five

Transect-rapport 2456: Een Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. Proefsleuven, variant Archeologische Begeleiding. Loenen aan de Vecht, Molendijk 34. Gemeent Stichtse Vecht (UT).

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-11-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XDH-QCSU
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In juni 2019 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek, variant archeologische begeleiding, uitgevoerd in een plangebied aan de Molendijk 34 te Loenen (gemeente Stichtse Vecht). De aanleiding voor het onderzoek vormde de realisatie van een woning binnen de grenzen van buitenplaats ‘Beek en Hoff’, dat is aangelegd in de 18e eeuw, vanaf 1937 in gebruik was als klooster en vanaf 1995 als gemeentehuis van Loenen. Twee werkputten zijn aangelegd, waarin twintig sporen en 71 vondsten zijn gevonden. </p><p>De negen aangetroffen muurrestanten zijn alle gedateerd in de laat-19e eeuw, voornamelijk afgeleid aan het gebruik van machinaal vervaardigde bakstenen (vanaf ca. 1870). Of het bijgebouwen of tuinrichtingselementen, zoals ommuring, betreft, is op basis van de weinige restanten niet geheel duidelijk geworden. Indien het bijgebouwen / bebouwing betreft, kon een aantal muurrestanten mogelijk gerelateerd worden op bebouwing aanwezig op kaartmateriaal tussen 1890 en 1998. Ommuring en andere tuininrichting zal niet op kaarten opgetekend zijn geweest, waarmee de muurrestanten niet nauwkeuriger kunnen worden gedateerd dan de laat-19e eeuw of daarna. Drie kuilen en drie paalkuilen zijn in de Nieuwe tijd C (1850 - 1945) gedateerd of zijn jonger. Al met al kunnen alle aangetroffen sporen worden gerelateerd aan Beek en Hoff, omdat dit vanaf de 18e eeuw tot aan heden nog steeds in gebruik is.</p><p>De bodemopbouw kon tot 1 m -Mv onderzocht worden, gezien het karakter van het proefsleuvenonderzoek (namelijk variant archeologische begeleiding, waarbij genoemd niveau de maximale ontgravingsdiepte was). Uit het vooronderzoek (Pape 2015) bleek dat de natuurlijke ondergrond zich dieper bevindt (oeverafzettingen op 145 - 220 cm -Mv met daaronder crevasse(-meer-) afzettingen). Dit betekent dat tijdens onderhavig proefsleuvenonderzoek enkel de bouwvoor en ophooglagen zijn bereikt. In de top van de natuurlijke ondergrond konden archeologische restanten vanaf de IJzertijd worden verwacht. Vanwege de relatief geringe ontgravingsdiepte kon de verwachting op archeologische restanten vanaf de IJzertijd niet worden onderzocht. </p><p>De aangetroffen materiële cultuur in relatie tot de gevonden sporen is zeer beperkt. Er is weinig vondstmateriaal aangetroffen dat direct gerelateerd kan worden aan de historische bebouwing in het onderzoeksgebied. Veelal zijn de vondsten afkomstig uit een afvalkuil (spoor 11) en representeren daarmee gedumpte vondsten in plaats van dat ze zijn gevonden in een gesloten context. De vondsten hebben daarmee weinig informatiewaarde. Ook is geen sprake van een cultuurlaag met vondstmateriaal daarin. De sporen bevatten nauwelijks vondstmateriaal dat voor datering van de sporen zelf gebruikt kan worden (met uitzondering van de baksteenmonsters uit de muurrestanten).</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-11-21
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务