Ravelstraat te Millingen aan de Rijn
收藏DANS Data Station Archaeology2009-05-05 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XCY-NV2B
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>De aanleiding voor het hier gerapporteerde onderzoek is de realisatie van nieuwe woningen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Volkshuisvesting Millingen aan de Rijn te Millingen aan de Rijn. Bij het vooronderzoek is vastgesteld dat vanaf een diepte van 70 cm beneden het oorspronkelijke maaiveld (het straatniveau) vrijwel overal een intact bodemprofiel aanwezig is en daarom resten vanaf de late prehistorie tot in de middeleeuwen binnen het plangebied kunnen worden verwacht.</p><p>Het doel van het inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde verwachting (zie hoofdstuk 2), die gebaseerd is op het bureau- en booronderzoek. Dit omvat het vaststellen van de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Bij aanvang van het veldwerk is vastgesteld dat de bovenste meter grond reeds is afgegraven waardoor de middeleeuwse bewoningslagen zijn verdwenen. Hierdoor zijn in de werkputten slechts twee vlakken aangelegd in plaats van de in het programma van eisen voorgestelde drie tot vijf vlakken.</p><p>Het onderzoek aan de Ravelstraat te Millingen aan de Rijn is van 6 mei tot en met 8 mei 2009 uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals vastgelegd in het Programma van Eisen (PvE). Tijdens het veldonderzoek is van de hierin beschreven onderzoeksmethodiek afgeweken. In totaal zijn er twee proefsleuven gegraven met een lengte van 25 meter en breedte van 5 meter. In iedere sleuf zijn in plaats van de geplande drie tot vijf vlakken per sleuf, slechts twee vlakken aangelegd en gedocumenteerd. Van iedere sleuf is de meest informatieve lange zijde van het profiel gedocumenteerd. Van werkput 1 is het noordelijke profiel volledig gedocumenteerd en van werkput 2 het westelijke. Om een volledige overzicht te krijgen van de bodemopbouw is van het zuidelijke wand van de uitgegraven bouwput een kolomopname gedocumenteerd.</p><p>De natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat uit matig fijn beddingzand van de stroomgordel van Leuth afgedekt met een dun laagje oeverafzettingen van deze stroomgordel. De natuurlijke ondergrond is afgedekt met een ophogingspakket van circa 1,5 m dik. Dit ophogingspakket bestaat uit diverse lagen, waarvan de bovenste twee uit de middeleeuwen in de nieuwe tijd dateren. De drie lagen daaronder hebben een ouderdom die teruggaat in de Romeinse tijd.</p><p>In het eerste vlak van de beide proefsleuven zijn, op een mogelijk paardengraf na, geen sporen aangetroffen. Het paardengraf, aangetroffen in het zuidelijke deel van sleuf 2, dateert uit de Romeinse tijd. Het vermoedelijke graf ligt tussen diverse Romeinse ophogingslagen in. De grondsporen, namelijk paalsporen, greppels en kuilen, zijn aangetroffen in het tweede archeologische vlak. De sporen strekken zich uit over de twee sleuven. Enkele paalsporen in werkput 1 en 2 maken mogelijk deel uit van drie structuren, waarschijnlijk van bijgebouwen. De kuilen in werkput 2 vormen eveneens een mogelijk onderdeel van een grotere structuur(vermoedelijk een boerderij). De aangetroffen sporen en structuren doen vermoeden dat een deel van een grotere nederzetting is aangesneden, die zich over de hele onderzoekslocatie uitstrekt. Deze nederzettingssporen bevinden zich allemaal in of vlak onder diverse ophogingslagen uit de Romeinse tijd. De sporen die zijn aangetroffen tijdens dit onderzoek sluiten waarschijnlijk aan bij de nederzettingssporen die zijn aangetroffen ten noordoosten van de onderzoekslocatie, ter plekke van de Martinusschool.</p><p>Tijdens de graafwerkzaamheden zijn 88 vondstnummers uitgedeeld, onder te verdelen in keramiek, metaal, dierlijk botmateriaal, natuursteen, ijzerslak en glas. De vondsten zijn verzameld tijdens het aanleggen van de diverse vlakken. Ook de sporen en profiellagen hebben vondsten opgeleverd. Het aardewerkcomplex bestaat grotendeels uit gefragmenteerd (Romeins) aardewerk. Deze fragmenten aardewerk zijn hoofdzakelijk verzameld tijdens de machinale aanleg en handmatige opschaven van het eerste vlak. Enkele fragmenten aardewerk zijn afkomstig uit sporen. Het merendeel van het Romeins aardewerk dateert uit de 2e en 3e eeuw na Christus. Het overgrote deel van het dierlijk bot is afkomstig uit één spoor in het eerste vlak van werkput 2, namelijk een paardengraf (S3/4).</p><p>De aangetroffen archeologische resten zijn behoudenswaardig. Er wordt geadviseerd op de archeologische resten in situ te behouden. Indien behoud in situ niet mogelijk is, wordt aanbevolen om de vindplaats door middel van een opgraving ex situ te behouden.</p>
创建时间:
2009-05-06



