five

Proefsleuvenonderzoek Braamt Graaf Hendrikstraat 9 - 27 Proefsleuvenonderzoek aan de Graaf Hendrikstraat 9 - 27 te Braamt in de gemeente Montferland

收藏
DANS Data Station Archaeology2016-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZM4-W2G5
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Tijdens het veldonderzoek zijn archeologische sporen aangetroffen in het centrum van het plangebied (werkput 2 en 3, vindplaats 1), en aan de noordwestzijde van het plangebied (werkput 5, vindplaats 2). Vindplaats 1 bestaat uit greppels (S17, S18 en S23), kuilen (S12 en S24), paalkuilen (S1-S7, S10 en S11, S14-16, S20-S22, S26-S28) en een vloerniveau (profiel 2). De paalkuilen liggen voor een deel in de putrand (S1, S10, S14-S16 en S21), zodat geconcludeerd kan worden dat de sporen doorlopen tot buiten de putten 2 en 3. De sporen hebben een diffuse begrenzing, dit gegeven samen met de ligging onder het plaggendek duiden op een vroege datering, van voor het aanbrengen van het plaggendek. De mogelijkheid om door uitbreiding van de sleuven de sporen te begrenzen was niet aanwezig, door de bebouwing en asbestspots rond de sleuflocaties. Het couperen van enkele paalsporen heeft geen materiaal opgeleverd. De baksteenfragmenten uit het vloertje in werkput 2 wordt gedateerd tussen 1600-1900 en past daarmee bij het verwachte erf uit de 17e eeuw. Het overige keramiek uit werkput 2 en 3 wordt gedateerd tussen 1600/50 - 1900, vier fragmenten uitgezonderd, die gedateerd tussen 1300 - 1500. Eén is aangetroffen in de greppel S18 en twee in greppel S23. Voor beide greppels (S18,23) geldt een terminus post quem van 1300-1500.<br>Vindplaats 2 bestaat uit twee uitbraaksleuven (S30 en S31) en een kuil S35. Beide greppels hebben een oostwest oriëntatie en strekken zich uit tot buiten de put. Van beide sporen is circa 5 x 0,35 x 0,30 m aangetroffen, de ruimte tussen de sporen is circa 1 meter breed. De kuil, S35, loopt door S31 en dus jonger is dan laatst genoemd spoor. Uit werkput 5 is, naast de aanlegvondsten die gedateerd worden tussen 1600-1900, bouwkeramiek betrokken uit de beide uitbraaksleuven S30 en S31. Het bouwkeramiek wordt gedateerd tussen 1600 - 1900.<br>Verder is in bijna het gehele plangebied een esdek aangetroffen. In dit esdek is aardewerk uit met name de Nieuwe tijd aangetroffen die met de bemesting op het land terecht is gekomen. De datering van dit aardewerk geeft aan dat het esdek is gevormd in de periode Nieuwe tijd (tot 1850).</p><p>Resultaten opgraving: 3894.010 Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat het terrein vanaf de 14e eeuw in gebruik is geweest als woongrond of erf. De sporen als de vondsten vertegenwoordigen twee bewoningsfasen. De oudste fase betreft de 14e tot 16e eeuw en de jongste fase de 17e tot 19e (20e) eeuw, met het zwaartepunt in de 19e eeuw.</p><p>In de 14e tot 16e eeuw stonden enkele gebouwtjes binnen het plangebied: in ieder geval een klein bijgebouw en twee grotere stallen of schuren. De hoofdwoning is niet herkend. De vondst van zacht gebakken baksteen in sporen uit deze periode indiceert dat toen ook al (deels) steenbouw werd toegepast. Een kwartsitische zandsteen dat mogelijk als poer gebruikt is en sporen van brand heeft indiceert dat de structuur waar deze poer is toegepast mogelijk is afgebrand in de 16e eeuw of eerder.</p><p>Het grootste deel van de sporen vertegenwoordigt een jongere bewoningsfase in de 17e tot 19e eeuw en dateert met name uit de 19e eeuw, mogelijk met een oorsprong in de 18e eeuw. Het terrein was toen opgedeeld in drie percelen. Op een van de percelen stond een boerderij met bakstenen kelder en bijgebouwen (waaronder twee putten). De andere percelen waren in gebruik als bouwland en/of bleekveld. De percelen waren van elkaar gescheiden door greppels en mogelijk ook door hekken, getuige de palenrijen. Het lijkt erop dat in de 19e eeuw het terrein een herinrichting heeft gehad, waarbij de boerderij verbouwd is en de greppels langs en binnen de percelen opnieuw uitgegraven zijn. Uit het dierlijk botmateriaal blijkt dat men runderen en varkens hield. Het aardewerkcomplex uit deze periode betreft vooral roodbakkende vormen. Andere aardewerksoorten die meestal een flink deel uitmaakten van het geheel aan gebruiksaardewerk, zoals het witbakkende aardewerk, het steengoed en het industriële aardewerk, zijn slechts in relatief kleine hoeveelheden teruggevonden. Het is de vraag of dit een bewuste keuze is geweest of dat men niet over voldoende financiële middelen beschikte om de duurdere aardewerkproducten aan te schaffen. Een mogelijke schaarste blijkt ook uit de vondst van mestslakken, een restproduct van mestverbranding. Wellicht was er een tekort aan hout als brandstof en koos men -al dan niet noodgedwongen- voor dierlijke mest.</p>
提供机构:
Econsultancy BV
创建时间:
2017-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务