Degradatieonderzoek / monitoring scheepswrakken in Flevoland, Fase 2, deel 2
收藏DANS Data Station Archaeology2015-06-01 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XPV-6GZB
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft een onderzoek gedaan naar het bodemmilieu bij zestien scheepswrakken. Van de in totaal 430 aangetroffen scheepswrakken en scheepsfragmenten in de provincie Flevoland bevinden zich er op dit moment nog 71 in situ.<br>Een aantal wrakken is ingekuild, andere zijn afgedekt met een extra laag grond en bij een aantal is geen enkele maatregel genomen. Aangetoond is dat bij de ingekuilde scheepswrakken de degradatie aanzienlijk trager verloopt dan bij de niet ingekuilde wrakken.</p><p>Het onderzoek maakt deel uit van het project ‘Degradatieonderzoek scheepswrakken Flevoland’, dat gefinancierd wordt door de provincie en waarbij de RCE en het Steunpunt Archeologie en Monumenten Flevoland (SAMF) adviseren. In Fase 1 van dit project is een lijst van scheepswrakken tot stand gekomen, ingedeeld in textuurklassen en de verwachtte conserveringstoestand. Deze is vastgesteld op basis van een onderzoek naar beschikbare grondwatermetingen in de polder. Er zijn zes indicatieve conserveringsklassen onderscheiden. Binnen de klassen wordt een onderscheid gemaakt naar bodemsamenstelling (zand, klei en veen).</p><p>In de winter van 2013/2014 is Fase 2 van het projectplan van start gegaan met als doel de in Fase 1 gemaakte classificatie te toetsen. Hiertoe is een selectie van een achttal scheepswrakken binnen de verschillende klassen gemaakt en deze selectie is onderzocht door middel van een booronderzoek. Hierin werd geconcludeerd dat lokale condities zeer bepalend zijn voor het bodemmilieu waarin de archeologische resten zich bevinden. Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek is besloten hetzelfde onderzoek ook uit te voeren op de overige 20 voor veldtoets geschikte wraklocaties. Onderhavige rapportage betreft deze uitbreiding op het onderzoek uit Fase 2.</p><p>De resultaten van deze fase van het onderzoek versterkt de al eerder getrokken conclusie dat lokale condities zeer bepalend zijn voor het bodemmilieu waarin de archeologische resten zich bevinden. De gemaakte classificatie op basis van de grondwatertrappen is grof. Deze verwachting was ook in Fase 1 uitgesproken en is nu in het veld bevestigd. Dit betekent voor het project dat de classificatie op basis van grondwatertrappen niet bruikbaar is voor het voorspellen van de conserveringscondities van scheepswrakken in Flevoland en dat er altijd een veldcontrole nodig is.</p><p>De geconstateerde afwijkingen in de classificaties hebben eveneens implicaties voor het vervolgtraject voor Fase 3 (monitoring). Het is namelijk de vraag of intensief monitoren bijdraagt aan de doelstelling van het project, als in dit stadium al de conclusie getrokken kan worden dat lokale omstandigheden bepalend zijn. Monitoring van één vindplaats zal dus geen representatief beeld geven voor een klasse of groep in zijn geheel. Toch is het monitoren van een deel van de vindplaatsen aan te bevelen. Door te monitoren worden de lokale condities in de gaten gehouden. In eerste instantie is monitoren dus een informatief middel. Zodra de situatie verandert, wordt dit opgemerkt en kan een afweging worden gemaakt om wel of geen tegenmaatregelen te nemen. Indien tegenmaatregelen ten behoeve van behoud in situ niet mogelijk blijken, kan er gekozen worden voor opgraven of het wrak niet te behouden.</p><p>Vanuit deze gedachten is in Fase 2 deel 1 een nieuwe indeling in groepen voorgesteld, die naar aanleiding van dit deel van het onderzoek verder is genuanceerd. In navolging van bovenstaande wordt geadviseerd ook de nog niet onderzochte locaties middels een veldtoets te onderzoeken om ingedeeld te kunnen worden in één van de drie groepen.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2015-03-01



