Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van appartementen aan de Kievitsweg 86 te Ridderkerk, gemeente Ridderkerk. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase)
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zfm-ksen
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie Cultuurhistorie een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Kievitsweg 86 te Ridderkerk, gemeente Ridderkerk. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 5.350 m2. De noordwestelijke helft van het plangebied is in gebruik als parkeerterrein en wordt door een watergang gescheiden van de zuidwestelijke helft (perceel 5467) waar zich een loods met een betonnen vloer bevindt. De loods heeft een oppervlakte van ongeveer 250 m2. De bestaande bebouwing zal worden gesloopt waarna er een appartementengebouw zal worden gerealiseerd met parkeerplaatsen en een waterpartij. De geplande bebouwing heeft een oppervlakte van circa 24 x 28 m (ca. 672 m2). Het appartementengebouw wordt gefundeerd met prefab heipalen (met fundering) van 60 x 60 cm aan de twee zijden van het parkeerterrein en 60 x 120 cm aan de zijde van het water. Er komt geen kelder onder het gebouw (parkeren op maaiveld). De waterpartij krijgt een oppervlakte van ca. 321 m2. De diepte van het waterpartij is nog niet bekend, maar zal naar verwachting tussen de 50 tot 100 cm diep zijn. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart gebracht te worden of zich binnen het plangebied behoudenswaardige archeologische resten (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. In het kader van dit project is reeds een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (Vestigia-rapport V1707)1 en een Programma van Eisen opgesteld (BOOR PvE 2018056). Op basis van deze onderzoeken is vastgesteld dat binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen dient te worden uitgevoerd. In het algemeen heeft de verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek tot doel het toetsen en eventueel aanpassen van de archeologische verwachting. Tijdens het verkennend inventariserend veldonderzoek wordt de bodemopbouw en mate van gaafheid van de bodem in kaart gebracht, om zo de archeologische potentie van het plangebied vast te stellen. Aan de hand van het onderhavige verkennende booronderzoek zijn voor zover mogelijk de volgende onderzoeksvragen beantwoord: - Wat is de geologische/bodemkundige opbouw van het plangebied? - Wat is de mate van gaafheid van de bodemopbouw in het plangebied? - Zijn in het plangebied stratigrafische niveaus met archeologische potentie aanwezig? - Op welke diepte bevinden deze niveaus zich? - Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig en kan, indien mogelijk, een eerste indruk gegeven worden van de datering, aard en kwaliteit van deze waarden? - Is in het plangebied, gelet op de voorgenomen bodemingrepen, vervolgonderzoek noodzakelijk? Het doel van een (eventueel) karterend inventariserend veldonderzoek zou zijn de archeologische waarden die bij de verkennende fase zijn getraceerd (verder) in kaart brengen. Indien mogelijk dient een eerste indruk te worden geven van de datering, aard en kwaliteit van deze waarden. Verdere heeft eventueel karterend onderzoek tot doel archeologische waarden traceren en in kaart brengen. Indien mogelijk dient een eerste indruk te worden geven van de datering, aard en kwaliteit van deze waarden. Binnen het plangebied zijn 9 boringen succesvol gezet en 11 boringen zijn gestaakt op een diepte van maximaal 50 centimeter beneden maaiveld. De gestaakte boringen zijn allen gestaakt op straatverharding. De overige boringen zijn gezet tot minimaal de vereiste diepte van 4 meter beneden maaiveld. Boringen 4046007 tot en met 4046009 zijn gezet in de rand van de sloot; circa 1 meter lager dan het maaiveld. Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat er geen kansrijke zones binnen het plangebied aanwezig zijn; ook zijn er in de verkennende boringen geen archeologische waarden aangetroffen. De drie mogelijk karterende vervolgboringen zijn daarom niet uitgevoerd. De opbouw van de boringen was in alle gevallen vrijwel gelijk. Onderin zijn getijdeafzettingen aangetroffen van het Laagpakket van Wormer. Deze reikten tot een diepte van 3,5 tot 4 meter beneden maaiveld. Boven de Wormerafzettingen is Hollandveen aangetroffen tot 130 tot 155 centimeter beneden maaiveld. Boven het hollandveen zijn getijdenafzettingen van het Laagpakket van Walcheren aangetroffen tot aan het maaiveld. De bovenste 40 tot 60 centimeter van dit laagpakket is verstoord aangetroffen. De verstoorde bouwvoor bestaat uit matig tot sterk zandige klei met puin, baksteenfragmenten en allerhande afval. Deze grond is in de recente tijd verploegd en verrijkt met verhardingselementen. Onder de bouwvoor is het onverstoorde sediment van het laagpakket van Walcheren aanwezig. Deze bestaat uit matig zandige klei. Door recente verlaging van de grondwaterstand is het pakket stevig en bevat het pakket roestvlekken. In de onverstoorde Walcheren afzettingen zijn geen laklagen of humeuze banden aangetroffen. Onder de getijdenafzettingen is het Hollandveen aangetroffen. Dit pakket bestaat uit zwak tot sterk kleiig veen waarbij de basis kleiiger is dan de top. Het veenpakket bestaat uit riet- en bosveen waarbij in het bosveen zeer dikke stukken hout aanwezig waren. De top van het Hollandveen is veraard aangetroffen. Deze veraarding is echter ontstaan door de recent verlaagde grondwaterstand. Dit is te zien aan het water in de sloot en de aanwezigheid van roestvlekken tot aan het veenpakket. Dit is daarom geen indicatie voor de aanwezigheid van een oud loopvlak. Onder het Hollandveen is in 5 boringen een kleipakket aangetroffen. Dit kleipakket bestaat uit slappe zwak siltige klei met in de top veel wortels. De sedimenten van dit pakket zijn in alle boringen slap en onontwikkeld aangetroffen.
创建时间:
2024-01-31



