Transect-rapport 2099: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkenende fase. De Lier, Jogchem van der Houtweg 7. Gemeente Westland.
收藏DANS Data Station Archaeology2019-03-05 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XUM-558Z
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In maart 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Jogchem van der Houtweg 7 in De Lier (gemeente Westland). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de realisatie van een bedrijfshal in het plangebied. Bij de realisatie van deze twee uitbouwen zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de bodem verstoord zal worden en daarmee potentieel archeologische resten. <br>In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Lier’ (2015) een dubbelbestemming Waarde Archeologie 4. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm -Mv en/of wanneer er heipalen moeten worden geplaatst. Dit betekent dat gezien de omvang (circa 1750 m2) en de aard (plaatsen heipalen) van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is.</p><p>Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase.<br>Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. </p><p>Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O).</p><p>Conclusie<br>• Op basis van het bureauonderzoek is een lage verwachting opgesteld voor de periode Bronstijd – Nieuwe tijd. De verwachting is dat het plangebied zich in de loop van de inbraakgeul De Lier gelegen is. Oudere resten zullen daardoor eventueel reeds geërodeerd zijn en in de geul zijn geen bewoningsmogelijkheden geweest. Na verlanding van de geul heeft er veengroei plaatsgevonden. Het veen heeft lokaal en tijdelijk bewoningsmogelijkheden geboden indien het ontwaterd is geweest. De verwachting is echter dat het veen (grotendeels) geërodeerd is door een latere zee inbraak en dat eventuele resten op het veen tevens geërodeerd zijn. Op het dek dat deze zee inbraak heeft achtergelaten is bewoning in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd (na inpoldering in de 15de eeuw) mogelijk geweest. Er zijn echter op basis van historisch kaartmateriaal geen aanwijzingen gevonden dat er in het plangebied in deze periode bewoning of andere activiteiten plaatsvonden die archeologisch gezien interessant zijn.<br>• Op basis van de resultaten van het veldonderzoek kan de lage verwachting in het plangebied voor de periode Bronstijd – Nieuwe tijd gehandhaafd blijven. Het plangebied bevindt zich inderdaad in een verlande geul, getuige de gelaagde afzettingen van sterk siltige klei en zand. Het daarop gelegen veen is inderdaad grotendeels geërodeerd en het restant vertoont geen veraarde trajecten. In de dekafzettingen, die vanaf het maaiveld aanwezig zijn, zijn geen tekenen aangetroffen die de conclusie uit het bureauonderzoek in twijfel brengen over de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-03-06



