five

Gemeente Berkelland. Plangebied Nieuwkampseweg te Rekken.

收藏
DataCite Commons2024-07-11 更新2024-07-13 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/EK8TEI
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied deel uitmaakt van een hoger gelegen rug, die in zuidelijke richting afhelt naar een laagte en in noordelijke richting naar een dekzandvlakte. Dergelijke dekzandruggen nabij een landschappelijke gradiënt waren van oudsher aantrekkelijke vestigingsgebieden. In het plangebied heeft tot op heden echter bijna geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden, waardoor het aantal waarnemingen tot op heden zeer gering is. Op 500 m ten oosten van het plangebied zijn twee (mogelijke) grafheuvels uit het laat-neolithicum-vroege bronstijd bekend. Op het oostelijke deel van de rug in het plangebied is eveneens een duidelijke ronde verhoging zichtbaar, waarvan niet duidelijk is of het een natuurlijke oorsprong heeft (dekzandkop) of een antropogene ophoging betreft (mogelijk een grafheuvel). Langs de zuidgrens van het plangebied bevinden zich de resten van een landweer, aangelegd door het kerspel Vreden, die vermoedelijk dateert uit 1380 of later. De wal is ter hoogte van het plangebied laag en bevat een aftakking in noordelijke richting (mogelijke doorgang). In de 2e helft van de 18e eeuw, mogelijk eerder, is de dekzandrug ontgonnen (kampontginning), waarbij rond de akkers houtwalleen zijn aangelegd. Aan het einde van de 18e of begin 19e eeuw is ten westen van het plangebied in de ontginning een boerderij gerealiseerd. In de eerste helft van de 19e eeuw zijn aan de noordzijde van de ontginning, d.w.z. in het zuidelijke deel van het noordelijke deelgebied, twee gebouwen gerealiseerd, die aan het einde van de 19e eeuw zijn gesloopt. De bijbehorende moestuin is nog tot in het begin van de 20e eeuw aanwezig gebleven. Vanaf het midden van de 19e eeuw is het noordelijke deel van het plangebied, met uitzondering van het uiterste noordwestelijke deel, geleidelijk ontgonnen voor de landbouw. Het uiterste noordwestelijke en zuidelijke deel van het plangebied is bebost. Als gevolg van het agrarische gebruik (verploeging) is enerzijds het natuurlijke reliëf afgezwakt. Anderzijds is het oudste deel van de ontginning door plaggenbemesting opgehoogd. In de beboste delen van het plangebied is het natuurlijke (overwegend laaggelegen) reliëf nog aanwezig. Op basis hiervan is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum-neolithicum (jager-verzamelaars), een lage tot hoge verwachting (afhankelijk van de landschappelijke ligging) voor resten van landbouwers (nederzettingen, graven e.d.) uit het neolithicum-volle middeleeuwen en dan specifiek voor de locatie van een mogelijke grafheuvel en een lage verwachting voor de late middeleeuwen nieuwe tijd met uitzondering van de landweer en een 19e-eeuws erf. De archeologische verwachting én de mate van gevoeligheid van eventuele vindplaatsen voor verstoring is mede afhankelijk van de bodemopbouw. Zeker omdat momenteel nog niet bekend is op welke wijze en tot hoe diep bodemverstoringen zullen gaan plaatsvinden in het plangebied, wordt geadviseerd om de archeologische verwachting te toetsen en nader aan te vullen door middel van een verkennend booronderzoek met (ter hoogte van de specifieke locaties) verdichtende boringen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2024-07-11
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务