five

Amstelveen Legmeerdijk naar nr 158 Booronderzoek

收藏
DANS Data Station Archaeology2017-06-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XX4-BB2V
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in januari en februari 2017 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Legmeerdijk 160 in Amstelveen, gemeente Amstelveen. De aanleiding is de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van het oprichten van een woning met garage. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit volgt dat in de diepere ondergrond, die naar verwachting uit kwelderafzettingen (Laagpakket van Wormer, Naaldwijk Formatie) bestaat, archeologische sporen uit het Neolithicum aanwezig kunnen zijn. Aangezien in de directe omgeving van het plangebied tot op heden geen vondsten of sporen uit deze periode in deze afzettingen zijn aangetroffen is het echter de vraag in hoeverre deze afzettingen geschikt waren voor bewoning. In de periode Bronstijd t/m de Vroege Middeleeuwen bevond zich ter plaatse van het onderzoeksgebied een uitgestrekt veenmoeras. Op grond van de natte omstandigheden en afwezigheid van voor bewoning geschikte rivierafzettingen wordt de kans op archeologische sporen in het veen (Hollandveen Laagpakket, Nieuwkoop Formatie) gering geacht. Vanaf de Late Middeleeuwen werd het gebied op grote schaal ontgonnen en in gebruik genomen voor de landbouw. De intensieve ontginningen leidden tot oxidatie en inklinking van het veen, waardoor het gebied steeds lager kwam te ligging met als gevolg dat de bewoning genoodzaakt was zich te verplaatsen naar de hogere delen van het landschap. Ook de winning van turf droeg bij aan de daling van het maaiveld. Dit leidde tot het ontstaan van meren, die door oevererosie sterk in omvang toenamen en aaneengroeiden tot grote plassen. Dit proces werd nog verstrekt door natte verveningen. De bewoning was geconcentreerd op smalle stroken land,waaronder de Legmeerdijk, die kan worden beschouwd als een ontginningsbasis. In een zone langs deze zogenoemde ‘veenrestdijk’ kunnen bewoningsresten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden aangetroffen. Deze resten, waaronder resten van funderingen en andere aan bewoning gerelateerde sporen, zullen zich in de bovenste 30 cm van het veen bevinden. Aardewerk en bouwmateriaal zullen naar verwachting goed bewaard zijn gebleven. Organisch vondstmateriaal zal naar verwachting alleen goed bewaard zijn gebleven in sporen die tot beneden de grondwaterspiegel reiken. Hierbij moet worden opgemerkt dat oude kaarten geen duidelijke aanknopingspunten geven voor de aanwezigheid van bewoning in het plangebied zelf. Mogelijk zijn enkel aan agrarisch grondgebruik gerelateerde sporen aanwezig. Om bovengenoemde verwachting te toetsen en waar nodig aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de diepere ondergrond wordt gevormd door kalkrijke, sterk gelaagde kwelderafzettingen (Laagpakket van Wormer binnen de Formatie van Naaldwijk). Deze afzettingen worden afgedekt door een compact veenpakket, dat geheel veraard is en in dikte varieert van 105 cm in het noordwestelijk deel tot 20 cm in het zuidoostelijk deel van het plangebied. Dit veen wordt op zijn beurt afgedekt door een 25 tot 75 cm dik (sub)recent opgebracht kleipakket. Gezien het ontbreken van oude ophogingslagen lijkt de aanwezigheid van bewoningssporen niet waarschijnlijk. Het veenpakket betreft een overblijfsel van het voor de laatmiddeleeuwse ontginningen aanwezig natuurlijke veen. Het vormt een veenrestdijk, een smalle strook onverveend land tussen de Oosteinderpoelpolder en de Legmeerpolder. Bij de aanleg van de funderingen van de op te richten woning zal dit pakket plaatselijk worden aangesneden. Aangezien de aanlegdiepte 3,72 m –NAP zal bedragen, zal de verstoring beperkt blijven tot maximaal de bovenste 30 cm van het veen in het noordwestelijk deel van het plangebied. Elders bevindt de top van het veenpakket zich lager (ten opzichte van NAP) en zal in het geheel niet worden aangesneden. Wel moet rekening worden gehouden met verstoringen die samenhangen met de plaatsing van 23 heipalen. Deze verstoringen zijn evenwel lokaal en hebben een geringe omvang. 6 ADC ArcheoProjecten adviseert om op basis van het huidige ontwerp van de funderingsconstructie het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2017-06-12
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务