five

Archeologisch vooronderzoek in het kader van de renovatie van het Gemaal Terwolde te Terwolde, gemeente Voorst

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/G66DUT
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied bij Terwolde, gemeente Voorst (afbeelding 1, kaart 1 achterin het rapport). Het onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de renovatie van het mr. A.C. Baron van der Feltz Gemaal aan de Bandijk 25. Het plangebied beslaat het gemaal en deels het Toevoerkanaal en Bandijk, met een oppervlakte van ca. 23.828 m2. Het bestaande gemaal zal mogelijk uitgebreid worden met een vierde pomp, inclusief persleiding. Op dit moment bestaan er twee mogelijkheden voor de uitbreiding. Deze kan ten noorden en ten zuiden van het huidige gemaal gerealiseerd worden. In afbeelding 2 zijn de twee verschillende mogelijkheden weergegeven. Het gaat om een noordelijke variant (afbeelding 2 links) waarbij net naast het bestaande gemaal een vierde pomp aangelegd zal worden. De leiding volgt dan voornamelijk de al aanwezige leidingen voor de drie aanwezige pompen. Het is nog niet duidelijk of het ook om een aanleg met kattenrug gaat (een knik in de leiding), waarbij de leidingen dezelfde loop als de aanwezige leidingen zullen volgen of een rechte aanleg, waarbij dieper in het dijklichaam gegraven zal worden. Een tweede variant is de zuidelijke uitbreiding van het gemaal (afbeelding 2 rechts). Hierbij gaat het om een nieuwe pomp buiten het bestaande gemaal. Naast de aanleg van nieuwe leidingen is het mogelijk dat het Toevoerkanaal bij deze werkzaamheden verbreed moet worden. Indicatie voor de diepte verstoring binnen beide varianten is de aanleg van de leidingen tot een diepte van ca. 2.00m -NAP en bijbehorende funderingen aan de westzijde tot een diepte van 3.00 m -NAP. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart gebracht te worden of zich binnen het plangebied behoudenswaardige archeologische waarden (zouden kunnen) bevinden, die tegen de achtergrond van de bodemingrepen gevaar lopen. Gezien de aard van de ingrepen zullen de geplande ingrepen mogelijk tot in het relevante archeologisch niveau reiken. Het plangebied is gelegen aan een dijk langs de IJssel, met delen van het plangebied in zowel binnendijks als buitendijks gebied. Vanwege de ligging van het plangebied langs een actieve rivier heeft het plangebied een lage tot middelhoge archeologische verwachting voor archeologische resten in de diepere ondergrond uit de periode vanaf de vroege prehistorie tot aan de bedijkingen rond 1300 AD. Mogelijk dat zich nog in de ondergrond dekzandkopjes of terpjes bevinden waar dergelijke resten nog aanwezig zouden kunnen zijn. Het binnendijkse gebied heeft een middelhoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd, met het oog op de beschermde ligging achter de dijk. Het buitendijkse gebied heeft een lage verwachting voor de periode Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd, met uitzondering van een paar kleine lijnelementen die op de gemeentelijke beleidskaart zijn aangeduid, maar waarvan in het kader van dit bureauonderzoek niet is vastgesteld of hiermee historische wegen/paden of oude dijkjes worden bedoeld. Het raadplegen van historische kaarten en het AHN levert geen informatie op hieromtrent. Verder vormt de dijk zelf zowel een archeologische als een cultuurhistorische waarde. De dijk is aangelegd in de Late Middeleeuwen, maar de aanlegmethode en datering van naar verwachting verschillende aanleg- en herstelfasen is nog onbekend. Het onderzoek naar historische dijken is lang een onderbelicht thema geweest, maar staat recentelijk steeds meer in de belangstelling, zoals het onderzoek naar bijvoorbeeld de Westfriese Omringdijk laat zien. Advies. Binnen het plangebied is sprake van twee mogelijke ingrepen: de aanleg van een vierde pomp met persleiding door het dijklichaam en de verbreding van het toevoerkanaal. - In geval voor de aanleg van de nieuwe leiding in de noordelijke variant de bestaande kattenrug wordt gevolgd, zal er geen nieuwe verstoring plaatsvinden omdat de ontgravingen waarschijnlijk plaatsvinden binnen de oude bouwkuip. In dat geval adviseert Vestigia geen verder onderzoek. - In geval van de aanleg van de nieuwe leiding in een rechte lijn bij de noordelijke variant, zal een nieuwe, diepere doorsnijding plaatsvinden van de dijk. Als dit de vorm heeft van een open ontgraving, wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een archeologische begeleiding. Een dergelijk onderzoek levert kennis op met betrekking tot de ontwikkeling van de dijk met de verschillende aanleg-/herstelfasen, als waterstaatkundig gerelateerd erfgoed in bezit van het Waterschap. De dijk vertegenwoordigt namelijk naast de ondergrondse archeologische waarde ook een cultuurhistorische waarde. Zo levert het couperen van de dijk de (zeldzame) mogelijkheid om een profielopname van de dijk te maken en de opbouw en aanlegwijze van de dijk te documenteren. Voorafgaand aan de uitvoering van een opgraving, variant archeologische begeleiding, dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat de goedkeuring behoeft van het bevoegd gezag alvorens met de werkzaamheden kan worden begonnen. Vooropgesteld dient te worden dat de civiele werkzaamheden hierbij leidend zijn, en dat eerst in overleg met het bevoegd gezag en de opdrachtgever/civiele aannemer bekeken zal moeten worden of, afhankelijk van de gekozen wijze van aanleg, praktisch gezien wel de mogelijkheid bestaat tot het doen van zinvolle waarnemingen. - In geval van de aanleg via de zuidelijke variant, wordt eveneens een archeologische begeleiding geadviseerd. - In geval van de verbreding van het toevoerkanaal aan de binnendijkse zijde, wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in geval de ingrepen een oppervlak van 250 m2 of meer hebben, en een geplande diepte groter dan 30 cm beneden het huidig maaiveld. Een dergelijk vervolgonderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een verkennend booronderzoek. Omdat het waarschijnlijk om een lijnelement gaat wordt geadviseerd te boren in een raai met een tussenruimte van 30 m tussen de boringen, of indien het oppervlak het toestaat, in een grid van 30 x 40 m (ca. 8 boringen per hectare). Dit onderzoek heeft dan met name tot doel om de ondergrond in kaart te brengen met het oog op eventuele bewoningsresten, waaronder resten vanaf de Vroege Prehistorie in de diepere ondergrond, bijvoorbeeld op dekzandkopjes/rivierduinen. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Voorst, om op basis van dit rapport en het daarin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van het voortzetten of beëindigen van het onderzoeksproces. Ook wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het onderzochte gebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Voorst, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Naschrift. De adviseur van het bevoegd gezag (dhr. H.G. Pape-Luijten, regioarcheoloog Stedendriehoek) heeft het conceptrapport getoetst. In het selectiebesluit d.d. 25 april 2022 wordt aangegeven: “Op basis van de onderzoeksresultaten worden in een deel van het plangebied blijft de mogelijkheid aanwezig dat archeologische resten aanwezig zijn en verstoord worden door de voorgenomen plannen. Het advies van Vestigia is afhankelijk van het scenario qua geplande ingrepen • Aanleg nieuwe leiding in noordelijke variant met volgen ‘kattenrug’: vrijgave; • Aanleg nieuwe leiding in noordelijke variant in rechte lijn en doorsnijden dijklichaam in open ontgraving: archeologische begeleiding; • Aanleg nieuwe leiding in zuidelijke variant: archeologische begeleiding; • Verbreding toevoerkanaal aan binnendijkse zijde groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm -Mv: verkennend booronderzoek. De gemeente Voorst onderschrijft deze adviezen. Alvorens vastgesteld kan worden of en welke vorm van archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is, zal duidelijk moeten worden a) welk scenario zal worden gevolgd (en in geval van de noordelijke variant, of het om aanleg in kattenrug of rechte lijn gaat) en b) wat de oppervlakte en diepte van de ontgravingen t.b.v. het toevoerkanaal zullen zijn. Afhankelijk van de gemaakte keuzes dient vervolgonderzoek plaats te vinden zoals in het bijbehorende onderschreven advies is verwoord. Voor het uitvoeren van verkennend booronderzoek dient de gemeentelijke handreiking hiertoe te worden gevolgd. Voor het uitvoeren van een archeologische begeleiding (conform protocol IVO-P, bij aantreffen van archeologische resten opschaling naar protocol Opgraven) is een Programma van Eisen (PvE) benodigd, dat op voorhand door de gemeente Voorst dient te worden goedgekeurd.”
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务