Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen. Aanleg 110 kV kabelverbinding Hengelo Weideweg (HGLW) en Hengelo Oele (HGLO), gemeente Hof van Twente
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xwc-vqup
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
OM-nummer: 4769202100Projectnummer: 452535Auteurs: R. Fens & I. FleurenAntea Group heeft in de periode februari-april 2020 een archeologisch inventariserend veldonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de geplande aanleg van een 110 kV kabeltracé tussen station Hengelo Weideweg en Hengelo Oele (HGLW-HGLO). Het geplande tracé is in twee gemeentes gelegen, namelijk gemeente Hengelo en gemeente Hof van Twente. De totale geplande lengte van dit tracé is circa 5.900 m, waarvan circa 2.800 m in open ontgraving plaatsvindt (zie afbeelding 1). Het onderhavige rapport heeft als zwaartepunt het gedeelte van het tracé dat zich bevindt in de gemeente Hof van Twente. De opgetelde lengte van dit tracé is circa 2.270 m. Circa 715 m van dit tracé vindt plaats in open ontgraving. Deze zones zijn onderverdeeld in meerdere deeltracés (afbeelding 2). Deeltracé 4 en 5 bevinden zich in de gemeente Hof van Twente. In een eerder stadium heeft Antea Group een bureauonderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het grootste gedeelte van het tracé gebieden doorkruist waarvoor een middelhoge tot hoge archeologische verwachting geldt. Deze gebieden zijn gelegen op relatief hoog gelegen gronden in het landschap (al dan niet beschermd door een esdek). Vanaf de prehistorie vormden dergelijke hoger gelegen gebieden geliefde woon en verblijfplaatsen. Tevens geldt er een hoge verwachting voor gebieden in de directe omgeving van een historisch object. Binnen het plangebied kunnen met name resten van oude boerderijerven worden aangetroffen. De oorsprong van veel van deze boerderijen gaat terug tot in de late middeleeuwen.Om het in het archeologisch bureauonderzoek opgestelde verwachtingsmodel te toetsen is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn de tracégedeeltes die conform beleid en regelgeving onderzoeksplichting zijn en tevens in open ontgraving worden aangelegd archeologisch onderzocht. Resultaten De bodemopbouw bestaat uit een ondergrond van leem en fluvioperiglaciale afzettingen die slechts zeer plaatselijk een dun dekzanddek vertoont (enkel in boringen 040A, deels 039A in deeltracé 4 en boringen 047A-050A in deeltracé 5). Bodemvorming in deeltracé 4 is verder niet aangetroffen, in deeltracé 5 zijn restanten van een beekeerdgrond en/of gooreerdgrond aangetroffen. Deze restanten bestaan uit een eerdlaag en uit sterke accumulatie van roest. Indicatoren voor vroegere bewoning, zoals een eenmanses of een dekzandkop of –rug met tekenen van podzolidatie zijn niet aangetroffen. De bodemvorming is over het algemeen gering, en beperkt tot de bouw- en ploegvoor (0,2-0,6 m –mv). In boring 045A is een slootdemping aangetroffen (verstoring tot 1,4 m-mv).Landschappelijk komt de ingeschatte situatie zeer overeen met de inschatting uit de bureaustudie: het plangebied ligt in de morenevlakte (consequent ondiep gelegen leemlagen), bedekt met fluvioperiglaciale afzettingen, maar slechts zeer plaatselijk met een dekzanddek, die zeer dun is en dan ook slechts als onderdeel van de bouwvoor kon worden herkend. Resten van verwachte (natte dan wel droge) podzolbodems werden wel verwacht, maar zijn niet (meer) aanwezig. Wel is een beekeerdbodem herkend in deeltracé 5.Conclusie en advies Om het feit dat er geen bodem of landschappelijke situatie is aangetroffen die de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in het plangebied ondersteunt (morenevlakte veelal zonder dekzanddek, geploegde/ontgonnen AC-profielen en geen esdek) adviseren wij tot vrijgave van het tracé. Het bovenstaande advies is voorgelegd en overgenomen door de adviseur van het bevoegd gezag.
创建时间:
2024-01-31



