Zevenaar-Oost, deelgebieden B, C en D te Zevenaar, gemeente Zevenaar
收藏DANS Data Station Archaeology2018-04-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZX9-9Q5T
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Zevenaar Oost, deelgebieden B, C en D, gemeente Zevenaar. Aanleiding is de voorgenomen inrichting van een woonwijk en bedrijventerrein.<br>Op basis van de reeds in het plangebied uitgevoerde bureau- en booronderzoeken is de volgende archeologische verwachting voor de deelgebieden opgesteld: Op een diepte van ca. 10,0 m +NAP (ca. 1 m –mv) bevinden zich grofzandige en grindhoudende, Pleistocene terrasafzettingen. In de noordelijke zone (ter hoogte van deelgebied D) is het terras bedekt met dekzand. De dikte van deze laag varieert sterk, maar over het algemeen is deze het dikst nabij de A12 en wordt hij dunner naar het zuiden toe. Op basis van boringen in de omgeving van het plangebied lijkt het dekzand in deelgebied D maximaal 50 cm dik te zijn. Onder, tussen en op de dekzanden zijn zandige kleien aanwezig, waarvan wordt aangenomen dat het hier grotendeels om beekafzettingen gaat. In deelgebied B en C is het Pleistocene terras bedekt met een laag rivierkomkleien. Gezien de verschuiving van de terrassenkruising kunnen deze komkleien pas sinds ongeveer 3.000 – 2.000 jaar geleden zijn afgezet. Gezien de grote hoeveelheid vrij zware komkleien lag de dichtstbijzijnde rivier in het begin ver van het plangebied. Pas later, op basis van archeologische vondsten sinds ongeveer de Middeleeuwen, lag de rivier dichterbij en ontstond er op de komkleien een oeverwal. Nog later toen de rivier ongeveer op de plek van de Oude Rijn lag werd deze oeverwal vaak doorbroken bij overstromingen en ontstonden er verschillende crevassedoorbraken. De zone ter hoogte van deelgebied B en C is waarschijnlijk doorsneden met meerdere crevasses en oeverafzettingen.<br>In het plangebied werden op het Pleistocene terras en de dekzandafzettingen resten verwacht uit het Paleolithicum tot ongeveer de Bronstijd. Vooral de hogere dekzandruggen en kopjes die vlak bij de beken lagen en de overgang van het hoge naar het lage deel van het terras waren interessante bewoningsplaatsen. Vanaf de Bronstijd werd het gebied steeds drassiger en overstroomde het veelvuldig. De huidige deelgebieden lagen naar verwachting binnen een zone met weinig gunstige bewoningsomstandigheden. Alleen de hogere dekzandkoppen en –ruggen waren in deze periode geschikt voor bewoning. In de deelgebied B en C worden geen resten uit de periode vanaf de IJzertijd tot de Middeleeuwen verwacht. Indien in deelgebied D een dekzandkopje aanwezig is, kunnen hierop nog resten voorkomen uit deze perioden. Op de komkleien worden geen archeologische resten verwacht. De oever- en crevasseafzettingen vormden vanaf de Middeleeuwen mogelijk gunstige bewoningslocaties. Eventuele resten uit de Middeleeuwen of Nieuwe tijd worden verwacht in de top van deze afzettingen, binnen een meter –mv.<br>Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij is dieper dan 60 à 100 cm –mv (9,6 tot 10,5 m +NAP) matig grof, zwak siltig zand aangetroffen. Dit zijn terrasafzettingen die gedurende het Pleistoceen zijn afgezet.<br>In de deelgebieden B en C bevindt zich hierboven een pakket sterk siltige klei. Vermoedelijk zijn dit komafzettingen die vanaf 2.000 à 3.000 jaar geleden zijn afgezet. In enkele boringen zijn oever- of crevasseafzettingen aangetroffen, die waarschijnlijk vanaf de Middeleeuwen gevormd zijn. In deelgebied D is boven de terrasafzettingen een pakket matig tot uiterst siltig, matig grof, grindhoudend zand aanwezig. Dit betreffen vermoedelijk overstromingsafzettingen of beekafzettingen die vanaf het begin van het Holoceen gevormd zijn. In één boring is een 80 cm dik pakket zwak tot matig siltig, matig fijn zand aangetroffen, dat waarschijnlijk dekzand betreft. Hier bevindt het terraszand zich enkele decimeters dieper dan in de omliggende boringen en hier lijkt dan ook sprake te zijn van een depressie in het rivierterras, die is opgevuld met dekzand. Tijdens het booronderzoek zijn geen vegetatiehorizonten of andere aanwijzingen voor archeologische waarden aangetroffen. Ook zijn geen dekzandkopjes of sterke hoogteverschillen in het rivierterras aangetroffen, die mogelijke aanwijzingen voor gunstige bewoningsomstandigheden vormen.<br>Archeologische resten worden om deze redenen niet meer verwacht in het plangebied.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2018-04-12



