadviseerd om een archeologievriendelijk bouwplan op te stellen in samenspraak met een archeologisch deskundige. Als de bodemingrepen op deellocatie A en B respectievelijk dieper dan het niveau van 8,88 m +NAP en 8,82 m +NAP zijn wordt op basis van de onderzoeksresultaten nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems). Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Arnhem, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer Drs. M. Defilet Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.</p>
提供机构:
Laagland Archeologie
创建时间:
2022-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务