five

Deventer, Brinkgreven. Bewoning uit de late bronstijd, vroege ijzertijd en de middeleeuwen

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zjy-syp4
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In verband met de voorgenomen realisatie van diverse nieuwbouw en aanpassing van de infrastructuur op het terrein van het zorgcentrum Brinkgreven te Deventer, heeft BAAC bv in opdracht van Dimence tussen 26 maart en 7 juni archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is onder te verdelen in diverse stadia. Allereerst is begonnen met de aanleg van proefsleuven op het ‘Paviljoens’-terrein, het ‘OPW’-terrein en het ‘Campus’-terrein. Vanwege het aantreffen van behoudenswaardige bewoningssporen op het ‘OPW’-terrein, en de voorgenomen snelle ontwikkeling binnen dit deelgebied, is een versneld KNA-proces doorlopen van vooronderzoek, selectievoorstel en selectiebesluit door de gemeente Deventer. Vervolgens is direct doorgestart naar het vlakdekkend opgraven van het ‘OPW’-terrein en het tracé van het nieuwe fietspad (welke het ‘OPW’-terrein en ‘Campus’-terrein van elkaar scheidt). Aansluitend op de opgraving zijn de proefsleuven binnen het deelgebied ‘Vestibule’ gegraven. In juli kreeg het onderzoek een vervolg toen aansluitend aan het ‘Fietspad’-tracé rioolwerkzaamheden archeologisch zijn begeleidt. Tot slot kon in september, na verlegging van het fietspad, de noordzijde van het ‘OPW’-terrein worden opgegraven, inclusief een deel van het oude fietspad tracé. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 25 ha, waarvan 9,8 ha binnen het onderzoeksgebied valt. Een middenzone van circa 1,5 ha, die in het plan is opgenomen als een onbebouwde zichtlijn, valt buiten de te onderzoeken delen, waardoor er uiteindelijk ongeveer 8,3 ha onderzocht dient te worden door middel van proefsleuven. Uiteindelijk zijn 35 proefsleuven gegraven met een totaaloppervlak van 7865 m2 en is 8245 m2 vlakdekkend onderzocht in acht werkputten. Tijdens de proefsleuvenfase zijn vier vindplaatsen vastgesteld. Een vindplaats uit de prehistorie kon maar ten dele worden begrensd en beslaat in feite alle zuidelijke terreindelen. Aan de noordzijde van het ‘OPW’-terrein lijkt de vindplaats begrensd doordat het terrein daar sterk afloopt en hier geen prehistorische sporen meer zijn waargenomen. Aan de westzijde van het terrein is de vindplaats begrensd binnen het ‘Vestibule’-terrein doordat het westen van dit terrein sterk verstoord is en ook hier het natuurlijk reliëf afloopt. Een deel van de prehistorische vindplaats is binnen het ‘OPW’-terrein en het ‘Fietspad’-tracé vlakdekkend opgegraven. Hier zijn sporen van een erf uit de late bronstijd blootgelegd met een hoofdgebouw, verschillende spiekers en kuilen. Verder zijn onder meer een groot aantal spiekers en silokuilen uit de vroege ijzertijd aangetroffen, waarbij enkele silokuilen een bijzondere context herbergden. Een tweede vindplaats betreft bewoningssporen uit de middeleeuwen. Er zijn drie clusters met sporen aangetroffen, in de werkputten 10 en 11 zijn clusters aangetroffen aan de oostzijde van het ‘Paviljoens’-terrein en in de werkputten 32, 33 en 43 is een cluster aangetroffen aan de noordzijde van het ‘OPW’- terrein. Deze drie clusters met middeleeuwse bewoning bevinden zich binnen een straal van 200 m van het historisch bekende erf ’t Reele, waarbinnen zich voorgangers van dit erf kunnen bevinden. Het cluster bewoningssporen aan de noordzijde van het ‘OPW’-terrein is deels vlakdekkend opgegraven en behelst in ieder geval een hoofdgebouw, twee hooibergen en een waterput uit vroege en volle middeleeuwen. Een derde vindplaats betreft verschillende sporen van verkaveling en ontginning uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze sporen zijn aangetroffen binnen het ‘Paviljoens’-terrein en het ‘OPW’-terrein en behelzen bijvoorbeeld perceelsgreppels en een zandweg. Tot slot is in de zuidwesthoek van het ‘Campus’-terrein in drie proefsleuven een anti-tankgracht uit de nadagen van de Tweede Wereldoorlog aangesneden. Deze sporen vormen de vierde vindplaats. De vindplaatsen uit de late middeleeuwen/ nieuwe tijd en Tweede Wereldoorlog zijn in de scope van het huidige onderzoek al afdoende onderzocht. Aanvullend archeologisch onderzoek gericht op deze vindplaatsen zal weinig nieuwe informatie opleveren, derhalve worden de vindplaatsen uit de late middeleeuwen/ nieuwe tijd en de Tweede Wereldoorlog als niet-behoudenswaardig aangemerkt. Dit in tegenstelling tot de vindplaatsen uit de met bewoningssporen uit de prehistorie en vroege- en volle middeleeuwen. Deze vindplaatsen kunnen potentieel wel een enorme kenniswinst opleveren door deze volledig te onderzoeken, waardoor ze als behoudenswaardig worden aangemerkt. In de praktijk betekend dit dat de zone ten noorden van het ‘OPW’-terrein en de oostzijde van het ‘Paviljoens’-terrein behoudenswaardig zijn in verband met de aanwezige bewoningssporen uit de vroege- en volle middeleeuwen en het grootste deel van het ‘Campus’-terrein (met uitzondering van de meest westelijke zone) en een deel van het ‘Vestibule’-terrein (met uitzondering van de verstoorde westelijke helft) behoudenswaardig is in verband met de aanwezige bewoningssporen uit de prehistorie.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务