five

Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (booronderzoek), verkennende fase Percelen ten zuidoosten van kruising Soeterbeekseweg/Wagendonken te Nederwetten (Percelen Nuenen A 2431, 2456 en 4378) Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/EUHW3V
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
KSP Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (IVO-(O)verig); booronderzoek) uitgevoerd voor drie percelen ten zuidoosten van het kruispunt Soeterbeekseweg/Wagendonken te Nederwetten (gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging om woningbouw mogelijk te maken. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op de gemeentelijke, archeologische verwachtingskaart is aan het plangebied een hoge archeologische verwachting toegekend (Figuur 10). Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek kan deze verwachting nader worden gespecificeerd per periode. Door de ligging centraal op de dekzandrug geldt deze hoge verwachting met name voor vindplaatsen van landbouwsamenlevingen vanaf het Laat-Neolithicum t/m Volle Middeleeuwen en minder (middelhoge verwachting) voor vuursteenvindplaatsen. Gezien de ligging op historische kaartmateriaal in een onbebouwd gebied langs een historisch weg geldt een lage verwachting voor een huisplaats uit de periode Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat in het plangebied op dit moment sprake is van een humeuze bovengrond van 15 à 60 cm met daaronder een menglaag van de humeuze bovengrond en niet-humeuze ondergrond die doorliep tot 40 à 70 cm-mv (veelal 10 cm dik). Daaronder komt zeer fijn zand voor met roestvlekken. Tijdens het veldwerk stond de grondwaterstand tussen 50 à 70 cm-mv. In twee van de zes boringen zijn vermoedelijk voormalige perceelsgreppels aangeboord. De middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum en de hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) kunnen naar een lage archeologische verwachting worden bijgesteld. Het plangebied lag oorspronkelijk in een lager/natter deel van het landschap of de oorspronkelijke podzolbodem is verdwenen door afgraving tot in de laag met roestvlekken. Een mogelijk oorzaak voor de verstoring kan het afgraven van de humeuze bovengrond zijn bij de aanleg van kruinige/bollen percelen in de omgeving. Er zijn geen redenen om de lage verwachting voor een huisplaats uit de periode Late Middeleeuwen tot Nieuwe tijd bij te stellen. Op grond van de aangetroffen bodemopbouw in het plangebied en daarmee lage archeologische verwachting adviseert KSP Archeologie om de archeologische dubbelbestemming te laten vervallen en geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Het rapport en het selectie-advies zijn beoordeeld door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant deze heeft de gemeente geadviseerd om niet in te stemmen met het selectie-advies. Met het huidige rapport is de archeologische potentie van het plangebied nog onvoldoende duidelijk. de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant adviseert om archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te voeren in het gehele plangebied vanwege de onverminderd hoge archeologische verwachtingswaarde. Het proefsleuvenonderzoek moet uitgevoerd worden op basis van een goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). • Het plangebied heeft ongeacht de aard van de bodemopbouw door de ligging nabij een historische weg een hoge archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. Op de in concept raad te plegen nieuwe erfgoedkaart van de gemeente is aan gebieden 100 m van historische bebouwing een hoge verwachting gegeven. • De mate van verstoring van een eventuele vindplaats kan alleen door middel van proefsleuven worden vastgesteld. Het ontbreken van een podzol, de hoge grondwaterstand, de beperkte dikte van de menglaag geven nog onvoldoende onderbouwing voor een diepe verstoring of de vermeende lage/natte ligging.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务