five

Rapportage Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Waterkering Maasdijk te Ravenstein, gemeente Oss

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-za9-9kjm
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Resultaten van het archeologisch booronderzoek Conform het Plan van Aanpak zijn in beginsel 50 verkennende boringen gepland, zie Bijlage 1. In eerste instantie zijn 25 boringen om de twee meter gezet, met een mogelijkheid om te verdichten naar boringen om de meter, zodra muurwerk werd aangetroffen. Voor de situering van de daadwerkelijk uitgevoerde boringen (28 stuks) en de locaties van het muurwerk wordt verwezen naar Bijlage 2. Voor de dieptekaarten van het aangetroffen muurwerk wordt verwezen naar Bijlage 3. De boringen zijn zoveel mogelijk uitgevoerd tot een diepte van 400 cm-mv. Op enkele plaatsen waar niet door het muurwerk heen kon worden geboord zijn de boringen minder diep uitgevoerd.Tijdens het veldwerk bleek dat in de boringen behalve muurwerk ook puinlagen aanwezig waren, herkenbaar aan een combinatie van baksteenpuin en kalkmortel met sediment. Muurresten manifesteerden zich als dikke baksteenpakketten (met mortel). Ter plaatse van het oostelijk deel van het plangebied (boring 36-50) was onder het dikke baksteenpakket nog sprake van zandsteen (mergel), hetgeen ook aangetroffen is in de kelder van Café op d’n Dijk (de vermoedelijke holle beer tussen het Bokrondeel en Halfbastion Oranje). De aangetroffen bakstenen waren oranje van kleur, zacht gebakken en bevatten zwarte insluitsels. Het aangetroffen zandsteen (mergel) had een lichtgele kleur. Daar waar door de zachte muurresten heen is geboord, zijn deze tot het einde van de boring op 4,00 m-mv aanwezig. Alleen ter plaatse van boring 31, 32, 34 en 34a bleek het niet mogelijk door de muurresten heen te boren – het baksteengruis dat hier met de boor mee omhoog kwam, was eerder lichtroze van kleur en harder gebakken, wat een mogelijk jongere datering van het muurwerk verondersteld als het muurwerk dat in de andere boringen is aangetroffen.Op grond van de onderzoeksresultaten kan het volgende worden herleid: - Kasteelrondeel: boring 1 t/m 5 Ter plaatse van de boorraai ten oosten van het kasteelrondeel zijn in boring 2, 4 en 5 resten van muurwerk aangetroffen, variërend op een diepte van 350 cm -mv tot 400 cm-mv.- Middenrondeel: boring 6 t/m 34a Ter plaatse van de boorraai ter plaatse van het middenrondeel zijn in boring 31, 32, 34 en 34a resten van muurwerk aangetroffen, variërend op dieptes van 100 cm-mv tot 145 cm-mv. De interval tussen de boringen 31, 32 en 34 bedraagt 2 meter, daarna is het boorgrid verdicht, waarbij boring 34a op 1 meter ten oosten van boring 34 is gezet. Boring 34a bevond zich aan de rand van de asfaltstrook van de oprit naar mengvoederfabriek De Heus. Vanwege het aanwezige asfalt was het niet mogelijk het boorgrid verder uit te breiden naar de oprit. - Tuimelkade Halfbastion Oranje: boring 36 t/m 50 Ter plaatse van de boorraai ter hoogte van de tuimelkade bij Halfbastion Oranje zijn in boring 40, 42, 44 en 45 resten van muurwerk aangetroffen op dieptes variërend van 40 cm-mv tot 400 cm-mv.Op basis van de onderzoeksresultaten kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt beantwoord worden: 1. Zijn er funderingsresten of uitbraaksporen aanwezig? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan?Op basis van de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er resten van funderingen aanwezig zijn in het toekomstige tracé van de nieuwe waterkering in de Maasdijk in Ravenstein. Dit is het geval op de drie onderzochte locaties, van west naar oost: ten oosten van het kasteelrondeel, ter plaatse van het middenrondeel direct naast de oprit van de mengvoederfabriek van De Heus en ter plaatse van de tuimelkade bij Halfbastion Oranje. De precieze aard van het muurwerk kon niet worden bepaald, omdat het een booronderzoek betrof. Er kon wel vastgesteld worden dat het aangetroffen muurwerk uit relatief zacht gebakken oranje bakstenen is opgetrokken. Dit wijst op muurresten die in ieder geval dateren van vóór 1850, omdat het handgevormde zacht gebakken bakstenen betreft die op relatief lage temperaturen gebakken zijn. Dit is kenmerkend voor baksteenproductie die op pre-industriële wijze in veldovens heeft plaatsgevonden. De diepteligging van het muurwerk varieert sterk, van 40 cmmv tot 400 cm-mv. Mogelijk zijn de aanwezige muurresten in oorsprong hoger opgetrokken geweest en betreft het restanten die na uitbraak zijn achtergebleven.2. In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen?De resultaten van het karterend booronderzoek komen grotendeels overeen met de verwachting uit het archeologisch bureauonderzoek. Op de plaatsen waar muurwerk verwacht werd, zijn ook daadwerkelijk muurresten. Aanwezig. Wat de precieze aard, verschijningsvorm en datering van dit muurwerk is, kon niet worden bepaald door middel van booronderzoek. Hiervoor is gravend onderzoek noodzakelijk. Opvallend is dat de restanten van het vermoedelijke middenrondeel meer oostelijk gelegen zijn dan is geprojecteerd op de advieskaart uit het bureauonderzoek (zie Afbeelding 2). Indien het inderdaad resten van een middenrondeel betreft, dan liggen de restanten van dit rondeel grotendeels onder de aansluiting van de oprit van de mengvoederfabriek van de Heus met de Maasdijk. Op basis van de onderzoeksresultaten van het karterend booronderzoek kan op voorhand niet uitgesloten worden dat zich op meerdere plaatsen in de Maasdijk nog onbekende resten van de vesting Ravenstein bevinden.3. Is er vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke methode is hiervoor het meest geschikt?Ja, op basis van de onderzoeksresultaten van het karterend booronderzoek is het aan te bevelen om vervolgonderzoek uit te laten voeren om te controleren wat de precieze aard, verschijningsvorm, omvang en ouderdom is van de aangetroffen muurresten. Het uitvoeren van een gravend onderzoek (proefsleuvenonderzoek) al dan niet in combinatie met een (gedeeltelijke) opgraving van de aangetroffen muurresten is hiervoor het meest geschikt. Uit het overleg met het Projectteam Meanderende Maas is gebleken dat het graven van proefsleuven niet mogelijk is vanwege de grote diepte waarop het muurwerk is aangetroffen, waardoor de werkputten aan het maaiveld een omvang zouden hebben van 10 meter bij 10 meter. Deze ruimte is niet beschikbaar. Bovendien zouden hiervoor de aanwezige hagen en bomen gerooid moeten worden, hetgeen niet wenselijk is. Daarom is in overleg met het Projectteam en de gemeentelijk archeoloog van Oss afgesproken dat een vervolgonderzoek door middel van kijkgaten in combinatie met aanvullende boringen noodzakelijk is om de exacte verschijningsvorm, bouwwijze en datering van het aangetroffen muurwerk te kunnen bepalen. Daarnaast dienen tussen de rondelen nog enkele boringen gezet te worden om te controleren of er sprake is van een doorlopende vestingmuur of een aarden wal.6 Door deze aanvullende boringen te zetten wordt tevens voorkomen dat de toekomstige waterkering door de muur geslagen wordt. Voorafgaand aan het gravend onderzoek zal een Programma van Eisen worden opgesteld, dat ter toetsing wordt voorgelegd aan gemeente Oss (mw. M. Peeters).Resultaten van de OCE detectie Voor wat betreft de metingen (dieptedetectie tijdens het booronderzoek) door Armaex zijn er geen mogelijke NGE (Niet Gesprongen Explosieven) gemeten. De boringen zijn dan ook vrijgegeven op NGE (zoals te zien is op de vrijgavetekeningen in Bijlage 4). Hierbij dient opgemerkt te worden dat de complete gebieden niet vlakdekkend vrijgegeven zijn, alleen de plekken van de avegaarboringen zoals die zijn weergegeven op de tekening in Bijlage 2.Door de aanwezigheid van hoge concentratie ferro houdende objecten en ondergrondse infrastructuur was de detectiedata die is gecreëerd niet bruikbaar voor ‘individuele objecten benadering’. Om het gebied alsnog te kunnen vrijgeven zal het gebied dat nog door middel van gravend onderzoek zal worden onderzocht, gecontroleerd laagsgewijs ontgraven en realtime gedetecteerd moeten worden met de metaal(mijn)detector en een beveiligde graafmachine. Hierbij wordt de bodem in dunne laagjes van 30 cm laagsgewijs gedetecteerd met de actieve detector. Uit deze laag van ca. 30 cm worden aanwezige significante objecten handmatig benaderd en geïdentificeerd. Indien het CE betreft worden deze tijdelijk veiliggesteld. Vervolgens wordt deze vrijgegeven laag met een beveiligde graafmachine verwijderd. Deze machine voldoet aan de eisen gesteld in bijlage 4 van de WSCS-OCE. Deze handelingen zullen op cyclische wijze plaatsvinden tot de gewenste diepte is bereikt. Onderstaand is een schematische werkwijze van deze methode weergegeven.Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouw- of graafwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. De resultaten van het booronderzoek en de conceptrapportage zijn op 12 januari 2021 getoetst door de gemeentelijk archeoloog van Oss, mw. M. Peeters. De opmerkingen zijn verwerkt in deze definitieve rapportage.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de gemeentelijk archeoloog van Oss (e-mail: m.peeters@oss.nl).
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务