Archeologische Begeleiding ‘Winningsstation Van Heek en waterleidingtracé Oude Eltenseweg 4’ en ‘Aanleg ruwwaterleidingen en voedings- en signaalkabels Galgenberg’, Zeddam, Gemeente Montferland
收藏DANS Data Station Archaeology2017-10-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2Z3-JVMG
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>De tijdens het onderzoek ter plaatse van Tracé Oost en Tracé West aangetroffen sporen en vondsten passen in het regionale geschiedkundige beeld van het Montferland. De oudste aangetroffen sporen bestaan uit paalkuilen met aardewerk uit de periode van de Late Bronstijd tot en met de Late IJzertijd. Ze maken vermoedelijk deel uit van een groter nederzettingsterrein op de noordoostflank van de stuwwal van het Bergerbos. Vanwege de aanwezigheid van enkele sporen met vondstmateriaal uit de Vroege Middeleeuwen, mag er vanuit worden gegaan dat hier sprake is geweest van meerdere bewoningsfasen. De bij onderzoeken aangetroffen nederzettingspatronen en aardewerktypologieën passen typochronologisch in een bovenregionale ontwikkeling binnen het gebied van het IJsseldal, de Achterhoek en de Liemers tot en met het Twentse land.</p><p>Uit diverse onderzoeken is in ieder geval te herleiden dat niet alleen de gordeldekzandruggen maar ook de stuwwalafzettingen kennelijk aantrekkelijk genoeg waren voor bewoning vanaf de Late Prehistorie. Dit feit werpt een nieuw licht op de omgang met het landschap in de Late Prehistorie en de daarop volgende perioden. Met recentelijk uitgevoerd onderzoek in Lochem (Lochemseberg), Neede en Noordijk (Needseberg) is aangetoond dat ook de flanken van de stuwwallen kennelijk voldoende bestaansmogelijkheden boden voor boeren. De aanwezigheid van een groot nederzettingscomplex aan de noordoostzijde van het Bergerbos impliceert dat ook de stuwwal van het Montferland intensief was bewoond in de periode van de Late Prehistorie tot en met de Middeleeuwen. Bewoning uit deze perioden kenden we al wel aan de voet van het Montferland, o.a. in Beek, Loerbeek, Didam, Stokkum en Braamt. Daar zijn uitgestrekte nederzettingsarealen aangetroffen op de uitgestrekte gordeldekzandruggen, waarop in de Late Middeleeuwen omvangrijke escomplexen zijn ontstaan. Dat echter de relatief marginale grindrijke zandgronden van de stuwwal reeds bewoond werden door de vroegste boeren is tamelijk uitzonderlijk. Dat zegt iets over locatiekeuze en is feitelijk strijdig met de gangbare hypothese dat er in de IJzertijd een verschuiving plaats heeft gevonden van de bewoning van de leemarme naar de leemrijke zandgronden. Volgens Roymans en Gerritsen, zich baserend op onderzoek in Zuid-Nederland, ligt een belangrijk deel van de oorzaak in het podzolisatieproces, dat de leemarme zandgronden veel minder geschikt maakte voor bewoning.</p><p>Op zowel de stuwwal van het Montferland, de Lochemseberg alsook de Needse Berg zijn er echter geen aanwijzingen dat toenemende podzolisatie in het verleden heeft geleid tot het opgeven van de bewoning. Veeleer ligt de oorzaak hier in de verdere ontginning van het kwetsbare landschap, het winnen van ijzeroer (klapperstenen) en het kappen van bos ter vergroting van het akkerareaal, waardoor erosie in toenemende mate vrij spel kreeg op het omringende land. Dit proces heeft zich, gezien de homogeniteit van het eerddek op de gordeldekzandruggen, in een relatief korte tijdsspanne afgespeeld, vermoedelijk pas aan het eind van de Late Middeleeuwen.</p><p>Het proces van ijzerwinning en ijzerproductie heeft in het Montferland relatief vroeg plaatsgevonden, vermoedelijk al in de 9de eeuw na Chr. en heeft geleid tot een sterke mate van ontbossing. De getuigenissen hiervan zijn nog steeds zichtbaar in het Bergerbos. Centraal in het Bergherbos ligt een zone van ongeveer 2.5 km2 waar nog steeds veel ijzerkuilen aanwezig zijn. Deze langwerpige kuilen dateren uit de Middeleeuwen en werden gegraven om klapperstenen te winnen.</p><p>De jongste resten die zijn aangetroffen zijn granaatscherven die werden aangetroffen in de bouwvoor en in de top van het dekzand. Deze zijn te relateren aan de oorlogshandelingen die hier in de Tweede Wereldoorlog hebben plaatsgevonden. Tijdens Operatie Plunder, die van 23 tot en met 28 maart 1945 duurde, zijn een aantal verdedigingswerken, loopgraven en een tankgracht aangelegd. De geallieerde operatie met het doel de Rijn over te steken om het Roergebied in handen te kunnen krijgen werd voorafgegaan door zeer zware beschietingen. Op 31 maart lukte het 9de Canadian Army om de Duits-Nederlandse grens over te steken en op 1 april 1945 wist de divisie van de Highland Light Infantry of Canada ’s-Heerenberg te bevrijden.</p><p>Het ontbreken van sporen en vondsten op de Galgenberg is vrijwel volledig te wijten aan de omvang van de bodemingrepen die in het verleden hebben plaatsgevonden bij de aanleg van het waterbekken en de overige voorzieningen van Vitens. Doordat deze werkzaamheden in de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw niet archeologisch zijn begeleid, weten we niet of er belangrijke sporen of vondsten verloren zijn gegaan. Daardoor weten we ook niet of er bijvoorbeeld begravingen hebben plaatsgevonden in de nabijheid van de wipgalg die tot 1772 op deze locatie aanwezig is geweest.</p>
提供机构:
SOB Research BV
创建时间:
2017-10-18



