five

Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven Uitbreiding Bedrijventerrein Majoppeveld Zuid, Spectrum, Roosendaal, Gemeente Roosendaal

收藏
DANS Data Station Archaeology2022-03-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-249-7377
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Het archeologisch proefsleuvenonderzoek moest worden uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging/ vergunningprocedure voor de realisatie van een nieuw deel van het Bedrijventerrein Majoppeveld Zuid ten weerszijden van het Spectrum te Roosendaal. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 0.72 hectare. Ten tijde van het opstellen van dit rapport waren er nog geen concrete bouwplannen beschikbaar. Ter plaatse van de bouwputten voor de nieuwe bedrijfsgebouwen worden bodemverstoringen verwacht tot maximaal 0.80 tot 1.0 meter beneden het maaiveld.</p><p>Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken:</p><p>- Ter plaatse van het oostelijke perceel, in Proefsleuf nr. 1 en 2, werd een bodemopbouw aangetroffen van subrecent opgebrachte pakketten op een omgewoelde akkerlaag (in de vorm van esgreppels of een beperkt esdek) op dekzand. Dit komt enigszins overeen met de verwachtingen op het feit na dat de top van het (afgetopte) dekzand dieper lag dan verwacht. De oorzaak hiervan was dat er subrecent grond is aangebracht dat vermoedelijk (deels) afkomstig is van de uitgegraven waterpartij ten noorden van de Argonweg. Anderzijds is de diepere ligging te verklaren doordat het oostelijke deel grenst aan een lagerliggend (voormalig) ven dat ook reeds tijdens het door RAAP-uitgevoerde booronderzoek vastgesteld werd. Met name Proefsleuf nr. 1 bevond zich op de flank van deze depressie waarbij het dekzand naar het westen toe geleidelijk opliep. Van het dekzand is enkel nog de C-horizont bewaard; mogelijk ten gevolge van de laatmiddeleeuwse veenontginning maar voornamelijk door het inrichten van het terrein als akkergrond in de Nieuwe Tijd.</p><p>Ter plaatse van het westelijke perceel, in Proefsleuf nr. 3 t/m 6, werd een bodemopbouw aangetroffen van een bouwvoor op een restant van een oudere omgewoelde laag op dekzand en moest er gemiddeld 0.5 meter diep gegraven worden. Met uitzondering van Proefsleuf nr. 4 en 6 kan ook deze top als afgetopt beschouwd worden en is enkel de C-horizont nog aanwezig. Bij Proefsleuf nr. 4 en 6 is er lokaal nog sprake van een B/C-horizont. Ter plaatse van Proefsleuf nr. 3, 4 en 6 werd vanaf circa 5 centimeter boven het vlak een gevlekte laag van omgespitte A- en B-horizontrestanten vastgesteld die vermoedelijk getuigt van het inrichten van het terrein als bouwland. Een andere optie is dat deze laag verband houdt met laatmiddeleeuwse (of iets recentere) veenontginning. Dit gebied maakte namelijk deel uit van een veenconcessie, genaamd de “Vlamingenmoer”, vanaf circa 1290.</p><p>- In de top van de dekzandafzettingen werden 38 potentieel archeologische sporen aangemerkt. Dit betrof voornamelijk esgreppels en sporen van een vermoedde natuurlijke genese.</p><p>Ter plaatse van Proefsleuf nr. 3 en 6 zijn een 10-tal (licht)grijze sporen vastgesteld die mogelijk antropogeen waren. Deze sporen zijn gecoupeerd en onderzocht en bleken hoogstwaarschijnlijk toch natuurlijk te zijn. Twee sporen bevatten daarbij in het vlak op de overgang met de bovenliggende laag en niet in de coupe houtskool. Er dient echter vermeld te worden dat het niet geheel uitgesloten kan worden dat het oudere prehistorische meer uitgeloogde sporen betreffen. Er zijn tijdens het veldonderzoek geen vuursteenvondsten of -concentraties gevonden maar in ander nabijgelegen onderzoeken is dat wel reeds gebeurd.</p><p>De overige vastgestelde archeologische sporen, zijnde (es)greppels, ploegsporen, spitsporen en enkele (paal)kuilen, hebben vermoedelijk allen te maken met het inrichten en/of het gebruik van het perceel als bouwland en zijn voornamelijk op het oostelijke perceel vastgesteld. Van het eigenlijke esdek is dan weer weinig tot niets bewaard dat in deze regionen vermoedelijk ook niet heel dik is geweest, zoals wel het geval is verder naar het oosten in Noord-Brabant.<br>Ter plaatse van Proefsleuf nr. 1 werd aan de oostzijde een esgreppelsysteem aangetroffen waarvan de aanleg, op basis van het ingezamelde aardewerk, ten vroegste vanaf de 17de eeuw gesitueerd dient te worden. Ter plaatse van Proefsleuf nr. 2 werden ook enkele greppels aangetroffen met een andere oriëntatie. Het is onduidelijk of deze sporen eenzelfde functie hadden als de sporen in Proefsleuf nr. 1 of bijvoorbeeld deels dienden als percelering. Verder werden er nog enkele (paal)kuilen en een spitspoor vastgesteld. Er zijn geen indicaties dat de (paal)kuilen deel uitmaakten van een plattegrond of dat er een erf is aangesneden. Een verband met de hoeve Bakkersberg zou wel gelegd kunnen worden maar is op basis van dit onderzoek eigenlijk niet aantoonbaar. Uit deze sporen is slecht een beperkte hoeveelheid aardewerk afkomstig maar het lijkt erop dat ook deze activiteit ten vroegste vanaf de 17de eeuw plaatsvond. Een verdere genuanceerdere fasering is niet afleidbaar.</p>
提供机构:
SOB Research
创建时间:
2022-02-11
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务