Natte voeten voor Schokland
收藏DANS Data Station Archaeology2005-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZJ5-89WC
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Ten oosten van Schokland zijn in 2003 waterhuishoudkundige maatregelen getroffen om de freatische grondwaterstand te verhogen. Dit is onder andere gedaan om de archeologische vindplaatsen aldaar beter te conserveren. Het behoud in situ van veel archeologische vindplaatsen is namelijk gebaat bij een zuurstofloze omgeving. Zuurstof draagt door oxidatie bij aan de afbraak van archeologische materialen.</p><p>In deel I van dit rapport wordt verslag gedaan van het project ‘archeologische monitoring Schokland 2003-2004’. Op vier archeologische locaties, P14, E170, De Zuidert en J125, zijn de freatische grondwaterstand, de redoxpotentiaal en de zuurgraad gedurende een jaar gemonitoord. De geconstateerde verhoging van de freatische grondwaterstanden als gevolg van de waterhuishoudkundige maatregelen (zie deel II) draagt bij aan een beter behoud in situ van de vindplaats P14. Ook de beschoeiing aan de voet van De Zuidert zal beter bewaard blijven door het gestegen grondwater. De terp De Zuidert zelf echter lijkt niet te zijn beïnloed door de veranderde waterhuishouding. De grondwaterstandmetingen op E170 en J125 zijn te dicht bij een sloot uitgevoerd; de resultaten hebben daardoor alleen zeggingskracht over een smalle strook nabij de sloten. De redoxpotentiaal loopt meestal in de pas met de grondwaterstand, onder het grondwater is de redoxpotentiaal gunstiger voor de conservering van het archeologische erfgoed dan daarboven. De redoxpotentiaal metingen nuanceren het beeld dat uit de grondwaterstand metingen naar voren komt. Uit de zuurgraad metingen blijkt dat er op dit moment een (niet accuut) gevaar van verzuring dreigt voor de top van De Zuidert en P14-6.</p><p>In deel II worden de effecten geëvalueerd die de waterhuishoudkundige maatregelen tot nu toe hebben op de freatische grondwaterstand ten oosten van Schokland. Deze evaluatie is gebaseerd op een serie meetreeksen in 13 peilbuizen. De meeste meetreeksen lopen sinds april 2000 en lopen op het moment van schrijven van deze rapportage nog steeds door. In de evaluatie zijn de gegevens tot en met oktober 2004 gebruikt. De metingen uit de periode voorafgaande aan de maatregelen zijn gebruikt om een inschatting van het ‘oude’ regime te maken. Hiervoor is gebruik gemaakt van tijdreeksanalyse om te komen tot klimaatrepresentatieve berekeningen van de GHG en de GLG. De metingen uit de periode na de maatregelen zijn gebruikt om na te gaan welke wijzigingen tot nu toe zijn opgetreden. De conclusie is dat in de hydrologische zone (het gebied waar een grondwaterstandsverhoging zou moeten plaatsvinden) duidelijk sprake is van een verhoging van de freatische grondwaterstanden. In het agrarische gebied ten oosten van de hydrologische zone is nauwelijks sprake van een wijziging van de grondwaterstanden. De bufferzone die de hydrologische zone scheidt van het agrarische gebied geeft een gemengd beeld te zien, soms verandert er iets en soms ook niet. De gevonden verhoging van de freatische grondwaterstanden in de hydrologische zone draagt bij aan een verbeterde conservering van de daar gelegen archeologische vindplaatsen.</p><p>Op basis van de resultaten van deel I en II kan worden geconcludeerd dat moet worden her-overwogen waar in het gebied in te zetten op behoud in situ. Soms kan een kleine verandering in het bodemmilieu leiden tot een grote verbetering voor het behoud in situ. Soms is alleen met ingrijpende maatregelen een verbetering van de huidige situatie te bereiken. Eventuele inrichtingsmaatregelen moeten zorgvuldig, met gevoel voor het archeologische erfgoed, worden uitgevoerd. Tijdens eventuele inrichtingswerkzaamheden is dagelijkse archeologische begeleiding op locatie aan te bevelen.</p>
创建时间:
2005-01-01



