five

Bureauonderzoek Allinq Laren (gemeente Laren)

收藏
DataCite Commons2025-01-27 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/ZLPHQH
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Antea Group projectnummer 0490038 In december 2023/januari 2024 is in opdracht van Allinq B.V. door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd, om een archeologische verwachting op te stellen voor een tracé in Laren (gemeente Laren) van ongeveer 142 km glasvezelkabel. Hiervan wordt circa 94 kilometer tracélengte in open ontgraving aangelegd, het overige deel (48 kilometer) door middel van gestuurde boringen (HDD‐boringen). De sleuven hebben een breedte van maximaal 0,3 meter en een ontgravingsdiepte van 0,5 à 0,6 meter. Het tracé valt binnen vier bestemmingsplannen van de gemeente Laren, waarbinnen verschillende dubbelbestemmingen met de waarde archeologie voorkomen. Daarnaast ligt het tracé ook binnen belangrijke archeologische gebieden volgens de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart. Om een specifieke archeologische verwachting en advies op te stellen, is dit bureauonderzoek uitgevoerd. Het plangebied bevindt zich op afzettingen die zich voornamelijk in het pleistoceen hebben gevormd. Het westelijke gedeelte van Laren ligt op een stuwwal, de rest van Laren ligt op glooiingen van hellingafspoelingen en (gordel)dekzandwelvingen. Dit zijn allemaal relatief hoger gelegen delen van het landschap, en daarmee zeer aantrekkelijk voor bewoning in de prehistorie. Bekende archeologische terreinen (AMK) buiten Laren betreffen dan ook grafvelden en resten van nederzettingen uit de steentijd, bronstijd en ijzertijd. Er zijn nagenoeg geen vondsten bekend uit de Romeinse tijd, maar het aantreffen van resten uit deze periode kan niet helemaal worden uitgesloten. Uit historische gegevens wordt duidelijk dat Laren waarschijnlijk in de vroege middeleeuwen is ontstaan. Het dorp vestigde zich op een heuvel (waar het huidige Sint Janskerkhof ligt), en verplaatste zich later naar de huidige Brink. Laren is van oorsprong dan ook een brinkdorp: geconcentreerde bewoning rondom een open, gedeelde ruimte. Vanaf deze periode begint de bewoning steeds verder toe te nemen rondom Laren, en binnen de historische dorpskern worden dan ook voornamelijk resten vanaf de middeleeuwen verwacht. Advies Antea Group Aan de hand van bekende archeologische gegevens, landschappelijke kenmerken en de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart wordt duidelijk dat voor delen van het plangebied de archeologische verwachting hoog is. Eerder archeologisch onderzoek dat is uitgevoerd binnen de dorpskern van Laren laat echter op vele locaties een verstoorde bodem zien, of relevante archeologische lagen dieper dan de ontgravingsdiepte. Slechts op zeer geconcentreerde locaties is de bodem nog intact. Buiten Laren lijkt de bodem beter intact te zijn. Om de archeologische verwachting nog beter te specificeren, is geïnventariseerd in hoeverre bestaande kabels en/of leidingen ook al voor een mogelijke bodemverstoring hebben gezorgd (KLIC‐oriëntatiemelding). Op basis hiervan zijn twee zeer nabij liggende zones in het plangebied aangeduid waar de archeologische verwachting hoger is dan voor de overige delen. Met deze reden zijn er dan ook twee verschillende verwachtingen en daarmee verschillende adviezen opgesteld. Advies tot begeleiding Het betreft het tracé op het terrein aan de Hilversumseweg 44 en een deel van de Langsakker (oostzijde kerkhof). Voor beide delen geldt dat het tracé niet overlapt met een bestaand kabelbed, waardoor de kans relatief groot is om een intacte bodem aan te treffen. Omdat tevens beide delen buiten de dorpskern van Laren liggen, is de bouwvoor hier hoogstwaarschijnlijk relatief dun. Vermoedelijk zal dit rond de 0,2 en 0,5 meter dik zijn. Hieronder kunnen nog archeologische resten aanwezig zijn. Binnen de ontgravingsdiepte van 0,6 meter is het dus mogelijk dat er archeologische resten kunnen worden aangetroffen voor deze delen van het tracé. Onder de bouwvoor kunnen resten vanaf de middeleeuwen aanwezig zijn, maar het aantreffen van resten uit de steentijd kan ook niet worden uitgesloten. Voor deze genoemde zones adviseren wij om de werkzaamheden uit te laten voeren onder archeologische begeleiding (protocol proefsleuven, variant archeologische begeleiding). Advies tot vrijgave Voor de overige delen van het tracé geldt dat er een zeer grote kans is dat er binnen een bestaand kabelbed wordt gewerkt. Dit vanwege de geringe ontgraving, maar aan de hand van de KLIC‐oriëntatiemelding werd ook duidelijk dat er zeer veel overlap is met bestaande kabels en leidingen. Tevens zijn dit gebiedsdelen waar de archeologische verwachting lager is, op basis van eerdere onderzoeken. Hier bleek de bodem grotendeels al verstoord te zijn, of liggen de archeologische relevante lagen niet binnen de ontgravingsdiepte. Antea Group adviseert voor deze delen vrijgave voor nader archeologisch onderzoek. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033‐4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Revisiebeheer De huidige revisie (revisie 00) is de eerste versie van dit rapport, en zal aan de opdrachtgever voorgelegd en dient vervolgens ter beoordeling te worden voorgelegd aan de bevoegde overheid of haar adviseur.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-01-24
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务