five

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Coldplaystraat 1 en 5, te Lent, Gemeente Nijmegen

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-24h-47rz
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van de heer W. Mazerant een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd voor de geplande bestemmingsplanwijziging en de splitsing van een kavel aan de Coldplaystraat te Lent. De omvang van het plangebied bedraagt circa 1.660 m2.Het plangebied ligt volgens het bestemmingsplan van de gemeente in een gebied met een lage, middelhoge of nog onbekende verwachting (waarde archeologie 1), waarvoor geldt dat er archeologisch onderzoek moet plaatsvinden bij werkzaamheden met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 2.500 m2 en dieper dan 0,30 meter onder het maaiveld. De oppervlakte van het plangebied overschrijdt deze grens niet, maar aangezien er sprake is van een bestemmingsplanwijziging moet er toch archeologisch onderzoek uitgevoerd worden.ConclusieUit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op de stroomgordel van Ressen fase C&D ligt (nummer 352 en 353). Deze stroomgordel was actief tussen 1550 tot 300 V.Chr. en kan archeologische resten bevatten vanaf de Midden-Bronstijd. Op deze stroomgordel zijn oever- op beddingafzettingen afgezet. Door de ligging van het plangebied op deze stroomgordel wordt verwacht dat er een hoge trefkans is op archeologische resten vanaf het moment dat de stroomgordel actief werd. Hierbij moet vooral gerekend worden op resten vanaf de IJzertijd, aangezien deze veel zijn aangetroffen rondom het plangebied. Voor resten ouder dan de stroomgordel geldt een lage verwachting, aangezien de stroomgordel deze resten geërodeerd kan hebben. Vanaf de Late Middeleeuwen heeft het plangebied een lage verwachting aangezien het plangebied tot recentelijk als landbouwgrond in gebruik is geweest. Voor de Tweede Wereldoorlog geldt een hoge verwachting, het plangebied lag in de frontlinie van operatie Market Graden wat verschillende resten achter gelaten kan hebben1. Uit aanvullende informatie van gemeente Nijmegen blijkt dat in het plangebied in WO II een loopgraaf/geschutstelling aanwezig was en een deel van het perceel nog niet is vrijgegeven (zie afbeelding 19) wat betreft NGE2. Het plangebied is gedeeltelijk verdacht op zowel dumpmunitie als geschutsmunitie (zie afbeelding 20). Uit de resultaten van het uitgevoerde veldonderzoek blijkt dat de hoge archeologische verwachting voor het plangebied voor de periode van de Midden-Bronstijd tot en met de IJzertijd gerechtvaardigd is. Uit de onderzoeksresultaten van het booronderzoek blijkt dat in het plangebied sprake is van een 80 tot 95 cm dik subrecent ophogingspakket dat rond 1993 bij de bouw van de woning is aangebracht. Daaronder is een subrecente bouwvoor en ploegzool aangetroffen. Deze bodemlagen zijn vanuit archeologisch oogpunt minder relevant. De relevante archeologische laag bestaat uit oeverafzettingen waarvan de ongeroerde top is aangetroffen op dieptes variërend van 120 cm-mv tot 150 cm-mv. De verwachtte oeverafzettingen van de Ressenstroomgordel bevatten met name aan de oostzijde van het onderzochte perceel veel fosfaatvlekken die wijzen op menselijke bewoning in het verleden. Vermoedelijk maakt het oostelijk deel van het plangebied deel uit van een groter nederzettingsareaal uit de IJzertijd.SelectieadviesIndien rekening wordt gehouden met een bufferzone van 20 cm boven het relevante archeologische niveau, dan adviseren wij om toekomstige bodemingrepen te beperken tot 100 cm-mv. In dat geval is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Er geldt nog wel een verhoogde trefkans op dumpmunitie en geschutsmunitie en mogelijke resten van de loopgraaf/geschutstelling. Hiervoor is aanvullend onderzoek noodzakelijk (HVO en detectieonderzoek) door een WSCS-OCE gecertificeerd bedrijf.Indien diepere bodemingrepen dan 100 cm-mv uitgevoerd worden in het plangebied, dan achten wij vervolgonderzoek noodzakelijk in de vorm van waarderend proefsleuvenonderzoek. Voorafgaand aan gravend onderzoek dient een Programma van Eisen opgesteld te worden dat ter toetsing wordt voorgelegd aan Archeologie Nijmegen.Beoordeling rapportage en selectiebesluitDe resultaten van het onderzoek zijn op 31 juli 2020 beoordeeld door gemeente Nijmegen (mw. C. Harmsen). De opmerkingen zijn verwerkt in deze aangepaste rapportage. Op grond van de onderzoeksresultaten heeft gemeente Nijmegen op 20 augustus 2020 het volgende selectiebesluit geformuleerd: : “De conclusie is dat er een hoge verwachting geldt op sporen vanaf de middenbronstijd tot en met de ijzertijd in het plangebied, met name in het oostelijke deel van het plangebied. Uit booronderzoek is echter gebleken dat de eerste 0,8-0,95 m -mv verstoord is met veel recente bijmenging. Vermoedelijk is dit aangevoerde grond ter ophoging van het terrein. De archeologisch relevante lagen bevinden zich vanaf 120 cm –mv. Het selectieadvies van Hamaland is om een bufferzone van 20 cm hierboven te hanteren, en het terrein tot 1 m –mv vrij te geven. Ik wil deze marge wat verruimen, met name in het oostelijke deel van het terrein, omdat daar de trefkans op archeologie het grootst is.Omdat het terrein niet helemaal vlak is – de maaiveldhoogtes van de boringen variëren tussen 9,94 en 9,61 m +NAP – is het zuiverder een NAP-maat te hanteren die aangeeft tot welke diepte verstoord mag worden. Voor het deel ten westen van de bestaande woning wordt die diepte gesteld op 9,00 m +NAP, voor het deel ten oosten van de bestaande woning is de maximale verstoringsdiepte 8,90 m +NAP. Indien er graafwerkzaamheden dieper dan deze niveaus uitgevoerd worden, is een vervolgonderzoek noodzakelijk in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. In dat geval dient eerst een Programma van Eisen te worden opgesteld dat ter goedkeuring aan het bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen dient te worden voorgelegd. Zoals al eerder aangegeven moet er nog rekening worden gehouden met niet-gesprongen explosieven op een deel van het terrein. Indien hier onderzoek naar wordt gedaan en blijkt dat daar graafwerk aan te pas komt, dieper dan boven gestelde NAP-maten, moeten ook die werkzaamheden vergezeld worden van archeologisch onderzoek”.VoorbehoudHet uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Nijmegen hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务