archeologisch onderzoek Van Haersoltestrjitte te Sexbierum
收藏DANS Data Station Archaeology2019-01-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZW4-4M3X
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek<br>Het plangebied heeft vermoedelijk tot in de Romeinse tijd in een waddengebied gelegen, waarin geen gunstige bewoningsomstandigheden geheerst hebben. Vandaar dat geen archeologische resten tot de Romeinse tijd verwacht worden. In de Romeinse tijd ontstond een langgerekte kwelderrug, waar het plangebied onderdeel van uitmaakt. Vermoedelijk werd deze kwelderrug op sommige locaties reeds in de Romeinse tijd gebruikt, bijvoorbeeld voor het weiden van vee. Losse vondsten uit deze periode kunnen daarom niet uitgesloten worden. Indien aanwezig, zullen deze zich in de top van de natuurlijke kwelderafzettingen bevinden, op enkele meters –mv. </p><p>Vanaf de 6e eeuw n. Chr. werd naar verwachting op de kwelderrug gewoond. Hoewel in eerste instan-tie direct op de kwelder gewoond werd, was het al snel nodig om de bewoningsplaatsen op te hogen, waarbij terpen ontstonden. Deze terpen groeiden aan elkaar tot de dorpsterp van Sexbierum. Archeologisch onderzoek op andere delen van de dorpsterp en de dorpsterp van Pietersbierum heeft uitgewezen dat sprake is van een ophoging in verschillende fasen. Deze zijn soms te onderscheiden in de vorm van een afwisseling van humeuze, vondstrijke bewoningslagen en minder humeuze, vondstarme ophogingslagen. Het vondstmateriaal bestaat overwegend uit houtskool, verbrande klei, aardewerk en botfragmenten. In de bovenste lagen zijn organische resten slecht geconserveerd, maar in de diepere lagen zijn deze op basis van eerder booronderzoek nog goed geconserveerd. </p><p>In het begin van de Late-Middeleeuwen verplaatste de bewoning zich naar het gebied rondom de dorpskerk van Sexbierum, waarbij het plangebied vermoedelijk verlaten werd. Eventuele resten vanaf deze tijd zullen hoofdzakelijk bestaan uit losse vondsten en mogelijk sporen van agrarische activiteit zoals perceleringsgreppels. Op kaarten vanaf de 18e eeuw is te zien dat het plangebied tot in de jaren ’70 van de vorige eeuw onbebouwd was en een agrarisch gebruik kende. Vanaf 1975 kwam de huidi-ge woonwijk tot ontwikkeling en raakte het plangebied bebouwd. </p><p>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>Tijdens het veldonderzoek zijn in het grootste deel van het plangebied grotendeels intacte terplagen aangetroffen, bestaande uit zeer fijn tot uiterst fijn, matig tot uiterst siltig, licht- tot donker(bruin)grijs zand. Dit pakket is overwegend zwak tot matig humeus en bevat grijze vlekken, houtskoolspikkels en leemspikkels. In een deel van de boringen was een duidelijke afwisseling waar te nemen van niet humeuze tot zwak humeuze ophogingslagen met relatief weinig indicatoren en matig tot sterk humeu-ze bewoningslagen met relatief veel indicatoren. Deze gelaagdheid geeft de verschillende fasen van ophoging weer. Onder de terpophoging bevinden zich de natuurlijke kwelderafzettingen, bestaande uit lichtgrijs, zeer fijn tot uiterst fijn zand met kleilagen. In het uiterste zuiden (boring 7) zijn geen terp-lagen aangetroffen. Hier bevinden zich onder een ca. 100 cm dik pakket ophoogzand direct de na-tuurlijke kwelderafzettingen. Vermoedelijk ligt dit deel van het plangebied net buiten de dorpsterp, waardoor natte omstandigheden geheerst hebben. Vandaar dat het bij de inrichting van de woonwijk waarschijnlijk nodig was om een dik zandpakket op te brengen ter versteviging van het maaiveld, evenals ter egalisatie.</p><p>De terplagen bevinden zich overwegend op een diepte van 20 à 30 cm –mv, hoewel in de boringen 5 en 8 iets dieper gelegen (40 tot 55 cm –mv). Ze lopen door tot 85 à 130 cm –mv in boring 1 en 2 en 130 à 260 cm –mv in de overige boringen. Ter hoogte van boring 1 en 2 lijkt een relatief hoog deel van de kwelderrug te liggen, waardoor de terp minder dik is.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2019-01-03



