five

Transect-rapport 2117: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Nieuw-Lekkerland, Van Vlietstraat. Gemeente Molenwaard.

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-03-24 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZMM-U2M9
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In maart 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Van Vlietstraat in Nieuw-Lekkerland (gemeente Molenwaard). De aanleiding voor het onderzoek vormt een beoogde bestemmingsplanwijziging om de realisatie van negen woningen en achttien appartementen in het plangebied mogelijk te maken. <br>In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Nieuw-Lekkerland en Kinderdijk’ uit 2012 een dubbelbestemming Waarde Archeologie 4. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is.</p><p>Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd.</p><p>Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O).</p><p>Conclusie<br>In het bureauonderzoek is een verwachting opgesteld voor de periode Mesolithicum – Neolithicum wegens het voorkomen van rivierduinen in de ondergrond (ca. 10,4 m -NAP). Gezien de grote diepteligging is deze verwachting buiten beschouwing gelaten tijdens het veldonderzoek. Daarnaast is een middelhoge verwachting op aantreffen van resten uit de periode Romeinse Tijd – Vroege Middeleeuwen op basis van het mogelijk voorkomen van oeverafzettingen van de Lek. Dergelijke afzettingen zijn inderdaad aangetroffen, maar zijn niet meer intact. Tevens is geen cultuurlaag waargenomen in de oeverafzettingen. De verwachting voor deze periode kan daarom naar beneden worden bijgesteld. Voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd is aan de hand van het bureauonderzoek een lage verwachting opgesteld. Bewoning in deze periode vond voornamelijk plaats op de dijken en aan ontginningslinten. Deze zijn niet in het plangebied aanwezig. Indien resten uit deze periode aanwezig zijn, worden deze gekenmerkt door een cultuurlaag en/of intacte oeverafzettingen. Deze zijn tijdens het veldonderzoek niet aangetroffen. De lage verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd kan worden gehandhaafd.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-03-25
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务