(25382.003) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek Plangebied Weijerstaete in Boxmeer
收藏DataCite Commons2025-02-13 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/0GWLRG
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het gehele plangebied een lage verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit het Laat Paleolithicum en heeft de noordoostelijke helft van het noordoostelijk gelegen terreindeel een middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten daterend vanaf het Mesolithicum t/m de Middeleeuwen. Verzamelde landschappelijke gegevens geven aan dat een groot deel van het plangebied (het zuidwestelijk gelegen terreindeel en de zuidwestelijke helft van het noordoostelijk gelegen terreindeel) binnen een oude restgeul ligt. Alleen de noordoostelijke helft van het noordoostelijk gelegen terreindeel bevindt zich op (de overgang naar) een naastgelegen oever binnen de terrasvlakte. Deze oeverzone binnen de terrasvlakte was wellicht voldoende geschikt als (tijdelijke) bewoningslocatie. Hoewel de omgeving van het plangebied van oudsher aan de natte kant was, geven de verschillende waarnemingen op het Maasterras aan dat er zowel in de Prehistorie als in de Middeleeuwen bewoning is geweest. De meeste voorkeur zal wel zijn uitgegaan naar de westelijker gelegen terrasrand naar het hoger gelegen Allerød maasterras. Voor een groot deel van het plangebied, behorend tot de restgeul, is de verwachting over het algemeen laag. Er geldt alleen verhoogde trefkans voor resten op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan water gebonden economische en rituele activiteiten, echter pas wanneer binnen aangrenzende, hoger gelegen terreindelen ook aanwijzingen zijn dat er bewoningsactiviteiten hebben plaatsgevonden. Voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting ook laag. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal geeft geen aanleiding dat er binnen dan wel in de directe omgeving van het plangebied historische erven hebben gelegen of dat er sprake is van oude woongronden. Verder is de verwachting dat de bodemopbouw al op omvangrijke schaal is verstoord door moderne bodemingrepen/bouwwerkzaamheden, op basis van modern gebruik van onderhavig plangebied (het heeft deel uitgemaakt van een terrein waar verzorgingsflats hebben gestaan) en in 2022 uitgevoerd prospectief onderzoek aangrenzend ten zuiden van het noordoostelijk gelegen terreindeel, waar een sterk verstoorde/vergraven bodemopbouw is aangetroffen. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten zien dat binnen het overgrote deel van het plangebied al in sterke mate bodemverstorende ingrepen zijn uitgevoerd, welke zeer waarschijnlijk gerelateerd zijn aan de bouw (jaren ’70 van de 20e eeuw) en sloop (tijdens de bouw van het ten noordwesten gelegen woonzorgcentrum Weijerstaete, vanaf 2013) van meerdere verzorgingsflats, als ook andere inrichtingswerkzaamheden. Boringen gezet binnen de contouren van de voormalige verzorgingsflats (boringen 3, 4, 6 en 12, zie kaart 19) laten tot bijna 2 m -mv of meer geroerde/verstoorde lagen grond en vaak ook een aanzienlijk dik pakket bouwzand/stabilisatiezand zien. Geroerde/verstoorde/sterk gevlekte menglagen van grond bevatten veelal fijne resten/brokjes beton- en baksteenpuin en kiezels. De onverstoorde bodem betreft direct de Cg-horizont, ook ter plaatse van het uiterst noordelijke deel van het noordoostelijk gelegen terreindeel, waar een relatief beperkt verstoringsdiepte is waargenomen tot circa 80 cm -mv (hier zijn echter geen bodemingrepen gepland ten aanzien van de nieuwbouw). In het zuidwestelijk gelegen terreindeel is nog een dunne laag (enkele decimeters dik) sterk zandige klei is aangetroffen, als mogelijk restant van een (post-Romeinse) restgeulopvulling. Deze is ook waargenomen bij enkele boringen in de zuidwestelijke helft van het noordoostelijk gelegen terreindeel. Hieronder is vervolgens nog een enkele decimeters dikke laag van matig tot uiterst siltig, zeer fijn zand met veel gley-/roestvlekken aanwezig en betreft wellicht Vroeg-Holocene restgeulopvullingen. Vanaf circa 180 cm -mv is zwak tot matig siltig, zeer fijn zand aanwezig, welke zullen behoren tot de terrasafzettingen/het terraszand van het Jonge Dryas Maasterras. Let wel, oude bodems zijn niet waargenomen, waarmee geen duidelijke uitspraken kunnen worden gedaan over ouderdom van lagen. Het ontbreken van oude bodems bevestigd de verwachting dat het merendeel van het plangebied (binnen de restgeul) geen gunstige/een minder gunstige ligging heeft gehad voor het ontplooien van bewoningsactiviteiten. Alleen/slechts in de zuidoosthoek van het noordoostelijk gelegen terreindeel (niet meer dan een te behouden groenstrook) is sprake van een hoge enkeerdgrond, waar alleen grondbewerking heeft plaatsgevonden gerelateerd aan de eerdere agrarische gebruiksfase (voordat het voormalige bejaardencentrum De Elsendonck ontstond in de jaren ’70 van de 20e eeuw). Verder komen er intacte oeverafzettingen op terrasafzettingen/terraszand voor. Ook voor dit deel van het plangebied zullen echter geen bodemverstorende ingrepen zullen gaan plaatsvinden voor de geplande ontwikkeling) Conclusie Geconcludeerd wordt dat op basis van de resultaten van het booronderzoek, waarbij sprake is van een diepgaande (zeker waar verzorgingsflats hebben gestaan), sterk verstoorde/vergraven bodemopbouw, restanten van het te verwachten oorspronkelijke/van nature gevormde bodemprofiel ontbreken en geen mogelijk oudere bodems (paleobodems) zijn waargenomen, er geen aanleiding meer is om nog intacte/in situ gelegen restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen (waarbij ook de geplande nieuwbouwoppervlakte voor een groot deel de voorheen bebouwde oppervlakte van de voormalige verzorgingsflats betreft). Juist de geplande nieuwbouw komt ook te staan waar een diepgaand verstoorde bodemopbouw is aangetroffen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij nog een middelhoge verwachting gold voor de perioden Mesolithicum t/m de Middeleeuwen voor de noordoostelijke helft van het noordoostelijk gelegen terreindeel, kan dan ook worden bijgesteld naar een lage verwachting. Ook de trefkans van nog in situ aanwezige resten van zogenaamde water-/rivierdalgebonden activiteiten in het overige deel van het plangebied wordt klein geacht. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is sprake van een duidelijk verstoorde bodemopbouw binnen het overgrote deel van het plangebied en het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau is merendeels, zo niet geheel verstoord/aangetast. Diepgaande verstoringen hebben vooral plaatsgevonden daar waar nieuwbouw gepland is (en daadwerkelijk bodemverstorende ingrepen zullen worden uitgevoerd). Alleen/slechts in de zuidoosthoek van het noordoostelijk gelegen terreindeel hebben geen moderne bodemverstorende ingrepen plaatsgevonden, echter de betreffende groenstrook zal behouden blijven (geen bodemingrepen gepland). Verder ontbreekt het aan mogelijk oudere bodems (paleo-bodems), als potentieel ouder loopniveau. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het is verder raadzaam om ook de gemeente Land van Cuijk op de hoogte te stellen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-11



