five

Getuigen van de storm. Opgraving Kazernekwartier/MFC-zuidelijk deel

收藏
Mendeley Data2024-04-04 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x5p-p5u4
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van de gemeente Venlo heeft BAAC bv (onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie) tussen 10 oktober 2016 en 23 januari 2017 een opgraving uitgevoerd in hetplangebied Kazernekwartier/MFC-zuidelijk deel te Blerick, gemeente Venlo.De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de voorgenomen realisatie van het Fort van Venlo. Door de diverse bouwactiviteiten, die met de realisatie gepaard gaan, zal een deel van de archeologische resten worden aangetast ofverstoord. Een ander deel van de resten, waaronder de buitenmuur en gracht van de vesting, zal worden ingepast en gevisualiseerd in de nieuwe inrichting. Er is daarom door de gemeente besloten om voorafgaand aan de nieuwbouween opgraving uit te voeren om alle historische en archeologische resten nauwkeurig te documenteren en zodoende ook bouwstenen aan te reiken voor de nieuwe inrichting. Voorafgaand aan de in dit rapport beschreven opgravingzijn er met betrekking tot het Kazernekwartier al eerder diverse historische en archeologische onderzoeken uitgevoerd. Daarnaast zijn er nog onderzoeken geweest naar de aanwezigheid van explosieven en milieuverontreinigingen.De opgraving besloeg de zogenoemde zones 1A en 1B uit het gemeentelijk ontwikkelingsplan voor het Fort van Venlo. Zone 1A betrof een aantal terreingedeelten buiten de muren van het fort, die ten tijde van het eerdere plan “MFC” in 2012/2013 nog niet archeologisch waren onderzocht en ook wat betreft OCE nog niet waren vrijgegeven.1 Het totale oppervlak van deze zone bedroeg 1,9 ha.Zone 1B betrof het ontgraven en documenteren van de voormalige vestinggracht en de buitenmuur van fort Sint Michiel aan de zuidzijde van het kazerneterrein, met het oog op de toekomstige inpassing en gedeeltelijkerestauratie. De oppervlakte hiervan bedroeg 0,7 ha.Het onderzoeksgebied (zones 1A en 1B samen) lag sinds 2013 grotendeels braak en was verder voor een klein deel nog bestraat. Ook gebouw D viel hier deels onder, maar ten tijde van het onderzoek had er nog geen sloop plaatsgevonden.Daarnaast waren er nog bomen aanwezig, die deels gehandhaafd dienden te blijven.Vanwege het aantreffen van een deel van de muur van één van de schuilkelders is besloten de schuilkelders, hoewel deze eigenlijk gelegen zijn in de later te onderzoeken zone 1C, in hun geheel vrij te leggen tijdens deze opgravingscampagne.De onderzoeksvragen in het Programma van Eisen2 waren toegespitst op de al eerder aangetroffen vindplaatsen op het kazerneterrein. Hierbij was vooral veel aandacht voor de Romeinse tijd en het fort Sint Michiel. Tijdens de opgravingwerd al snel duidelijk dat de periode vóór de bouw van het fort geen sporen of vondsten heeft nagelaten. Gezien de locatie van de opgraving, ter plaatse van de muren en de grachten van het fort, zijn sporen en vondsten uit de tijdvan het fort (1641-1870) in ruime mate aanwezig. Hierbij moet opgemerkt worden dat er geen nieuwe of afwijkende feiten aan het licht zijn gekomen, de resultaten van de vooronderzoeken konden bevestigd worden. Wel zijnalle muurdelen en grachten nauwkeurig gedocumenteerd en vastgelegd, zodat hiermee tijdens de nieuwbouw en consolidatie/restauratie rekening mee gehouden kan worden.Uit de periode na het verdwijnen van het fort, ten tijde van de kazerne (1910-2003), zijn wel opvallende sporen en vondsten aanwezig. Het gaat hierbij om resten van de voormalige stormbaan en twee schuilkelders. Beide fenomenenwaren al wel bekend van luchtfoto’s en plattegronden, maar ze waren nog nooit archeologisch onderzocht. Van de stormbaan resten voornamelijk recent aandoende sporen, waarbij soms nog het hout van de palen bewaard wasgebleven. De stormbaan besloeg volgens het beschikbare kaartmateriaal een smalle strook evenwijdig aan de spoorbaan. De aanwezige resten wezen er echter op dat de stormbaan in het verleden breder van opzet is geweest.Mogelijk hangt dat samen met de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog.Het was eveneens bekend dat er op het kazerneterrein in totaal twaalf schuilkelders moeten zijn geweest, waarvan er nu geen enkele meer over is.Ooggetuigen verklaren dat er enkele tenminste tot in de jaren ’70 van de vorige eeuw aanwezig moeten zijn geweest. Bij eerder archeologisch onderzoek zijn deze schuilkelders niet of slechts summier opgetekend. Het was hierdoor nietmogelijk iets te zeggen over de conserveringsgraad, opbouw/indeling of de reden voor bouw of afbraak. Het onderzoek naar de twee schuilkelders achter gebouw B heeft goede resultaten opgeleverd. Vooral de meest westelijkeschuilkelder bleek nog voor een groot deel aanwezig, waardoor de opbouw en indeling duidelijk werd, almede tot welk type de schuilkelders behoren.De bouwdatum zal rond het begin van 1941 liggen, de afbraak moet net na de bevrijding hebben plaatsgevonden. Tal van bouwhistorische details konden worden opgetekend, zodat een vergelijking met andere schuilkelders mogelijk is. Op luchtfoto’s uit eind 1944 was te zien dat de kelders enige bomtreffers hadden, wat vrijwel zeker de reden tot afbraak was. Resten van eventuele slachtoffers zijn bij het huidige onderzoek niet aangetroffen, wel een fragment van een Duits militair identificatieplaatje. Het in de kelders aanwezige botmateriaal was dierlijk van oorsprong en wees in de richting van voedselresten.Hoewel met name de schuilkelders nog enig vondstmateriaal opleverden, was de hoeveelheid vondsten in vergelijking met de opgravingscampagne van 2012/2013 gering. Door het intensief inzetten van metaaldetectoren (zowel bij het archeologisch als het OCE-onderzoek) was het aantal metaalvondsten nog wel aanzienlijk. De vondsten zijn overwegend van militaire herkomst, uit zowel de gebruiksperiode van het fort als van de kazerne. Ook het OCE-onderzoek leverde veel minder munitie en explosieven op dan de voorafgaande campagne, maar de ontdekking van een op scherp staande 500-ponder bom in de eerste week van het onderzoek maakte wel duidelijk dat ook deze delen van het kazerneterrein niet voor niets als risicozone bestempeld waren.Samenvattend heeft het onderzoek voornamelijk nieuwe inzichten opgeleverd over de gebruiksperiode van de kazerne. Daarnaast werden de bevindingen uit de vooronderzoeken bevestigd en aangevuld. Hoewel niet geheel kan wordenuitgesloten dat de sporen van één of enkele Romeinse fenomenen door de latere bebouwing en gebruik in hun geheel zijn uitgewist, lijkt het vrijwel ontbreken van vondstmateriaal uit die periode op het zuidelijk deel van het kazerneterrein aan te tonen dat van een Romeinse nederzetting van enige omvang hier toch geen sprake kan zijn geweest. Vooralsnog moet daarom de kern van het Romeinse Blariacum op een andere plek worden gezocht.Noten:1 Van der Weerden 2015.2 Hessing et al. 2016.
创建时间:
2023-06-28
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务