Eindrapportage archeologisch onderzoek (15419.002) Westelbeersedijk 6 en Krampvenseweg te Diessen
收藏DANS Data Station Archaeology2022-09-08 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/PKX1VW
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek
Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor de perioden (Laat-)Paleolithicum, Mesolithicum, Neolithicum en Vroege-Middeleeuwen. De perioden Bronstijd t/m de Romeinse tijd, Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd hebben een lage verwachting toegekend gekregen. Resultaten inventariserend veldonderzoek. De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten zien dat binnen deelgebied A, welke merendeels in gebruik is als akkerland, geen diepgaande bodemverstorende ingrepen hebben plaatsgevonden, ook niet in het zuidwestelijke deel waarvoor aangegeven is dat er zandwinning heeft plaatsgevonden (meer dan zeer waarschijnlijk niet heeft plaatsgevonden). Enkel verspreid gelegen boringen laten ook nog een deels intacte veldpodzolbodem zien (Bhe-/BC-horizont) en verder laten de meeste boringen een humeuze bouwvoor (Ap-horizont) op “geel” zand van de C-horizont zien. Dit betekent dat het archeologisch potentiële vondstniveau zal zijn aangetast, echter het potentiële sporenniveau kan nog deels intact aanwezig zijn (eventuele aanwezige archeologische sporen zullen nog deels intact zijn, zeker dieper doorlopende sporen). In het gedeelte bos is een merendeels intacte haarpodzolbodem aangetroffen. Stuifzand is niet aangetroffen ter plaatse van de binnen dit gedeelte bos gezette boringen, maar het kan niet worden uitgesloten dat dit op lokale plekken nog aanwezig is en daarmee de top van de dekzandafzettingen bedekt. Binnen deelgebied B, en meest dik in het zuidwestelijke deel, is sprake van een laag opgebrachte grond en is hieronder bij het merendeel van de boringen een intacte oorspronkelijke veldpodzolbodem aangetroffen. Deze bestaat uit de voormalige bouwvoor (voorheen agrarisch bewerkte Ap-horizont), gevolgd door een intacte inspoelings-B-horizont en navolgend een overgangs-BC-horizont. Alleen bij twee boringen in het centraal-zuidelijke deel van deelgebied B is een tussenliggende, dunne laag stuifzand aangetroffen met een micropodzolbodem. Ook voor deelgebied B geldt dat het archeologisch potentiële sporenniveau nog merendeels, zo niet geheel intact aanwezig is. Dit geldt eveneens voor deelgebied C, waar het merendeel van de boringen een deels en soms zelfs een compleet intacte haarpodzolbodem laten zien (compleet intacte haarpodzolbodem, waarbij sprake is van een Ah-, E- (of AhE-, wanneer deze visueel niet duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn), Bhs- en BC-horizont). Met name in het westelijke/noordwestelijke deel van deelgebied C is ook sprake van een pakket opgebrachte grond boven de nog intacte haarpodzolbodem. Ook binnen het parkeerterrein, in het zuidwestelijke deel, resteert nog een intact deel van een haarpodzolbodem, vanaf (een restant van de) Bhs-horizont. Bij slechts enkele boringen gelegen verspreid binnen de drie deelgebieden, zijn in meer of mindere mate diepe moderne verstoringen waargenomen. Een af te kaderen terreindeel waar duidelijk sprake is van diepere verstoringen, en daarmee verstoring van het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau, kan echter niet worden gegeven. Conclusie. Op grond van de aangetroffen bodemopbouw wordt geconcludeerd dat binnen zowel deelgebied A, B als C, en daarmee het gehele plangebied het archeologisch potentiële sporenniveau nog deels, zo niet merendeels intact aanwezig is. Het plangebied behoudt dan ook zijn middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische waarden/vindplaatsen (intacte sporen) uit de perioden (Laat-)Paleolithicum, Mesolithicum, Neolithicum en Vroege-Middeleeuwen. Advies. Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen alle drie de deelgebieden A, B en C een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Door de geplande ontwikkeling (bouw van nieuwe chalets en bungalows, het onderhouden en kappen van beplanting, en de aanleg van nieuwe infrastructuur), waarbij naar verwachting de bodem zal worden afgegraven tot in de top van het “gele” zand (top van de C-horizont)) zal hier het (nog deels) intact zijnde archeologisch potentiële sporenniveau worden verstoord. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Vooralsnog wordt uitgegaan van één archeologisch sporenniveau, in de top van de dekzandafzettingen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid (gemeente Hilvarenbeek) goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2022-08-23



